25 december, Taghazout
Het miezert bij het opstaan – en dat doet het voor de rest van de voormiddag – maar het is minder koud. We ontbijten en nemen een taxi rechtstreeks naar onze AirBnB in Tahgazout (77 km, 1.5 u rijden), op 200 meter van het strand.


De kerel van gisteren vroeg 700 dirham (ongeveer 70 euro), nu betalen we 50 euro, wat waarschijnlijk nog steeds exuberant is. Het gemiddelde loon ligt hier bijvoorbeeld op 450 euro. Een politieagent verdient er 600, ‘om de corruptie tegen te gaan’. (Al lukt dat blijkbaar nog niet al te goed. Verkeersboetes betaal je ‘onder tafel’, en je vraagt best niet naar een bon. Of je nu in Azië bent of in Noord-Afrika … People are people.)





Onderweg stoppen we opnieuw voor een stevig koffietje voor de papa. We verlaten even de hoofdweg en rijden door een mooi stukje natuur. We passeren modern Agadir en rijden Taghazout binnen.

De Airbnb is moeilijk te vinden, maar onze aardige chauffeur (alweer een Mohammed), maakt er geen punt van en rijdt zich ettelijke keren vast. Met de glimlach. Uiteindelijk laten we hem stoppen en gaan het laatste eindje te voet.





Taghazout is kleurrijk en aangenaam. De naam Tahazout (Berbers: ⵜⴰⵖⴰⵣⵓⵜ) komt waarschijnlijk van een Berbers woord dat klein visnet betekent. Overal eethuisjes, met geurend rokende tajines die staan te wachten, guest houses, sjofele en iets meer high end hotels en winkeltjes met T-shirts en hoodies, magneten en aardewerk. En surf shop naast surf shop naast surf shop. Er zijn veel toeristen, maar de sfeer is lay back. Geen hassle zoals ik me het herinner van 30 jaar geleden. Af en toe, je herkent ze van een mijl ver, een dubieus figuur. ‘Want something, mister? Hash? Anything?’ Vanzelfsprekend koop ik een paar kilogram wiet voor thuis. As if.
We droppen onze bagage en lunchen in een sjofele snackbar, op een klein pleintje. De kinderen pizza margherita en een taco en ik een héél lekkere couscous, samen negen euro. Daarna hangen checken we in en kuieren we wat rond, slenteren langs het strand met blauwe sloepen en grijs-witte meeuwen, lopen door de steegjes met graffiti en muurschilderingen. In één van de steegjes zingt Bob Dylan Mr. Tambourine man.







| A bit shitty Ik ga naar barbier ‘Chez Mohammed’, en wil daarna geld afhalen. Ellende. Ik probeer vijf ATM’s, maar vang met mijn kaart telkens opnieuw bot. Ik heb nog 40 dirham (4 euro). Het is de avond voor Kerstmis en mijn Crelan-bank is gesloten. Ik bel Crelan-Assistance. De kerel is heel hulpvaardig en werkt heel snel, want mijn belcrediet kan elk moment op zijn. Hij probeert tevergeefs allerhande instellingen. Visa, vragt hij? Maar ik kreeg net voor ons vertrek een nieuwe Visa-code, en dat was voor mijn vorige kaart. Dus die werkt ook niet. Just my luck. Ik probeer Visa-Assistance, maar hupla, geen credits meer. Big fun. Een man adviseert me naar Tamraght te gaan, een naburig dorp 15 minuten richting Agadir. Daar zijn meer ATM’s. Maar … ik heb geen geld meer voor een taxi. Ik ga aan een busstop staan. Onmiddellijk stopt een Fiat Dobbie, die zijn beste tijd gehad heeft. Mohammed gebaart me om in te stappen. Naar Tamraght, zeg ik. Cinque Dirham monsieur, pas de problème. Dat valt dan weer reuze mee. Mohammed vertelt hoe hij voor een Engels bedrijf werkte en elk jaar een maand in Londen verbleef. Hij verhuurde ook een kamer in Taghazout, maar deed die van de hand om de Fiat te kopen. Nu rijdt hij voor InDrive, en dat is volgens hem wél een heel betrouwbare app. Mohammed dropt me bij een ATM, maar hij wil van geen betaling weten. Shukran, zeg ik, habibi, hart op mijn hand, wat zo lees ik achteraf zoveel betekent als “Dank je wel, mijn liefste” of “Bedankt, mijn schat” betekent. Nog later hoor ik dat ik het wel correct zei. Een vrouwelijke spreek je blijkbaar aan met habibti, (Please correct me if I’m wrong.) De ATM geeft geen krimp. Een andere, iets oudere Mohammed gebaart me naar een bankautomaat aan de overkant van de straat. Hij woonde in Charleroi, vertelt hij in goed Frans, en in Luik. België is een goed land, zegt hij. Gelukkig gelukkig gelukkig doet deze ATM het wel! Mohammed is blij voor me en in één ruk vertelt hij dat hij ginds woont, in een klein dorp, en dat hij kinderen heeft en wel wat geld kan gebruiken. Ik frons mijn wenkbrauwen. Je m’y attendais, zeg ik. Ik haal de veertig dirham uit en geef er hem twintig. Non, quarante! Ik frons nog meer en houd het op twintig. |
Terug naar Taghazout deel ik een taxi met Seamus, een magere, praatgrage Ier, die les geeft in het vijfde leerjaar. Nu komt het toevallig goed uit dat ik ook praatgraag ben en ook in de educatieve sector werk, en we tetteren natuurlijk honderduit over de toekomst van het onderwijs.





We snoepen, met uitzicht op de golven, pannenkoeken met banaan en Nutella, en half baked cookies. Ik koop een hoodie, want met mijn enige trui red ik het niet. Het koelt echt af ‘s avonds en de wind is kil.



Ik drink een Cassablanca– biertje (heel flets), terwijl de monsters nog wat aan hun status op sociale media werken op de kamer. En dan is het kerstavond, maar er is wonderbaarlijk geen kerstbal te bespeuren. Je ne m’y attendais pas. Alles voor de toeristen, dacht ik. Maar zo is het goed.
Eén enkele Marokkaan doet zijn best, een rode kerstmuts op zijn hoofd. Waarschijnlijk Mohammed de locale odd ball. Ons kerstmaal: spaghetti bolognaise en fried rice.



