2o juli
Srinagar blijft behagen. Vandaag gaan we met een lokale cabdriver voor ‘local sightseeing’, zoals ze het hier noemen. Het is bakkend heet. Gelukkig hebben we straks een zwembad. Right. Wait for it …
We rijden naar Pari Mahal, ‘the Palace of Fairies‘, gebouwd in de jaren 1600. Natuurlijk worden we eerst tegengehouden vlakbij ons hotel, door dezelfde soldaten als gisteren, die zich oeverloos vervelen. Ze willen opnieuw ons land weten en waar we naartoe gaan. ‘Local sightseeing’, zegt onze driver en ze laten ons opnieuw door. Daarna moeten we 10 min wachten aan een roadblock, the palace is nog niet open. De elfjes slapen nog.
Het voelt even aan of we in de Romaanse Provence zijn. Fairies zien we niet, wel veel lokale toeristen. die hier komen picknicken. Bovenop één van de gebouwen heeft vanzelfsprekend een soldaat postgevat. Damn, die kerels moeten een saai leven hebben. …








Daarna stoppen we bij een andere, iets lager gelegen garden, waarvan ik de naam vergeten ben. Er zijn veel gardens in Srinagar. Het is druk op de parking, aan de winkeltjes, aan de ticket booth.





Het zijn vooral vrouwen, die er met hun kroost op uit trekken om hier te komen relaxen.

Het is ook tijd voor een fotoshoot, en dat is toch alweer een tijdje geleden, dus we glimlachen nog.


Een ijsje, en weg zijn we.

We rijden rond Dal-lake, richting de Eid In Hazratbal moskee. De driver is supervriendelijk, brabbelt in Kashmiri, dus zo goed als onbegrijpelijk. Hij is gejaagd, met hem zou ik niet door de Ladakhi-bergen rijden, maar hier navigeert hij naadloos doorheen het drukke verkeer. Het is zondag, en elke Kashmiri lijkt op dagtrip. Fietsen rond het meer. Bootje varen. Whiskey drinken. Picknicken. De chauffeur vertelt me dat zijn vrouw dood is. ‘Kidneys. When my kids 2, 4 and 6 year.’







Rondom de Eid In Hazratba-mosque is er een leven van jewelste.



Lokale toeristen en heel veel duiven. Het is zoeken naar een parkeerplaats, en na afloop van ons bezoek is het ook zoeken naar onze driver. Onze dames, in tegenstelling tot de lokale Indiase vrouwen, moeten via een achterpoortje naar binnen. Ze vertikken het. En dat snap ik. Ik doe mijn schoenen uit en loop door. Een vrouw houdt me tegen, gebaart dat ik mijn blote benen moet bedekken en geeft me een vod. Maar een jongeman grijpt de vod uit mijn handen. ‘It is not necessary, sir. Please go in.’


Ik naar binnen, zonder vod rond mijn middel. In de ruimte voor het uiteindelijke ‘heiligdom’ mogen de vrouwen nog komen, ze zitten er te babbelen in groepjes terwijl hun kinderen capriolen uitvoeren op het vasttapijt. Vanaf dan is het men only. Ik ben snel weer buiten. Cultuur-relativisme on the side, het voelt toch nog steeds niet goed aan.

Het marktje richting de rivier is eerlijk gezegd veel leuker om te bezoeken. Verkopers zitten onder geel zeildoek, tegen de warmte. Er wordt vanalles verkocht, van reuzegrote roti, mini-ventilators, islamitische parafernalia, fruit, ijsjes ( twisters en home made stuff) en fake North Face.












We eten in de City-mall, een beetje airco en heerlijke Afghaanse shoarma. En er worden natuurlijk ook nog taartjes gekocht in Le Delice.
Daarna is het swimming time in het hotel! Yes!
Blijkt het zwembad een overlopende poel van testosteron te zijn. Machomannetjes die hun duik- en crawlkunsten tentoonspreiden.
Aanvankelijk mochten de monsters totaal niet binnen, het is te druk, het is zwemles, gegeven door de sympa maestro, met wie we gisteren al een woordje wisselden in het Duits. Het zijne beter dan het onze.

‘We zullen jullie bellen op de kamer als jullie mogen komen. In half an hour.’
Een uur gaat voorbij. De telefoon zwijgt.
Louise en Lux hebben het gehad en gaan opnieuw naar het zwembad. De ‘Duitser’ spreekt hen opnieuw aan. Sorry. Not now. Sari en de andere meiden komen ook toe en worden aangesproken door een andere dude, vandaag met walkie talkie. We mogen terugkomen tussen 17.00 en 21.00. ‘Then all pool for you guys.’

Sorry, but no way. Wij zwemmen. Nu.
Ok. Maar onze dames moeten in de baby-pool blijven. En even later zorgt de Duitser er voor dat er ook een baantje voorbehouden wordt. Er worden in het geniep ‘ toevallige’ foto’s van de dames genomen. Wat een gedoe. 🙂 De Duitser meent het goed en is vooral met ons welbevinden en onze veiligheid begaan, zegt hij.
-‘Normally they dive straight, but now they dive to the girls.’
-‘ They go underwater to see the girls.’
Hij heeft het tegen Louise zelf over ‘rape’.
Hij neemt het op voor de monsters, maar krijgt het aan de stok met de locals. Er wordt geroepen, mensen zijn kwaad. Eigenlijk zijn we hier niet op onze plaats. Een cultureel-moreel dilemma. We betalen voor een zwembad en eigenlijk blijkt het de eerste dag leeg en daarna een duur public pool te zijn. Maar wie zijn wij om hier iets te eisen.
Maar het is fokking warm … Onze morele standaard zakt naarmate de temperatuur stijgt.

De meisjes gaan uit het water. De kerel stelt voor om een paar zonnebedden voor ons te verplaatsen. Superlief, maar op een grasveldje, waar constant auto’s voorbijrijden. No thx. Ze komen me halen, het is ondertussen 16.00 en om 17.15 wagen we samen een nieuwe poging.
Het zwembad zit nog voller dan ervoor. Hilarisch eigenlijk. Een security-guy houdt me tegen en verwijst me door naar zijn baas, die iets verderop aan een tafeltje zit.
-‘Who is the boss’, vraag ik.
-‘There is a lot of bosses hier’, antwoordt één struise snor.
Hij is dus de baas.
-‘ The pool will be empty at 18.00. Promise. Then one hour cleaning. 19.00 pool is all for you.’
-‘ We pay for the pool’, zeg ik, en voel me tegelijkertijd nogal elitair.
-‘ I understand, sir. Apologies, sir.’
Whatever. We gaan eerst terug naar Zero Bridge, een racetje met twee tuk tuks, om er wat eten achterover te slaan met uitzicht op de rivier. Het is opnieuw hels pikant. Daarna nog wat pancakes with homemade Nutella. (We zeggen neen tegen frietjes met slagroom, aardbeien, speculoos, en home made Nutella.)








And back we go. Het is ondertussen 19.10. Even het zwembad checken.
Het zit nog voller dan het de hele dag al vol zat. Ik word er een beetje onnozel van. We druipen weer af. (Let op de woordspeling.)
De Duitser komt ons achternagelopen. De kerel voelt zich echt verantwoordelijk, terwijl hij het totaal niet is.
(In het Duits …) ‘You have my promise sir, in ten to fifteen minutes, the pool is for you.’
Ik geef hem een hand en bedank hem oprecht.
Een half uur later, om zeker te zijn, gaan we opnieuw een kijkje nemen.
Het zwembad, u raadt het al, zit tsjokvol. En inderdaad, enkel met mannen en kinderen.
Maar dan … de Duitser en de security guys geven teken dat iedereen er uit moet. Dat is nu ook niet de bedoeling, zeg ik hen. Maar ze blijven fluiten en mensen ‘wegjagen’. Het duurt even, er volgt wat discussie, maar het zwembad loopt leeg.
Ik geef opnieuw aan dat dit niet nodig is.
-‘ Every time the same, sir. We tell them to go, and they want to stay another hour. And tomorrow again one more hour.’
Het is dus niet enkel voor ons. Oef.
En een kwartier later zwemmen we alleen. En OMG het doet deugd: de eerste keer echt zwemmen in de hitte van de voorbije week en meer.



De kerel die ik als boss gezien had, blijkt Javi’s zoon te zijn. Toffe kerel. Hij woont in Birmingham, vertelt hij. ‘But my father asked me to come back. I am his only son. So I quit my job.’
-‘ Glad to be back?’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Nobody who lives here wants to be here. These tensions … Everything could happen any time.’
-‘We houden het zwembad open om de kosten te drukken,’ zegt hij, ‘het is bijna onze enige bron van inkomsten. De chloor komt uit Delhi. Het onderhoud is duur. Mensen huren een kamer om te kunnen zwemmen.’
En wij maar zagen …
-‘In welke kamer zitten jullie, vraagt hij.’
-‘Euh, 307, 308 en 3011.’
-‘We send some food to your room. Byriani. Typical Kashmiri food.’
Een kwartier later staat de Duitser samen met een hotelbediende aan onze kamer.
Me big smile. Thx! (Maar voor de monsters iets te pikant … 🙂

En morgenvoormiddag, voor we onze vlucht naar Delhi nemen …
gaan we ZWEMMEN!