



17 juli, Tar Village, Lamayuru, srinagar
Onze route, o.a. door Luxies gevoeligheid aan grote hoogte, is gewijzigd, maar dat is ons niet vreemd. We keren niet meer terug naar Leh, maar dalen af via Srinagar, richting Pakistan. Volgens google maps is de reistijd ongeveer 9u. Right. As if. Het wordt net iets meer. Toch, de kwaliteit van de wegen is uitermate goed, op het stuk na de Zoji La-pas (93.528 meter) na. Maar het is ook het meest uitdagende gedeelte van onze roadtrip tot nu toe, met enorme afgronden, haarspeldbochten, geen vangrails, drukker verkeer met tig Tata-vrachtwagens die zich king of the Fury Road wanen, militaire checkpoints waar we keer op keer onze gegevens moeten neerpinnnen en waar geen kat om geeft, ‘verstopte’ soldaten om de 100 m, alsof het een waar is Wally? spelletje is, overstekende kuddes geiten … Het is hallucinant én het voelt vaak onheilspellend aan: de ravijnen de dieperik in tot aan de hitsige rivier, de bergpieken die boven de wolken uitsteken, de militaire aanwezigheid. Maar het is ook ronduit verschrikkelijk mooi. En tragisch. Indië gesandwiched tussen Pakistan en China.

















Eerst even een etmaal terug
… De ochtend van de 17de verlaten we Tar village, we zijn de heetste zon voor, en na een klein half uurtje wandelen, zetten we onze rit voort richting Lamayuru-klooster. Sari en de dames stappen opnieuw uit wanneer de afdaling te akelig wordt, tot na het punt waar roadworkers hopen grind hebben gestort pal in het midden van de weg. Geen sinecure voor onze Tundup-driver om alle obstakels te ontwijken. Af en toe, wanneer een paar kleine stenen van boven ons naar beneden rollen, stopt hij. Komt er meer? Gelukkig niet.






Eerst ontbijten we nog in een wegrestaurantje, en vervolgens moeten we langs een checkpoint, om voor de xste keer dezelfde gegevens in te vullen: name, pasport number, date of issue, date of arrival, visa number, expiry date visa, profession, home adress,… Sari en ik zijn ondertussen een geoliede machine in de strijd met de Kafkindia-paperassen.










lamayuru
Lamayuru … We beloven de monsters dat we hier niet te lang zullen blijven, voor hen lijken alle kloosters ondertussen inwisselbaar. Het is geven en nemen. Soms spijtig genoeg …







Er schuifelen traag een paar bejaarde monniken rond, de gebedsrollen draaien gezwind om hun as. De kleuren zijn opnieuw grandioos, tegen een staalblauwe hemel.







Lamayuru naar kargil
Na Lamayuru gaat het richting Kargil, en het Boeddhisme maakt langzaam plaats voor de Islam. De naamborden krijgen er een elegant pashtu (?) geschrift bij, en ook de bouwstijl verandert. Puntdaken, minder ruw, meer daarom niet stijlvoller.
We trotseren de de Fotu La, met 4.108 m de hoogste pas op de route tussen Leh en Srinagar. En het dalen is zo mogelijk nog akeliger dan het stijgen. Maar waar de monsters het in het begin nog in hun broek deden … Ongelofelijk hoe snel je je aanpast aan ‘bizarre’ omstandigheden.





Kargil
En dan Kargil zelf. 10.000 inwoners, de tweede grootste stad van Ladakh. Een andere planeet in vergelijking met de voorbije dagen.
We vallen op hier, in de bocht van een helse rivier.
Er volgt een picture overload, I know, maar ik had het moeilijk om te kiezen.













Te midden het rumoer en getoeter, de gebaarde mannen, en de zang van de muëzzin.









Van oudere vrouwen tot de jongste meisjes gesluierd, guitig verborgen of starende ogen.










Marktjes die breedlachtend alles verkopen en kopen, leuren en geuren en kleuren en beenhouwers die erop los hakken.








En wij daar tussenin … verwonderd verloren. En met te blote benen.





We slapen in The Black Sheep, een vreemd gekozen naam, zoals Marie-Lou opmerkt. De manager is iets te gretig naar onze zin, wil heel graag dat we zijn klimmuur op de parking proberen. We have climbing shoes too.



18 juli: Kargil naar Srinagar
We passeren kolonnes van tot wel tien legertrucks, gepantserde voertuigen met bemande gevechtskoepel, jeeps … En een verdwaalde Tuk Tuk. De gompa’s zijn zo goed als verdwenen, de moskees verschijnen, en laten zich ook horen.








We naderen Srinagar, na een laatste checkpoint, met dahl en parantha.





En het landschap werd ondertussen geleidelijk groener, meer ‘alpine’, en de rivier meandert breed. het wordt warmer, vochtiger. En schoolkinderen worden afgehaald door militaire schoolbussen (?) die eruitzien als vervoer voor gevangenen.
We hebben Ladakh verlaten. Dit is Jammu en Kashmir.




We zijn vertrokken om 7.30, en rijden Srinagar, een stad van 1.7 miljoen mensen, rond 14.00 binnen.
En dat … is voor morgen.

