Summer 2024: Oorverdovend India: Pushkar & Jaipur

4 augustus

Pushkar staat bovenop mijn lijstje, maar het mocht niet zijn. We zouden er drie nachten blijven, in het zalige White Rabbit, een rustige, mooie en cleane plek, met een ongelofelijk behulpzame eigenaar. maar de regen jaagt ons alweer weg. Veel straten staan blank, en het was zelfs moeilijk om ons hotel te bereiken. De staff staat met een paraplu onder een paraplu, terwijl de bagage op het dak van de Toyota met een dubbel zeildoek bedekt wordt. We besluiten sneller richting Delhi te reizen, want daar is er op dit moment het meeste kans op goed weer.

5 – 6 augustus

Jaipur. The Pink City. The STINK city. Het blijft verbazen, zelfs na 4 weken in Indië- en vele maanden heel lang geleden -hoe smerig het hier kan zijn. Dan denk je: gooi het dan tenminste op een hoop, en net iets verder van waar je woont of leeft … Nope. De monsters ruiken de shit meer dan ik. Ben ik er al aan gewend? Zelfs in de meest holy tempels stapelt de crap zich op. Monkey temple? Buy candy for monkey? Sure. En zelfs de apen doen mee aan de vervuiling; ze nemen het snoepje aan, trekken het papiertje er af en gooien het naast zich neer. Maar wie kan een aap iets verwijten?

Het regent ook in Jaipur. We proberen de regen te ontvluchten, maar de moesson haalt ons telkens in. Gelukkig is er de mall. Of net niet. Luxie viert haar verjaardag alweer in Azië. haar twaalfde.

Ze heeft natuurlijk de hele dag op voorhand in kaart gebracht. Maar India zou India niet zijn mocht alles van een leien dakje lopen. Ontbijt met pancakes. Check. Verplicht bezoek aan monkey temple. Met tegenzin maar uiteindelijk helemaal ok. Check. To the mall en de Sephora winkel. No check. Sephora winkel bestaand, maar teleurstellend aanbod, alleen spullen voor de oude mensen . Arcade on the top floor. Creepy sfeertje blijkbaar, onvriendelijk personeel dat hen aanstaart en nog eens verliezen met een spelletje ik-weet-niet-wat. No check. Humeurige Luxie. Terug naar hotel. Een facial van een uur. Luxie weer content. McDonalds (sorry, bro). En uiteindelijk toch een happy BD!

In Khania-Balaji, een stadje een half uurtje weg van Jaipur ligt de Galtaji temple, oftwel de monkey temple. Het is een onverwacht machtige plek. We stappen uit de auto en onmiddellijk spreekt een gebaarde Hindu ons aan. I am the monkey master. Komt dat even goed uit! Van een andere toerist hoorde ik dat het geen gek idee is een gids mee te nemen, die helpt om met de apen om te gaan. En hupsakee, just our luck, de enige echte monkey master biedt ons zijn diensten aan!

De monkey master doet dit al vanaf zijn zeven jaar, zegt hij, en hij weet welke apen goed zijn. Er zijn er blijkbaar een vier- à vijfduizend. De dieren vlooien, vreten, slapen, spelen. En sommige zijn agressief, zeker de moeders met baby’s. De makaken nemen onze snoepjes aan en komen dan op onze schouders zitten. Louise, Marie-Lou en ikzelf bedanken vriendelijk. Eén kleine smeerlap springt op Sari en bijt in haar hand. Nooit goed. Gelukkig bijt hij niet door de huid.

We stappen voorbij enkele sjofele huizen, en over een heuvelkam. En daar beneden ligt de tempel.

In het weekend, zegt de monkey master, komen hier wel duizend, tweeduizend bezoekers. Het is een Shivatempel. Dus o.a. hier komen de oranje mannetjes heilig water halen dat hen verlost van hun zonden, en ze brengen het te voet naar hun dorp. Sommigen lopen wel duizend kilometer, zegt driver Dev. It is up to them. De Indische versie van Compostella dus.

Enkele sadhu’s (heilige mannen), de een nog onverzorgder dan de andere, stappen ons ongeïnteresseerd voorbij. They are real holy men, verduidelijkt de monkey master, not cheaters. This one here, he only eat patatoes for ten years. Verderop in het tempelcomplex zien we hun slaapplaatsen, waar ze gebeden prevelen en vooral veel marihuana roken. Een oude man kijkt ons vriendelijk na, zijn beate glimlach doet vermoeden dat hij serieus stoned is.

Jaipur zelf is een ander paar mouwen. De bazaar, de trekpleister van Stink City, vinden we een verschrikking. 3 km verkopers die langs alle kanten aan je mouw trekken, je aanklampen, aanraken, binnenroepen, ononderbroken, om dezelfde zever te verkopen. Het voelt aan als ‘running the gauntlet’. Juwelierszaken worden bewaakt door oude knarren met geweer. Broeierig, pushy sfeertje. Lawaai, hassle, too much. Oh my god. Weg hier. We lopen de straatjes in die uitkomen op de bazaar, maar daar is het letterlijk één en al drek. This is India Next level, sneert Ella. Leuk zo, op je slippers.

Nog snel de Halal Mahal bezichtigen, waar selfies getrokken worden, nog even binnenwippen in een sfeervolle hindutempel voor ons zieleheil en terug naar ons hotel.

Een knaap van 16 voert ons met zijn tuktuk aan een gevaarlijk tempo. Hij lacht voortdurend en probeert een gesprek aan te gaan, maar dat lukt niet. Uit sympathie betalen we hem ver boven de normale prijs. Maar hij is heel ontevreden. Had blijkbaar véél meer verwacht.

In al die jaren dat we Azië bereizen, hebben nog nooit zo’n nood gehad aan de sereniteit en stilte van een hotel, om te ontsnappen aan het continue lawaai, geroep, geschreeuw van blazers, AC en ventilators. En in je hotel heb je dan opnieuw blazers, AC en ventilators.. Oorverdovend India.

Leave a Reply