Aangezien het ontbijt de belangrijkste … en bla bla bla: rijst en chili, of pancakes, watermeloen, toast … we klagen niet!
We rijden een half uurtje naar de ingang van het Khao Yai National Park. Het is het eerste officieel erkende (1962) , 3de grootste in Thailand van zijn soort. Een World Heritage Site erkend door UNESCO, en de thuis van meer dan 350 beschermde of bedreigde diersoorten. Gibbons, neushoornvogels, bruine beren, jakhalzen, wilde olifanten, een meneer hagedis …





Na een kwartier gepruts met een verplicht te downloaden app en dan zo online proberen betalen, komen we opnieuw bij mijn voorgestelde eerste optie: can I pay cash please. De vrouw in militair uniform (hieronder clandestiene foto’s) geeft uiteindelijk lachend toe. Het is weekend, dus we zien veel dagjestoeristen, net getrouwde koppeltjes en equivalenten van communiekantjes (?). We rijden met onze Xpander het park binnen, en de wegen liggen er beter bij dan erbuiten. Het is bewolkt, dus we zweten ons niet leeg vandaag.


Gezien onze bescheiden ervaringen met andere parken, weten we dat je vaak van een kale reis thuis komt, wat het dieren spotten betreft … Dus we zijn superblij als we, op een eerste korte wandeling naar een kleine stroomversnelling in de rivier, een paar guitige gibbons zien slingeren in de bomen. Rare, but not impossible, las ik ergens online. Sorry, geen foto’s, dus geloof me aub op mijn geschreven woord.






We rijden door naar de Haew Su Wat waterval, een van de cascades in het park. Steile trap naar beneden, huffende en puffende Thai, zichzelf bijna verongelukkend voor die perfecte selfie. Volgens Sari is dit de grootste doodsoorzaak in Azië. Dat las ze ergens, dus ik geloof het. Ze maakte me ook wijs dat de Thai geen vrijdag hebben, maar twee donderdagen. Aldus geen kans op een vrijdag de 13de. Het is me er eentje, onze Sari. We huppelen van steen tot steen, en maken kiekjes.


-Sorry, zeg ik tegen twee New Yorkers, als ik voor hun lens spring.
-No worries, we are all here for the pictures.
-That’s actually a strange thing to say, lach ik.
-Indeed, it has come to that … lachen ze terug.
We lachen hier wat af.













En dan spot Lux meneer hagedis. Dag meneer hagedis. Het beest warmt zijn koude bloed op aan de warme stenen. Hij geeft niet echt om ons, ligt languit uitgestrekt en kwispelt af en toe zijn scherpe tong. Ik probeer Obsidentify, maar de resultaten zijn dubieus. Muurhagedis? Grote Zandloper? Wilde Pijlstaart? (25 cm ongeveer, bruin-grijs … Wie helpt definiëren?)











On da road morgen:

