Een dag niks doen, enkel aan het zwembad liggen en pad thai eten en gekko’s spotten … blijkt toch moeilijk. We eten in een fantastisch gelegen lokaal resto’tje… (hebben ze 1000 liter Dreft in de vijver geloosd?) …



en daarna kruip ik achter het stuur van onze vriend Xpander en maak een ritje. In het achterland. Achter de schermen van lintbebouwing en brede banen en billboards, vind ik toch het rurale Isaan. Een prachtig landschap, loom en rustig. Asfalt maakt plaats voor roodbruine aardeweg, houten huisjes staan tussen palmbomen of aan de rand van lauwe meertjes. Een vrouw vist met een enorm net. Kinderen spelen met een hond naast een grote tempel. Lokale winkeltjes doen hun ding. Mannen en vrouwen werken, totaal bedekt tegen de zon met lange mouwen, maskers, parasols … in de rijstvelden.







‘s Nachts stormt het al een paar dagen, hevige donder en bliksem en bakken water en oude wijven die uit de hemel vallen, (Marie-Lou doet het in haar broek) en de rijstvelden liggen er ondergelopen bij.



Het achterland is arm, en een wereld van verschil met de grotere steden. Huisjes één kamer groot, op palen uit voorzorg tegen het wassende water. Ovens uit klei. Buffels die gezapig nakauwend de weg oversteken.



We nemen afscheid van Jean-Marc, Amon Ra en hun zoontje Winston, met de oprechte belofte contact te houden. Het waren zalige dagen in het Isan Golf & Adventure Botel. Onze tocht gaat verder, 235 km naar het oosten, naar Nakhon Phanom, een stad aan de oever van de Mekong, door de Friendship Bridge 3 verbonden met Laos. Na twee uren rijden, maken we een stop bij een groot tempelcomplex (waar anders?). Het is heet, gevoelstemperatuur 43 graden. Het zweet loopt van onze ruggen.








In de centrale pagoda gebaart een monnik de monsters en omoe te knielen voor het Boeddhabeeld. Hij besprenkelt hen met water, zegent hen en bindt een wit touwtje rond hun pols voor geluk. Linkterpols bij de dames, en bij mij rechts. Sari wordt niet gezegend … zij is f””ck.


We eten in een klein ‘openluchtwegrestaurantje’ langs de weg …

en na 3.5 uur rijden we Nakhon Phanom binnen. De blijde intrede van de monsters…



Het Chewa Khong Hotel, waar we drie nachten blijven (omoe twee, vanavond is haar, voorlopig, laatste nacht in Thailand ). Het hotel heeft een prachtige infinity-pool die uitkijkt op Laos, aan de overkant van de Mekong. Een machtige keten van karst-gebergte rijst als een muur op achter enkele kilometers oerwoud. Het lijkt ons te lokken, Laos, het roept, ‘avontuur’, roept het …
Omoe heeft geen kamer. Blijkbaar kwam maar een deeltje van mijn mail toe. Extra bed. Ja. Extra kamer voor 2 nachten. Neen. De staff spreekt geen woord Engels. Blijkt dat, volgens internet (en als ik iets lees op het net, dan geloof ik dat), Nakhon Pakhom de meest Thaise stad van Thailand is. Geen Engels dus. Westerse toeristen hebben we trouwens al in geen week gezien.







Nakhon heeft een totaal andere energie dan de steden die we al zagen. Lay back, nog vriendelijker een meer verwonderd, gezellig, met veel groen en kleur en een wandel- en fietspad langsheen de Mekong. En ook, uiteraard, grote, kinderlijke beelden van varkens, en hanen en …










Grote villa’s, sommige met een koloniaal tintje. St-Anna, een katholieke kerk. Gezellige verlichting bij avond langs de rivier, op terrasjes, met verkopers van lucky loterij-biljetjes, en een Tai chipodium met tig enthousiaste Thai die zich in bochten wringen, en het is warm, warm warm … 43 graden … en’s avonds breekt het onweer los …






We droppen onze vuile laundry bij een plaatselijke wasserette … want natuurlijk zweten en stinken we ons kapot … we mogen de was afhalen om 16 u (maar is dat vandaag of morgen … lost in translation …) we eten pizza bij de Pizza Company, met muurschilderingen van Venetië (een van onze duurste maaltijden tot nu toe … westers … kaas.. import…).

We doen nog een tempeltje …








en nemen een Tuk Tuk, al is het maar om af te koelen, naar de residentie van Ho Chi Minh in ballingschap, Ba Na Chok village, een 6-tal km uit het centrum.

Hier, tussen de palmbomen, smeedde mr. Ho zijn verzetsplannen tegen de Franse bezetter (van Vietnam). We kijken naar Ho Chi Minhs hoed, naar Ho Chi Minhs bescheiden bureautje en naar Ho Chi Minhs harde, houten bed. Hij was geen man van pracht en praal. Oude foto’s, verschoten door de zon, tonen zijn leven.











Voor een Thaise dame, die de souvenirwinkel ter plaatse uitbaat, zijn wij de attractie, of toch onze dochters … Ze praat honderduit, en we begrijpen er natuurlijk geen knijt van. Ze trekt tig selfies met de monsters en zij zingen K3 voor haar. Ik ben verliefd op Leonardo, Leonardo di Caprio.


Omoe neemt morgen een binnenvlucht naar Bangkok, en dan gaat het voor haar via Dubai naar huis. Hopelijk regent het tegen dan niet meer. Het was leuk je erbij te hebben, omoe!


We zijn overigens niet langer alleen in het hotel. Er zijn twee overvolle bussen Thaise toeristen neergestreken. Leerkrachten, zo blijkt. Waarschijnlijk in hun uitbolweek. Ze lanceren een feestje, dress code roze tutu, en we horen het kabaal tot in onze kamers. Oh boy. En dan plots, klokslag 22.00, de muziek valt stil, en de leerkrachten slepen zich, straalbezopen naar hun kamer …

