Een laatste nacht in Bangkok en dan een Air Asiavlucht naar de hoofdstad van Maleisië. We zijn opnieuw in een andere wereld.







Het is onze vierde keer in KL, en we blijven ervan houden: het is zalige stad, een melting pot van rassen; Malay, Chinees, Hindu …, een kruispunt van culturen, een festijn van lokale en internationale gerechten. De stad heeft een ruimtelijk, open gevoel, een mega efficiënte sky train, en oud met koloniale invloeden, en hypermodern naast elkaar. Het lijkt een beetje een onwezenlijke ‘pretstad’. Maar dat is natuurlijk een facade, en de facade is het enige wat we zien in vier dagen.





Chinese schrijnen en Hindutempels staan in de schaduw van splinternieuwe constructies. Maar er zijn ook vuile achterbuurten en steegjes vol opgestapeld afval, vooral dan in: Little India: de Brickfields-wijk.









Moses, Sari’s broer is aangekomen uit Bali, en na 5+ jaar is het een warm weerzien, ook al lijkt het de dag van gisteren. We boekten een airbnb vlakbij de de sky train en de imposante Merdeka tower of freedom, een appartementje met drie slaapkamers with a view, en een zithoek, aangenaam na een maand hotelkamers. En nodig na een maand reizen.







We zijn nogal ontgoocheld in het zwembad. Hoezo infinity pool met uitzicht op de skyline? Blijkt dat er twee zwembaden zijn … wij weer content! I know. Verwend verwend verwend.




Kuala Lumpur Sentral
We nemen de sky train naar KLCC, het centrum van Kuala Lumpur.




Het is shopping time, shop till you drop, zoals meestal aan het einde van onze uitjes, al valt het deze keer reuzemee. Pavillion in Bukit Bintang-wijk is een top notch mall, met de grootste namen, Tag Heur en Dior en Mont Blanc en nog veel duurdere merken waar ik nog nooit van gehoord heb, maar de prijzen spreken boekdelen en en en … geen spek voor onze bek, maar leuk om vijf minuutjes in rond te hangen. Ik koop enkele Superdry Jeans en T-shirts. Het is het begin van de jaarlijkse grand sale. Ik denk dus goedkoper because 40% discount, sir, maar ik heb eigenlijk geen flauw wat een Super Dry broek in België kost …De aankoop van prullaria anderhande moet wachten tot pasar seni, vertaald als Art Market. De lokale prullariamarkt dus. Meer hierover in de volgende post! Nog even geduld!








We eten in the Food Republique, onderin Pavilion. Deze blog, ik weet het, scusi, gaat vaak over eten in alle mogelijke vormen, maar het blijft nu eenmaal een groot onderdeel van reizen in Azië, en van het leven van de Aziaten. ( In Zuid-Amerika vond ik dit een bijna te verwaarlozen aspect, maar misschien kende ik het landschap niet.) Maar hier, in South-East Asia, ik zei het al: ze eten altijd, alles en overal. En wij doen lekker mee.



Nu we het toch over voeding hebben, ‘s avonds eten we om de hoek van onze airbnb, in een lokaal eethuisje, tussen de gekalefaterde huizen, op plastiek stoelen, en met een volslanke serveerster die ons met een brede glimlach bedient. Het eten is gewoonweg zalig. Malay food, een afkooksel van Indisch (pun intended), zelfbediening uit aluminium bakken. De sambal staat al op het vuur te sissen voor morgen. Spicy shit, dude! En ook de volgende dag op het toilet!








Little India: Brickfields
We eten natuurlijk ook echt Indisch, meer nog, dat is één van de redenen waarom we hier zijn, in KL!





De monsters zijn niet steevast overenthousiast over de inheemse keuken, maar Indisch kunnen de oudste twee overwegend wel pruimen. Lux iets minder, Gelukkig is er lichaamstaal en zijn er ijsjes in overvloed!



Na het ‘diner’ kuieren we wat rond in Brickfields, om ons eten te laten zakken, gelijk dat ze zeggen. Het valt op hoe smerig deze buurt erbij ligt, in vergelijking met de andere delen van KL. Ik ga naar het toilet in een lokaal resto’tje en de trap naar boven alleen al is levensgevaarlijk vuil slippery. Aan het einde van een gang met piepkleine kamers en slippers voor de deur, zijn de toiletten gemarkeerd met ‘king’ voor mannen en ‘queen’ voor vrouwen. Het is een van die keren dat ik de toiletbril met mijn voet omhoog doe. Gelukkig stoten we, eerlijk gezegd per ongeluk, op de prachtige Sree Veera Hanuman Temple. Het is donker en de godinnen, goden en demonen op de frontgevel treden uit de schaduwen. Zoals de naam het zegt, is het heiligdom opgedragen aan Hanuman, the cheecky monkey god uit de Hindu-mythologie.





Blijkbaar wordt een bruiloft gevierd, niet al te opzichtig, want ik had het niet door, en buiten schuift een rij toevallige passanten aan bij een lange tafel. Ze mogen delen in de feestvreugde en krijgen gratis een vol bord.


De monsters en ik doen onze schoenen uit, krijgen een lendendoek om, en treden schroomvoetendhet heiligdom binnen. Hanuman is overal. De ene keer vecht hij met een reuzenarend, een andere keer met een megaslang. Het is nogal een vechtersbaas, onze Hannie.






Sadhu’s, de heilige mannen van dienst, ontvangen de offers van devote bezoekers en gasten en brengen ze naar het inner sanctum van de tempel. Er hangt wierook in de lucht, en een bijzondere sfeer. Sereen. Mysterieus.





Een scheet verder ligt nog een andere prachtige Hindutempel. De kleuren spatten er opnieuw vanaf.





Petalin street, CHinatown

Petalin street, een metrohalte en 10 min wandelen van onze Airbnb, is één van toeristische hotspots van KL. De hoofdstraat, met verkopers van nep Mont Blancpennen en nep Rolexen en nep Pradohandtassen, is the main attraction, en daarond liggen nog andere straatjes, steegjes en tempels, met koloniale gebouwen die zo omver kunnen vallen. De staat van de meeste gebouwen is trouwens erbarmelijk, zeker vanaf 1 verdieping hoog, maar het is leuk om er rond te wandelen. Gezellig zelfs. En de gefrituurde bakbananen, alhoewel niet per sé Chinees, zijn heerlijk.

















Even verderop ligt Kwai Chai Hong, losjes vertaald uit het Cantonees 鬼仔巷. als ‘Little Devils‘ Lane‘, of ‘Little Demon Alley, een kort, honderd jaar oud steegje waar muurschilderingen de sfeer van especially the glorious era of the 1950s and 60s recreëren, lees ik op het net, en dik gepromoot.

‘There are two possibilities for the origin of the name. One theory is that the Chinese refer to naughty children as Kwai Chai 鬼仔. Since this is where the place where the kids like to play, and hence the name was given.’












Ik poseer ook graag even bij ‘one of the oldest lamp posts in Kuala Lumpur!’ Ik was altijd al gek op oudste lantaarns.



In de straatjes rondom The Little Devils’ Lane hebben ook moderne artiesten op de muren geklad, met toch wel mooie resultaten.










Oecumenische als we zijn, stappen we ook nog een Chinese tempel binnen … Je weet uiteindelijk nooit welke goden echt echt zijn!







KL, we love ya! Morgen meer!