

18 juli
We slapen in The Grand Mamta, een mooi hotel met vlotte service én zwembad (finally, zuchten de monsters), op 10 minuutjes van Dal-lake, dé toeristische attractie hier. D.w.z. op dit moment enkel voor Indische toeristen. Op een groepje van vijf westerlingen na aan het ontbijt deze morgen, is er geen niet-Indiër te zien. Ook de volgende dag valt er geen te bespeuren.


Javi, de eigenaar + manager van The Grand Mamta en ook van het duurdere Platinum Mamta à côté wil me spreken, zegt Sari. Ik spring zijn kantoortje binnen en ‘s avonds geeft hij me een tour van the property en ook van het Platinum. Ik heb met hem te doen. Hij meent het goed. Maar sinds de aanslagen van 22 april in Pahalgam, op 2.5u van Srinagar, is het toerisme in Kasmir op zijn gat gevallen.
-‘I am worried’, zegt Javi, ‘we are not yet in trouble, ‘ but I am worried.’
Het Platinum is zo goed als leeg. Javi kan de staf ook niet altijd naar behoren betalen. Het Platinum is sinds een half jaar afgewerkt, met geld van investeerders, en toen liep het noodlottig fout in Pahalgam.
Hij vraagt me of we samen kunnen werken, of ik toeristen naar hier kan krijgen. Hij is bloedserieus. Moeilijk, zeg ik hem spijtig genoeg, not really my business nor cup of tea.
Srinagar, 1585 meter hoogte en 1.7 miljoen mensen, is busy hustle bussle, met veel autogetoeter en bij Dal-lake te veel mannetjes die je voortdurend aanklampen voor een boottochtje op het meer. Er liggen honderden gondola’s te wachten and business is below slow. Vandaar … Oogcontact vermijden dus. Zonnebril op. En af en toe eens heel kort zijn als ze niet aflaten.





We eten in een restaurantje bij het meer. Het eten is hier suuuuuper pikant, en er wordt ook veel meer vlees geserveerd dan op andere plaatsen in India waar we al waren. We zijn dol op de honey chili potato wedges, maar oh my, iedereen brandende lippen, en ik zweten voor dood op mijn kale schedel.
19 juli

We nemen een taxi naar de Jamia Masjid, een belangrijke moskee uit de 14de eeuw, in old town. Twee soldaten stoppen onze auto even, voor een controle van niks en have a good day, sir.
Om binnen te gaan in de masjid moeten we allemaal onze naakte onkuisheid bedekken, met niet zo fris ruikende doeken. De moskee is onder restauratie, en op een paar vrome moslims na leeg. Architecturaal niks exuberants, geen duizend-en-één-nacht, maar rustige gekleurde baksteen, beetje monotoon misschien. Vooral de grootsheid van de pilaren vallen me op, gehouwen uit machtige bomen.
Maar gelukkig zijn wij hilarisch en fleuren we de boel op, in onze hijabs.
Boven ons cirkelen tientallen arenden.




Op een bepaalde plek worden de ladies tegengehouden, en mogen ze niet dichter komen bij een marmer-achtig schrijn.






We dwalen rond in de straatjes en tussen de winkeltjes, oude huizen met oude, houten en baksteen gevels. Luxie blijft hangen in een shop met Perzische kittens. Superschattig.








We stappen nog het binnenplein van een andere moskee binnen. Ook in hout. De monsters gooien graan naar de duiven. Een kerel spreekt me aan en vertelt me dat hij een belangrijke zanger is. Altijd goed om te weten. De moskee zelf is een klein juweeltje. Een man zit voor het centrale deel, geen clue wat het bevat – opnieuw een mummie?- en weent hartstochtelijk. Ook buiten staat een vrouw tranen met tuiten te wenen. In volle extase? Of vol van zonde? Allah weet het.











De Kashmiri zijn vriendelijk. Mensen komen naar ons toe, geven me een hand, niet aan de dames. Bij een steenhouwerij voor grafzerken opnieuw.




-‘Which country belong to you, sir?’
Deze twee blijken politieagenten in burger te zijn. Of zo beweren ze toch …
-‘ We saw you also yesterday.’
Uh. Okay.
-‘Are you following us to keep us safe’, vraag ik, lachend.
Ze lachen terug, totaal niet, sir, en daar komt hun overste aan, in uniform, en we gaan op de foto. Het is te zeggen; alle mannen.

Eén van de icognito-agenten zorgt nog voor een tuk tuk en a safe passage home. Leuke kerels.

We lunchen opnieuw aan Dal-lake, een totaal overdadige maaltijd, overdreven mega porties, mega lekker, mega pikant.


Daarna loop ik alleen naar een Wine & Beer shop verderop om wat gekoelde pintjes te kopen. Altijd een ervaring. Stel je een klein lokaal voor, met verkopers achter tralies, en een Indisch zootje ongeregeld dat elkaar en mij wegduwt om bediend te worden en roept en schreeuwt en al pinten en goedkope whiskey uit plastic flesjes zit te zuipen rechtstreeks uit de fles voor ze buiten zijn. En dan voel ik een hand in mijn broekzak gaan.
Betrapt kerel! GDVR!


-‘What the hell do you think you are doing?’, roep ik, en onmiddellijk alle aandacht op mij.
De kerel schreeuwt terug, schijnbaar verontwaardigd, ik begrijp er geen jota van.
-‘What happened?’, vragen andere klanten me.
-‘This guy tried to steal my wallet!’
Ze knikken een beetje met hun hoofd, op zijn Indisch. ‘Maybe, sir, maybe.’
-‘Not maybe! Very surely’, antwoord ik in perfect Engels, ‘I call police!’ Zou ik de soldaten die voor de winkel, begrijpelijk, post houden erbij halen?
Chur, chur, wordt er nu geroepen. Dief, dief. Geef hem een peer op zijn smoel, gebaart een helpvaardige Indiër naar me. Ik moet eerlijk gezegd achteraf toegeven dat ik het wel had willen doen. Of een kleine kopstoot. De dief raakt nu in een hete discussie verzeild met de verkoper, die hem – zo begrijp ik het toch- uitscheldt voor rotte vis, en uiteindelijk verdwijnt de kerel, met zijn staart tussen zijn benen. Hupsakee. Dat was het. Case closed.


Ondertussen is het zwembad in het Platinum Grand Mamta opnieuw gevuld. Gisteren was het toevallig under maintenance. Gebeurt wel vaker. Normaalgezien moeten we 600 rupee per uur per persoon betalen om te mogen zwemmen. Superduur volgens lokale normen. Maar Javi geeft het ons met een big smile – de man lacht de hele tijd – complimentary, ook al omdat ik aangaf dat het zo niet vermeld staat op Booking.com. Of ik las erover. Whatever.
We krijgen enkele instructies van de pool guards. No hustling. Take shower before you go into the pool. Right. Er wordt stevig wat afgehussled door de Indische badgasten, en de douches werken niet. En de dames mogen onder geen beding hun kleren, met daaronder hun badpak, uittrekken naast het zwembad. Nu goed, ze mogen al blij zijn dat ze mogen zwemmen. Toch?

Het water is troebel, en de jacuzzi is een vies boeltje. De put naar de filters ligt open, want er wordt aan gewerkt, de verdeelstekkers liggen gevaarlijk bloot. Maar het is verfrissend. Een paar lokale helden duiken hard plat op hun buik.
Vrouwen zijn er niet, die mogen niet zwemmen? Of er zijn geen burkini’s voorhanden?
Plots klinkt een harde knal, en iedereen schrikt op. Blijkbaar een aansteker geëxplodeerd die te lang in de felle zon lag. Oef.


We hadden het plan om via Jammu af te zakken naar Delhi, met een combinatie van trein + trein, of auto + trein. Maar ik check toch maar even het reisadvies van de Belgische overheid, zeker omdat Marie-Lou Jammu totaal niet ziet zitten. Ze is behendig op het web … en zocht wat zaken op …
‘Spanningen tussen India en Pakistan
Omwille van de oplaaiende spanningen tussen India en Pakistan dient momenteel een verhoogde waakzaamheid aan de dag gelegd te worden tijdens het reizen in Noord-India.
Ten gevolge van herhaaldelijke terroristische aanslagen, waaronder een zeer ernstige aanslag op een toeristische trekpleister in het oosten van Kashmir in april 2025, worden alle reizen naar Jammu en Kashmir ten stelligste afgeraden.’
Woops. Toch niet zo verantwoord bezig?
We hebben hier totaal geen gevoel van onveiligheid, en door de verhoogde waakzaamheid is het hier waarschijnlijk veiliger dan ooit. Je moet natuurlijk wel om kunnen met de alom aanwezigheid van soldaten, prikkeldraad, wachtposten enzovoorts enzoverders.


Soit , we nemen het zekere voor het onzekere: 21 juli vliegen we terug naar Delhi. Met SpiceJet.

Na het zwemmen heeft ons Ella een hongertje. Ze wil taart. Ze wil een cake roll. Ook behendig op het internet, maar met andere doelstellingen dan Loutie, heeft ze haar bestemming al snel uitgekozen: Le Delice, French bakery, met een tuk tuk op 6 minuten van het hotel, in een moderner deel van de stad. Ik stel er me niet veel bij voor. Maar, alsjemenou, dit hoogstandje van patisserie ligt zowaar in een heuse mall, de City Mall, een naam zonder veel capsones noch creativiteit. Sjiek, bekende merken, en zoals het een heuse mall betaamt: een food court en arcade hall op de top floor! Wat wil een mens nog meer? Een cake roll blijkbaar …








De taartjes zijn echt yummy: red velvet cake, biscoff cheese cake en een pretentieus fruittaartje voor Ella. Het lijkt misschien, beste lezer, un fait divers, maar hier, na 10 dagen India, is dit voor de monsters een special treat!


We wandelen nog wat verder, over een autovrij marktje, lopen langs de Jhelum rivier, waar koppeltjes naar het water en naar elkaar kijken, langs authentieke woonboten waar oudere en armere families wonen, langs oude British Empire style huizen van weleer, die me doen denken aan de hill stations van Dalhousie en Shimla in Himachal Pradesh, ondertussen voor mij ook alweer bijna 30 jaar geleden.







We komen uit bij de zero Bridge, een voetgangersbrug gebouwd in 1950, met eetstalletjes en een zalig kleurrijk uitzicht. Dit deel van de stad bevalt me veel meer dan Dal-lake: authentiek en geen hassle. Het is dit soort toevalligheden dat nog meer verrassen en voldoening geeft.







Prachtig geschreven en zeer mooie foto’s, via je blog leren we andere culturen kennen!