Easter 2024, Avignon, Partie 1

Sari geniet van een dikverdiende paar kinder- en Bas-loze dagen in Roeselare. De rest van de familie is ‘on the road’. Marseille en Montpellier bezochten Sari en ik de voorbije twee jaren, als mooi ‘tussendoortje’. Ella en Marie-Lou zijn op city trip naar New York met omoe. Bedankt, Regina! Deze paasvakantie is het, met enkel minimonster Lux en papa Bas, de beurt aan Avignon,

Onze trip begint minder goed; onze Ouigo-TGV heeft drie uur vertraging. ‘Personenongeluk’.

We moeten dus niet zagen.

Dag 1

We lunchen op La place de l’Horloge, een autovrij plein met dertien restaurants, in het verlengde van de belangrijkste winkelstraat, waar Lux dolblij een uur rondhangt in de Sephora-winkel, en ik me nog maar eens, tegen beter in, een anti-rimpel laat aanpraten.

-‘ Le Palais des papes hebben we gezien’, zeg ik aan de eigenaar van de tent waar we pizza eten, ‘de pauselijke tuinen ook. En de beroemde Pont Saint-Bénézet, die herkende ik natuurlijk al vanop afstand, van de plaatjes op het net en uit mijn herinneringen.’

De eigenaar alias ober, een sympathieke man van gemiddelde leeftijd uit Île de Reunion, met toeristen-grapjes en tattoos all over, knikt.’

-‘Wat is er nog meer’, vraag ik, ‘ wat zijn de Trip Advisor must sees?’

– ‘Cest Avignon’, zegt hij melancholiek, ‘il n’ya pas grand chose.’

Maar oh boy, heeft hij het even mis. Hij ziet het niet meer. Het is alledaags geworden.

De befaamde brug? Ou on danse? Je zou er even langs moeten. Fair. Of beter nog over. Zoals je even naar de Eifeltoren moet. Ik herinner het bouwsel van vroeger, een slordige 25 jaar terug, en recenter en altijd uit het deuntje dat we allemaal meezingen. Het is, scuze my French, een ontgoocheling (al was dat waarschijnlijk niet wat de ober bedoelt), en we voelen ons te goed om er zelfs maar op te gaan. We know better, culturele snobs als we zijn. ‘Een hoop stenen’, om het simplistisch te zeggen, die zelfs de overkant van de rivier niet haalt. Een overgewaardeerde reliek uit onze gezamenlijke folklore locale. Ammehoela.

Maar de ‘city’- sfeer is voor ons rijkelijk. Gothische torens daar en hier, en nog een ginds. Waterspuwers met droeve boze snoet. Platanen overal – die Lux ‘legerbomen’ noemt. De kleur van de zandstenen huizen en appartementen, te dicht bij elkaar om zonlicht te ontvangen. De pleintjes omarmd door groene blauwe regens. Een New Orleans-stijl saxofonist die ‘my huckleberry friend’ speelt. Met gusto. Maar ook veel clochards en bedelaars. En dat ze ook honden met zich meezeulen, vindt Luxie nog ‘het ergste van al.’

En de rust.

Het is opmerkelijk ongelofelijk kalm in Avignon. ‘Het centrum wordt meer en meer autovrij’, vertelt de ober met de tattoos.

Mooi zo.

En de zon. Die onbetrouwbare partner. Hier vervult ze wel haar plicht. In schaduw en in licht. (Ik geef het grif toe, af en toe word ik een beetje pathetisch, zeker als het, de laatste maanden, op zonlicht aankomt.)

Het Palais des Papes is subliem. De tuinen lavendel, kruidenvol, en schaduwrijk onder de hoge torens van het paleis. De ene zaal na de andere, vol grandeur en geur, trappen omhoog met zicht op, en trappen omlaag. We volgen de aangeduide route, twee gebaarde Katholieke priesters in zwarte tabbaard in ons kielzog, achter glas bleke schedels doorboord door kruisbogen, of weggemaaid door kanonskogels een groot kinderhoofd groot. Restanten van prachtige muurschilderingen. Lux kan op de gratis museum-Ipad zien hoe het vroeger was; virtuele silhouetten van geniepige kardinalen, snode priesters en de illustere tegenpaus van die periode lichtten blauw op tegen een achtergrond van tappesterie, buffet met fazant en ander kleurrijk doorbloed gevederd wild. En de pracht en droefnis van vervlogen tijden.

De muren van onze Airbnb zijn dik. Maar als je de buitendeur opent, komt de buzz van de stad je als een warm deken tegemoet. De zon zit uit en Avignon leeft buiten. Het lijkt alsof iedereen koffie drinkt, of wat later op de dag wijn en bier. Alsof het elke dag vakantie is. Er is altijd en overal een constant geroezemoes, van duizenden anekdotes en verhalen die verteld worden.

In de valavond en ook al voordien, is er ambience. Volle terrasjes. Een luie cocker-spaniel die tussen de terrastafeltjes rondsnuffelt naar restjes en vrouwelijke achterwerken. Duiven die elkaar botergeil achtervolgen. Avignon is geen grootstad, maar met 90.000 plus inwoners heb je al snel een amalgaam van verschillende cuisines, kleuren en geuren, wat je toch mist in kleinere Vlaamsche steden als daar zijn Deinze, Waregem, Eeklo en .. Roeselare, waar ik na jaren van vagabonderie uiteindelijk blijk gestrand te zijn. Maar, eerlijk, we aten net in de minst lekkere Indiër ooit. Dat dan weer wel. Opgewarmde Mac Indien.

 Dag 2

We huren een Vespa voor een dag bij Loc’two Scoot Avignon. Een knalrode. Benjamin van Loc’two slaat graag een traag babbeltje , en het duurt dan ook wat langer dan in Azië vooraleer we de baan op kunnen.

Met onze knalrode, blinkende scooter worden we deel van het decor. Als in La vita è bella toeren we zelfbewust en cocky rond, vaak tegen het verkeer in in eenrichtingstraatjes, want Avignon is een doolhof. Onze bestemming: L’sle sur -la-Sorgue, en verderop nog Fontaine De Vaucluse. Onze knalrode Vespa is geen 125 cc – want daarvoor heb je in Frankrijk blijkbaar het gepaste rijbewijs nodig- en we tjeezen dus aan een gezapige 50 km/u naar L’Isle sur la Sorgue. Maar F*** crap, want het internet op mijn Samsung doet het om de een of andere bizarre reden niet, en het is dus old school de weg vragen en behelpen. De route liep normaal tussen de lavendelvelden, maar al snel zitten we spijtig genoeg en totaal illegaal op een viervaksbaan, tussen vrachtwagens in de lelijke outskirts van Avignon. Blij als we uiteindelijk op wegen op scootermaat belanden.

L’sle sur-la-Sorgue is een toeristische trekpleister, met opvallend veel Noord-Amerikanen. Maar, de goden zij dank, de sfeer is niet verdwenen; pastelkleurrijke huizen meer dan eens in aandoenlijk belabberde staat, cafés met afschilferende houten voorgevels rond grote ramen, opnieuw een welgezinde jazzy saxophonist, brocante-troep en amateur-schilders met afkooksels van Van gogh op schildersezels.Een opgewekte slinger van restaurantjes langs de hardstromende rivier en je typische winkeltjes die zeep, nougat, fake Le Chat noir plakaten en lavendelzakjes voor 99 cent uit de Provence aan de man brengen. We eten aan de rivier. Het blijkt maar weer eens dat België in verhouding te duur geworden is.

Wat wil een mens nog meer? Lux geniet. Ik ook. (Hetzij zij iets meer van de schoenen- en prullaria-winkeltjes dan ik.) Waar is het lanterfanten in mijn leven gebleven? Een totaal nutteloos verloren half uur met een koffie, tussen twee bedrijven door? Vroeger had ik daar blijkbaar tijd voor. Niet dat ik ben aan het ‘druk druk druk’ mantra. Alsjeblieft niet.

We rijden verder, hogerop, met de Mont Ventoux op de achtergrond, richting Fontaines de Vaucluse. ‘Niemand heeft ooit kunnen achterhalen waar de bron zit’, vertelt de ober met de tattoos, ‘ het is deel van de magie. ‘ De rivier staat hoog en krachtig en hogerop, weg van het dorp, buiten haar oevers. Het water is azuurblauw, maar ijskoud ondervindt Luxie. Ze steekt haar voetjes onder en converseert met enkele nieuwsgierige eenden. Het zijn birdies met ‘sterallures, getuige haar Engelse benaming ‘Goldeneye”, lees ik op het net, want mijn kennis van deze beestjes is onbeduidend.

Terug in Avignon kuieren we nog wat rond, eten we opnieuw lekker en knutsel ik nog wat aan deze blog.

Leave a Reply