Summer 2023: Thailand: Durex in Pattaya

Na twee heftige reisdagen zijn we uiteindelijk, zoveel jaar na datum opnieuw in Kl, hoofdstad van Maleisië. Vanuit Bangkok namen we, wel te verstaan, een vlucht. Straks komt ook Moses aan, Sari’s broer die op Bali woont met zijn gezin. Het is alweer enkele jaren geleden dat we elkaar zagen … Maar eerst … onze laatste dagen in Thailand: Koh Chang, Pattaya (of all places) en Bangkok.

Koh Chang

Op vraag van Marie-Lou huur ik een scooter, 125 cc, voor een dag, onze voorlaatste dag op het eiland. Zalig idee! Het is makkelijker om de heuvels op te rijden dan met een wagen, en ook veiliger, doordat je meer uitwijkmogelijkheden hebt. Eerst snor ik met Marie-Lou naar het meest zuidelijke punt van het eiland, slechts enkele km naar beneden. Daar waar de jonge gasten zitten, de reggae speelt in goedkopere lay-back guest houses en resto’tjes. We parkeren onze scooter bij Bang Bao , een vissersdorp van weleer, met een pier op palen in de zee.

Enkele toeristen komen terug van een snorkeltrip, maar de meeste boten liggen passief aangemeerd. De meeste zijn ook goed onderhouden.

Veel vissersactiviteit is op dit moment niet merkbaar. De 700 meter lange pier biedt nu vooral slaapgelegenheid en sea food aan. ‘If it swim, we have it.’ Maar het is laagseizoen en de meeste etablissementen zijn gesloten. Er hangt een lui sfeertje. En een luie dame in haar hangmat.

Aan het einde van de pier staat een postkaartvuurtorentje op wacht. Voor de show. Een woning op het water valt op, door de grootte en de uitzonderlijke vorm van het dak.

Het is leuk om er eens alleen met Marie-Lou op uit te gaan. We praten over reizen, plaatsen waar we al waren, en plekken waar we nog heen willen. Niet over Tiktok of de Kardashians en hun frivoliteiten. En we kijken naar het uitzicht en genieten. En eten lekker met rustige golven op de achtergrond.

We volgen de weg, maar plots, heel vreemd, stopt die. Het nationaal park ligt in de weg, en dus moet je eigenlijk helemaal terug om een plaatsje 1 km verderop te bereiken.

We volgen de weg zolang we kunnen en komen plots aan een slagboom en twee vrouwen die hem bedienen. Blijkbaar staan we aan de rand van een resort. 100 bath om de waterval en het hotel te bekijken. Ok. Doen we. We verwachten ons aan privéstrand en poepsjiek. Het watervalletje is een tofke, maar we bedanken voor het koude water. We rijden door en komen bij het Boat Chalet Resort. Een spookresort. Bewaakt door grote olifantenbeelden.

Heel bizar. Marie-Lou houdt tot op het einde vol dat de kamers nog gebruikt worden, maar ik, in al mijn wijsheid, weet dat het niet zo is. Later vraag ik wat rond, en het resort blijkt al voor Covid gesloten, in 2006. Geen geld meer voor herstellingen. Nochtans zou de eigenaar steenrijk zijn, en verschillende andere eigendommen op Koh Chang bezitten. Volgens een andere bron heeft de man verschillende vrouwen (moslim?) en liet hij het Boat Chalet aan een van zijn eega’s, ‘met alle gevolgen vandien’ … (Dixit mijn anonieme bron, not me. Ik ben woke en verkondig dergelijke prietpraat niet.)

Als ik het hotel opzoek on line, vind ik foto’s van de grandeur van weleer, zelfs op Booking en Agoda, maar een kamer reserveren kan niet meer. Begrijpelijk.

De ligging is prachtig, een machtige, verlaten baai, een uitgestrekt strand.

Rondom enkele meertjes liggen oude bootvormige bungalows, helemaal mee met de stijl van het hoofdgebouw, denk mini-Titanic.

Naar de avond toe rijd ik met jongste monstertje Lux, naar het noorden, naar White Sand Beach, het nummer 1 strand van Koh Chang, in hoogseizoen een gala van beatboxen en zuipen. De golven zijn uitdagend, en Lux is having a ball. Papa ook. Ik babbel en drink een biertje met David en Stefanie, een gezellig koppel, met zoontje Vincent op reis. Ik had verwacht dat White Sand Beach packed zou zijn, maar neen hoor, we zijn praktisch alleen op het strand.

Pattaya

We nemen de ferry naar het vasteland, hadden weinig zin om Koh Chang te verlaten. Het was een toppertje! Achter ons pakken donkere wolken samen en de hemelsluizen boven het eiland gaan open. Tot nu toe hadden we zo goed als geen last van de moesson, op een paar heel stevige onweersnachten en een hysterische Marie-Lou na. Na de oversteek is het nog een intense rit van een vijftal uur naar Pattaya.

Pattaya. 90.000 inwoners en 10.000 hoeren, kwestie van een gezonde ratio te behouden, zo las ik ergens op het net, en dan geloof ik dat. The world’s capital of decadence. Maar het is niet zoals verwacht. Het is beter dan verwacht. Aangenaam, kleurrijk en proper. Een leuke afwisseling na de saaiere, grijze drive through steden en stadjes in Isaan. Een avenue met ranke palmen langs de zee. De prachtige baai ligt vol met sloepen, speedboats en plezierschepen.

Een pleintje met fake mengeling van koloniaal en Amsterdam. Met krokodil aan het spit. En een stukje Bobbejaanland-Chinatown.

Sentral Marina Mall, waar een groepje hippe Thai de moves kopieert van enkele stevige dance chicks op het podium. Een oudere dame springt ook op het staketsel, bakt er weinig van maar heeft ongelofelijk veel leute. Onze monsters doen even enthousiast mee, maar buiten, op 30 meter afstand, achter glas.

Ik had me verwacht aan slunzige straatjes, zoals Patpong in Bangkok met zijn pingpongballenshows, kathoey, en Khao San Road, de backpackerstraat van weleer, waar je aangeklampt werd door mannetjes met menus vol vrouwen en standjes. We rijden in een tuktuk langs eerbare etablissementen met body to body en soapy massage, en enkele bars met fluo en flashy en pink, waar de prostituees langzaam wachten op klanten. Ze spelen een partijtje pool en hangen over hun barkrukken, zwaaien hartelijk naar onze monsters. Meer contact hebben we niet. Maar er is natuurlijk ook een duister Pattaya, waar het vocht rijkelijk vloeit.

Het LK Emerald Beach, waar we een nacht slapen, is een pareltje van Versaillaanse wannabe kitsch, met een over the top inkomhall en een welkompakje Durex in de kamer, want je weet maar nooit. Lux is in haar nopjes met de vijf puppies in de kelder.

Pattaya, maybe we’ll be back!

Onze voorlopig laatste nacht in Bangkok en Thailand (we hebben het land ondertussen wel gezien, maar je weet maar nooit), spenderen we in het Tinidee Hotel Bangkok Golf Club, buiten de buzz van de hoofdstad, op een uurtje rijden van Don Muang International airport. Het is, zoals de naam het zegt, een golf resort voor de hoi peloi, met een prachtige course en mannetjes die rondgereden worden door lila vrouwelijke caddies in witte karretjes. Een golfkarretje brengt ons ‘s avonds naar een foodcourt een kilometer of zo verderop.

Leave a Reply