3 augustus
Van Udaipur gaat het naar Chitorgarh. Langs kleine dorpen met kleine heilige mannen. Met kamelen die lui grazen in de wegkant of weigeren baan te ruimen, en oranje mannetjes die naar nergens lijken te lopen (hierover later meer, echt waar.)









Eerste stop; Chittorgarh Fort. Eerlijk gezegd, op den duur denk je; alweer een fort, alweer een havelli. Maar deze setting is echt grandioos. Hoog op een heuvel, met een omwalling van maar liefst 12 km lang, en sommige gebouwen Unesco Werelderfgoed … en zoals vele architecturale pareltjes hier onbekend bij ons westerse publiek. Prachtige eeuwenoude tempels en paleizen omgeven door groen. And it is alive, want het is weekend en de Indische toeristen komen massaal opdagen. Het is aanschuiven voor een ticket, maar blijkbaar mogen dames voor, dus Sari doet haar ding. Vrouwen flaneren tussen de ruïnes in kleurvolle sari’s, en daar beneden ligt de stad.





En de apen, die waren hier altijd en eeuwig aanwezig. Cheecky bastards, deze languur (Google vertaling ‘lange apen’ oftewel ‘langoer’) staan hoog op hun poten, black face, en lange staart, zijn het spookachtige verschijningen die wegspringen in galop. Apen eten Lays chips, apen apen apen na.














Marie-Lou vertrouwt de primaten voor geen haar en geeft haar net gekochte mais aan mij waarop een durfal me onmiddellijk bij mijn T-shirt grijpt en de kolf wegsteelt, tot groot jolijt van onze Indische medemens. Als mijn bronnen correct zijn, werd deze citadel drie maal belegerd en reden de mannelijk snorren uiteindelijk fier en vol bravoure en met winderige vaandels hun dood tegemoet terwijl vrouw en kind zich op de brandstapel wierpen, om erger te voorkomen.











Een langoer vlooit op zijn dode gemak een hond, en lokale toeristen schuiven letterlijk aan om selfies met onze monsters te schieten. Het is een zalige ervaring, dit alles, met rondstoeiende apen, olijke toeristen en onze dames daar tussenin, op hun hoede voor zoogdieren en lokale bezoekers die hun Instagram willen boosten. It is a strange world, indeed.




Binnenin de tempels, naast eeuwenoude bizarre beelden (die eerder Polynesisch aandoen) wordt de grootste brol verkocht. Ancient meets crap.







We rijden het landschap binnen, op zoek naar onze slaapplaats bij het meer. We rijden door dorpjes en ook armoede, denk ik dan. Maar blijkbaar kost een degelijke buffel al snel 1000 euro, en we zien ze in drommen passeren. They are not poor, verzekert de eigenaar me van – sla me dood, ik vind de naam niet meer terug -, maar ik kan het niet geloven. De weg verdwijnt en we rijden over de rotsen naar het meer.






