Thailand 2023: Pale Ale in Khao Yai

Op aanraden van manager Po (Poh? Puo? Pupopo? Bumibolli?) snoven Lux, Marie-Lou en de papa gisterenavond nog wat locale sfeer op een lokaal avondmarktje, op 10 km van het Ayutthaya River Garden Resort. Geen zottigheden deze keer. Gewoon een leuke, typische markt met foodstalletjes. En typische geuren van verbrand vet, kippenpoot en pannenkoek met. En ook een beetje stinkvis. En stinkdurian. En sushi. En larven in verschillende maten en kleuren. Gezellig! Enkel Thai food, en elke avond open. Komt dat zien!

En nog een leuke avond in het River Garden Resort …

Dag Drie

We rijden vanuit Ayutthaya, over Saraburi naar Khao Yai. Het is een hectische rit, met veel links én rechts inhalen, massa’s vervaarlijke ‘opgepast-ik-zwenk-uit’-vrachtwagens, met drie dochters, een mama en een omoe die in alles gevaren zien, en een papa die zich serieus, toegegeven, enerveert en al eens tegen de richting in rijdt.

Maar stel je voor: u draagt, als u een man bent – en zoals 90 % van de mannen – links. Plots wordt u gedwongen rechts te dragen. Van de ene dag op de andere. U begrijpt dat dit frictie, wrijving, botsingen en ergernis veroorzaakt. Misschien zelfs een beetje schimmel.

Zo gaat het ook met rijden. Je rijdt je hele leven rechts. En plots, van de ene dag op de andere, word je verplicht links te rijden. Dit veroorzaakt wrijvingen en bijna-botsingen. En al zeker als het landschap het eerste anderhalf uur niet adembenemend mooi is. Industrie en lelijkheid, via een zes-vaks-baan. Bedankt dus, beste lezer, voor uw begrip. (Ook voor het begrip voor mijn metafoor.)

Saraburi, hoofdstad van de gelijknamige provincie, telt opnieuw een ellenlange resem aan temples. We maken een vrome stop bij de Wat Phraphuttachai, een pagoda bovenop een rots. Je moet er eentje kiezen. (Als je 35 dagen weg bent, en je kiest elke dag één tempel … ik laat de optelsom aan u over. Gewoon even voor de duidelijkheid, zodat we niet verdacht worden van culturele luiheid.)

En Yes! Bingo! De Phraphuttachai is een sprookjesachtig mooie combi van architectuur, sfeer en natuur. Indrukwekkend. En machtig vergezicht. (vergezicht niet in beeld hieronder)

En ja … Apen alom.

Vlooien ook.

Langzaamaan verschijnen er heuvels en meer groen en verdwijnt de lintbebouwing langs de highway. Oef. Maar eens we het nationaal park zelf naderen, rijzen de koffiehuizen, restaurants en hotels als paddenstoelen genadeloos uit de grond. Sommige hotels zijn gebouwd in de ons welgekende ‘fermette-stijl’, andere hebben ‘die typisch Toscaanse feel’, en de héél exuberante exemplaren meten zich namen aan als Mövenpick Resort Khao Yai.

Meer van deze onzin? Check hier. ( Foto’s hieronder geplukt van het web.)

Gelukkig ligt ons hotel, het Phuwanalee Resort, een eind weg van de buzz van de hoofdstraat, en is het een oase van old school Thaise rust.

We eindigen de dag met avondeten in The Hop Beer House Khao Yai. I kid you not. Europa is hier alomtegenwoordig. Het oude continent. Onbekende melancholie in Azië. En ook grappen en grollen met de obers: het loopt helemaal mis met bestelling. De helft van de bestelde gerechten verdwijnt ergens tussen keuken en tafel. Maar mijn fried chili squid…. Oh boy. Zweten geblazen lekker! En de Indian Pale Ale, gebrouwen in de heuvels van Khao Yai, moet niet onderdoen voor een Obus noch Wiezeke.

En de rekening? Die klopt voor geen meter.

Wie ben ik om trouwens om te beweren dat een Mövenpick-resort belachelijk is? Ik drink hopbiertjes in de Thaise jungle en leg daarna mijn leden te slapen in een hotel dat voor mij ‘authentiek Thais’ overkomt …

Santé.

Leave a Reply