winter 2025, Morocco, West CoAST

22 december 2025 – Douira

We vliegen voor negen nachten de plas over. Richting de Magreb. De monsters en ik. Ze willen surfen, de dames. Dus we landen in Agadir, en blijven aan de westkust.

De vlucht heeft natuurlijk vertraging, en ik verlies, zomaar voor de lol, nog even mijn bankkaart. We houden het nooit simpel. We houden graag – speciaal voor u, beste lezer – de spanning erin. Het vliegtuig zit bomvol, groene lederen zetels en een paar schreeuwlelijke baby’s. Oordoppen in en hoofdtelefoon op. De vlucht ondervindt redelijk wat turbulentie, maar de monsters zijn flink en de piloot krijgt een applausje bij de landing. Geen shit met de bagage deze keer, noch met de douane. Smooth.

Ik probeer InDrive, de lokal app, voor vervoer naar Douira, en onmiddellijk melden enkele drivers zich. Ik accepteer er eentje, maar hupla, daar krijg ik al een telefoontje. ‘There is something wrong with the price, sir.’  Thanks but no thanks. Later waarschuwt een taxichauffeur me dat al die ‘Uberachtige’ apps in Marokko onbetrouwbaar zijn, en al zeker met kinderen.

Ik bel de drie contactnummers voor het hotel. Even melden dat we vertraging hebben. Geen antwoord. Duh. We nemen een officiële cab naar Douira, een 45 min ten zuiden van Agadir. 30 euro. We blijven er twee nachten in Riad Ocean Beach Douira. Het is pikdonker en de driver rijdt natuurlijk verkeerd. We verlaten de verharde weg, over een landweg vol kuilen en het zand dat spooky over de grond zweeft. Bladloze planten kromgebogen door de wind

De driver stopt in the middle of nowhere. Het is hier, gebaart hij. We kijken om ons heen. Right. Is it? Wat licht op een honderd meter van ons. Het zand zwiept in ons gezicht. De chauffeur geeft de richting aan. Daarheen. Wacht even hier alsjeblieft, of beter nog, kom met ons mee, vraag ik hem, in het Engels en het Frans. Hij knikt, wandelt een paar stappen weg van zijn wagen, keert terug en vertrekt. Nice. Chokran. Ik wou hem nog een fooi geven. Just his luck. We sleuren de valiezen over het duinzand, lichten bij met onze gsm. We kijken over een muurtje heen en herkennen het zwembad van het hotel. Er komt een vrouw naar buiten. Ga rond, gebaart ze. Iedereen gebaart hier.

Een kerel toont onze kamers. Best ok. In de verte horen we de zee. Voor de rest slaapt alles.

23 december 2025 – Douira

Ik word wakker van de koude en een stijve nek. De matras is hard. Geen handdoeken, dus geen douche, ook geen water uit de kraan. Het toilet sjast blijkbaar niet door.

Buiten is het echt fris, en er staat een stevige wind. Maar de zon komt op. Prachtig. Ik ga naar de keuken, annex eetplaats. De grote, massiefhouten tafel staat gedekt voor meer dan tien. Er zijn pannenkoeken met drie soorten confituur en boter, er is cake, er is lekker brood. Geleidelijk aan sijpelen de andere gasten binnen. Ze blijven maar komen, elk met hun eigen verhaal. Een groepje verschillende nationaliteiten vol vragen, dat elkaar nog maar leert kennen. Een potige,  getattoeëerde Engelsman die op zijn eentje de kerstgekte ontvlucht. Een Vlaams gezin dat vorig jaar de vader verloor aan een hersentumor. En, denk ik, een groepje goedlachse Russen.

En dan maken de monsters hun intrede. Ze hadden het ook koud vannacht, en hun toilet doet het ook niet. Een schurftig huiskatje laat zich niet graag wegjagen.

 We wandelen naar de zee, vergezeld door twee honden, die Lux al onmiddellijk Freddy en Bob doopt. (Het aanhankelijke huiskatje heet vanaf nu Jelly.) Het strand ligt een vijftig-tal meter dieper. De golven zijn wild.

Enkele locals zoeken tussen de rotsen vlakbij de branding naar oesters, krabben, mossels. Een vrouw, helemaal ingepakt in haar sluier, loopt ons voorbij met haar ezel. Ze brabbelt iets, natuurlijk begrijpen we haar niet, maar het klinkt niet zo vriendelijk.

Onder en in de hoge rotsen liggen of staan de betonnen restanten van wat ooit ‘huizen’ (?) waren. Langs de rotswand hangt nog wat resten trap. Er was te veel miserie hier, vertelt me een Marokkaan, dus werd alles afgebroken. Maar het steenpuin bleef liggen. En het plastic ook.

Douira is een scheet groot. Een tiental huizen, een vierkant schooltje, een muezzin en een haan in de morgen, verder niks. Er is een winkeltje, maar dat is gesloten.

We spelen Code Names in de zon, en genieten van een zalige, lekker gekruide tajine. Drie porties, maar twee was eigenlijk al meer voldoende. Gelukkig kan de papa goed eten.

In de namiddag nemen we een taxi naar Parc National De Souss Massa, een reservaat dat zich over 160 km uitstrekt langsheen de kust. We stoppen voor een zalig straffe koffie bij een van de ‘kraampjes’ langs de weg.

Uitgestrekte rust, met hier en daar een eucalyptusboom, en vooral veel laag, stekelig struikgewas. We spotten tientallen elegante gazelles – de mannetjes met donkere vlek op het voorhoofd, de vrouwtjes met een lichtere -, adaxxen (een ernstig bedreigde Sahara-antilopensoort), everzwijnen met een trein jonkies in hun zog.

En arrogant-imposante struisvogels. Als de zwalpende, lange nek van de mannetjes rood kleurt, dan zijn ze agressief, geeft onze sympa gids aan. Paarseizoen etc.. De dieren zijn niet bang. De struisvogels s’en foutent. Ze zijn gewend aan mensen, en behalve de arend zijn er geen roofdieren.

En wat met de Fennek vos (Vulpes zerda) (ook wel zandvos genoemd), en misschien zelfs de zeldzame Roodvos (Vulpes vulpes), hoor ik u al natuurlijk opwerpen. Klopt, maar die jagen op nog kleinere prooi. De kinderen amuseren zich, al lijkt het ene beest voor hen vanzelfsprekend al snel op het volgende en is hun aandachtspanne sowieso kort.

Het heeft in het park blijkbaar al vier jaar praktisch niet geregend, zegt onze gids. Deze streek is nochtans dé belangrijkste landbouwzone van Marokko, zo wordt ons verteld. Duizenden vierkante meters serres met frambozen, bosbessen en andere rode vruchten. Er wordt water gewonnen uit de zee en ontzild.

De temperatuur is zalig, en oh boy … het is ook zalig om er weer eens uit te zijn. Weg van het gedoe, in een andere wereld.

De kwaliteit van mijn foto’ s wordt er, vrees ik, niet beter op, en al zeker niet als het donker is … tijd voor een nieuwe smartphone? En de kwaliteit van het internet is hier, om het eufemistisch uit te druKKen, labiel, dus bloggen wordt een frustrerende klus.

We eten nog gebakken vis en rijst met munt en de dag zit erop.

Leave a Reply