15 july: alchi
We lopen richting de rivier, voorbij de souvenierwinkeltjes, het klooster en de gebedsmolentjes. Daar beneden, rechts van de grote brug over de Indus, zou er een ‘swimming pool’ moeten zijn. Ik verwacht me aan een betonnen, rechthoekige bak, met water van bedenkelijke kwaliteit. Ik heb mijn beste zwembroek aangetrokken (gekocht in Delhi toen onze bagage er nog niet was), ook al weet ik nu al honderd procent zeker dat ik niet in het bergwater ga.















Het is een bizar gezicht, maar beter dan verwacht: een echt zwembad, met op de achtergrond een reuzedam, en steile rotswanden links en rechts. Groot, ‘blauw’. We zijn er helemaal alleen, op de drie mannetjes na, die onder een prieeltje ( of hoe noem je zoiets) een lokale dish eten. Eén van hen is de sympathieke eigenaar, die ons in de kortste keren op zijn Insta gepost heeft.



Er liggen een paar banden op het water en Lux en Marie-Lou gaan van wal. Het water is zoals voorspeld ijzig koud, en de rest of the gang houdt het al voor bekeken. Even met de tenen is genoeg. Gelukkig zit het goed met de UV (heel belangrijk op deze reis) en wordt er passief aan de tan-line gewerkt.




De eigenaar komt met een opblaasboot aandraven. Nu wordt het pas heuse waterpret! Hij zet ook een boombox, en ja, hij heeft ook een biertje!

Marie-Lou en Luxie springen toch van het bootje het water in.

Maar dan komen de wolken opzetten, en de donderslagen slaan tegen de bergen. Zoals u misschien vroeger al gelezen heeft, is onze Loutie geen fan van onweer. Als de eerste schichten de hemel verlichten, besluiten we om terug te gaan naar het hotel.
16 juli: Tar village
We rijden naar Nurla, een dorpje op een half uurtje van Alchi. Van daaruit zullen we een korte wandeling maken naar Tar village, waar we een nacht verblijven in een homestay. ‘Op hun website promoot Himalayan Ecotourism het dorp als ‘Best Responsible Tourism Village of India‘. ‘Currently, Tar Village can accommodate a maximum of 20 guests per day, with equal distribution among the homestays. We do not have any guest houses, hotels, or resorts; only farmstay accommodations are available for visitors. The charges vary depending on the duration of the guest’s stay.’ Ik heb, los van de website, contact via Whatsapp met Stefan, die werkt voor Himalayan Ecotourism en de overnachting, met diner en ontbijt kostenloos voor ons regelt. THx, dude! We betalen uiteindelijk 1800 rupee (18 euro) per persoon per nacht, en steunen zo ook de dorpsbewoners.

We ontbijten eerst nog zalig in Nurla on the riverfront, inclusief Nutella-pannenkoeken.








We rijden naar boven, tot aan het wandelpad. Er is geen weg die het dorp ontsluit. Maar voor de ladies begint het wandelen al vroeger. Het is een grindbaan, de afgronden zijn diep, en er wordt gewerkt aan het wegdek. Geen goede combi. Luxie rijdt aanvankelijk nog mee met Tundup en mij, maar stapt een paar bochten later ook uit. Ik vind het zalig, met Einaudi op de achtergrond.










En dan is het een veertigtal minuten stappen naar Tar, door een prachtige gorge, in volle, hevige zon, tussen oude wilgenbomen, en langs een fris stromend beekje, en heerlijk koel bronwater onderweg.





We komen langs stoofjes (of hoe noem je zoiets) waarin kaarsen gebrand worden, gebedsstenen en – vlaggen. Onderweg geven borden uitleg over het dorp en het overheidsproject hier. Een project dat blijkbaar 10 jaar geleden op een sisser afliep. De government school noch de community hall (aangeduid op de plattegrond) werd gerealiseerd.












En dan bereiken we Tar, na een korte maar toch hevige klim. Het eerste huis blijkt onze homestay te zijn. De twenty something zoon is verantwoordelijk voor het toerisme in Tar.



Blijkbaar is het dorp leeggestroomd, net zoals alle bergdorpen hier. Een vijftigtal jaar geleden woonden hier nog een honderdtal mensen, maar iedereen zakt af naar de steden. Nu proberen de overblijvenden de oude tradities te herstellen. Er worden ook kampen georganiseerd voor kinderen. Een maand lang, en dan wordt er – I kid you not- ijshockey gespeeld, bij tot min twintig graden. De bewoners zijn ook gekant tegen de verdere aanleg van de weg tot aan hun dorp.








We krijgen thee en koekjes aangeboden, en dan lunch, rijst met lekkere dingen in, en dan gaan we een verdieping hogerop een kijkje nemen naar onze kamer. Eenvoudig, maar net. En dan een kijkje naar het toilet. Primitief, en net?






We maken een wandeling tot boven aan de gompa. Veel ‘ambience’ is er niet. Een paar jonge vaarzen grazen rustig in de lommerte van de wilgen. Het is een prachtige vallei. Frisgroen gras. Ik ga ervan uit dat het hier zo vruchtbaar is omdat al het bergwater in deze nauwe, hoge kloof op één punt samenkomt.


















We houden ons een dik anderhalf uur bezig met een dam te bouwen, in het ijzige bergwater. Wat doet men anders zonder wifi noch 5G? Een oud besje, in traditionele klederdracht – d.w.z dubbeldik ingepakt ook bij deze hoge temperaturen – komt een kijkje nemen. Ze schudt haar oude hoofd. No good, zegt ze. Ik beloof haar dat we onze constructie voor we weggaan, zullen afbreken. Doen we natuurlijk ook.




‘s Avonds zijn we moe, en eten we skyu (?), met de duim in vorm geduwde pasta, als ik het goed begrepen heb. Eigenlijk eten vooral Sari en ik skyu, en de monsters schuiven hun bord naar mij door, dat ik dan leeg-eet, om de gastvrouw niet te beschamen.

Buiten steekt de wind op, zoals elke avond hier in Ladakh. We gaan vroeg slapen. Tanden poetsen en een kattenwasje doen we buiten, aan de slang.
What a day! Julee!


