The last post
27 december, Taghzout
Zoals verwacht is het vandaag regenachtig. Meer nog, de regen valt met bakken uit de lucht. De straten staan op meerder plaatsen ongeveer blank. Geen surfweertje dus. Sorry, girls.
Wat kan een mens dan doen hier? Het Targant Museum bezoeken? ‘The world’s first argan museum’? The monsters say no!

| Nice to know ‘Arganolie is een kostbare plantaardige olie, ook wel “Marokkaans goud” genoemd, afkomstigt uit Zuidwest-Marokko, geperst uit de noten van de Arganboom (Argania spinosa) en wordt gebruikt voor huid-, haar- en culinaire verzorging vanwege de rijke inhoud aan vitamine E, essentiële vetzuren (omega 6 & 9) en antioxidanten, wat zorgt voor hydratatie, regeneratie en bescherming. De productie is traditioneel en arbeidsintensief, wat bijdraagt aan de zeldzaamheid en waarde.’ (AI) Hoe minder neerslag, hoe minder snel de bomen groeien, en hoe duurder het goedje dus wordt … |





Maar Agadir pronkt blijkbaar met de Souk El Had, de grootste souk op het Afrikaanse continent, met meer dan 13 hectare en duizenden kraampjes, en dat vinden de dames wel een bezoekje waard. De jacht op magneten en posters en allerhande kan beginnen! We gaan naar huis met arganolie (of course we do), een pot amlou (de lokale versie van peanut butter), fake Birkenstocks, een nagelknippertje, armbandjes, een paar Laboubou’s, en drie koffiemokken. De markt is inderdaad groot, maar volgens mij niet de grootste.






















We lopen een uurtje rond in de souk, en nemen dan een taxi naar de oude medina. De oorspronkelijke versie werd in 1960 verwoest door een aardbeving, waarbij een derde van de populatie van Agadir, 15.000 mensen om het leven kwam. De oude stad werd heropgebouwd in 1992. Ik ben geen fan; het geheel voelt aan als Bokrijk meets Bobbejaanland, als je begrijpt wat ik bedoel.



Het is 15.00 en tijd voor lunch. We rijden onmiddellijk Taghazout voorbij en stoppen aan Le Petit Pěcheur, een visrestaurant met heel wisselende reviews. De vis in een kleine eetplek, aan de hoofdbaan, met goddelijke sardines is inderdaad veel beter en spotgoedkoop.
| A bit shitty ‘s Avonds komen Benoit en Damienne aan, met hun persoonlijke monstertjes, Tanguy en Alixe. Ze landen om 20.30. Rond 21.00 krijg ik een berichtje. Ze kunnen niet binnen in African Surf House, hun hotelletje vlak bij het strand. Ze moeten even wachten, zo klinkt het. We wachten met hen, in een restaurantje dat op sluiten staat. De kindjes (5 en 7 jaar) zijn moet, en het blijft maar duren. Enkele telefoontjes en anderhalf uur later moet Benoît zich echt kwaad maken. Dit wordt een hele slechte review. En dan kan het blijkbaar plots heel snel. Er komt een Mohammed aan, stoned as a monkey. Een dikke twee uur later kunnen ze eindelijk naar hun appartement. |
28 december, Taghazout
| Shit in da water Het regent de ganse nacht keihard. Nu surfen kan je ziek maken, vertellen de locals. Door de grote hoeveelheid regen loopt er heel wat letterlijke shit uit de rioleringen naar de zee. We nemen geen risico. Bacillen en bacteriën, no thanks. |
We nemen een taxi naar Paradise Valley, een van de highlights hier, op 35 km (55 min) van Taghazout. Even buiten Auorir, het dorp verderop, rijden we vast. De weg is versperd door massa’s aarde en steenbrokken, meegesleurd door het water. Er komt een bulldozer aan te pas en een half uurtje grond verzetten.





De rit, in de uitlopers van het Atlasgebergte, is indrukwekkend, ik had me er niet aan verwacht. We rijden door een prachtige gorge. Langs de weg zien we enkele restaurantjes, de meeste gesloten. We stoppen bij de kleine Jardin botanique. We leren er dat cacti ook honing produceren, en hoe de aloë vera plant eruit ziet. In de annex-winkel worden, veel te duur, honderden producten verkocht op basis van arganolie, honing, amandels, bloesems … goed voor huid en haar en zoveel meer.





De vallei zelf vind ik ontgoochelend: een aaneenschakeling van gesloten, run down eetstalletjes, die wachten op het grote publiek, als het warmer wordt en het hier koppen lopen is. De lagune kunnen we niet bereiken. Het rivierwater staat hoog en is oranje-bruin, blijkbaar door de grote hoeveelheid ijzer.













In late namiddag doen we een dutje, of toch sommigen onder ons. Een van de kleine gepermitteerde zaligheidjes op vakantie. Normaal blijven we nooit zo lang op dezelfde locatie. Nu wel:10 dagen rondom Taghazout. En het doet deugd. Er hangt hier, anders dan in Marrakesh, een lay back sfeertje, geen hassle. De vriendelijke winkeliers klampen je niet aan. Een enkele nee is meestal genoeg.
Lekker eten is zoals gewoonlijk een belangrijk ingrediënt van de reis. Ontbijten bij Aftas Restaurant-Taghazout, bij de vier gesluierde dames, waar het goed is. Een 300 meter verderop, bij zonsondergang, een wit Marokkaans wijntje op het terras van World of Waves, waar het steevast druk is. Een verse munt-saliethee met honing op het strand, van Mohammed-met-de-brede-oprechte-glimlach. Of vers fruit: aardbeien, cassis, frambozen en moerbei. Een ijsje bij Surf Berbere aan Hash Point, aan het oostelijke uiteinde van het stadje. Baklava, carrot cake. Overheerlijke verse, zilveren, gegrilde sardienes, aan twee euro voor vier grote exemplaren.












29 december, Taghazout
Een zonnige dag, dus tijd om die wetsuits (volgens Alixe zijn het wet snoets) aan te trekken en het koude zeewater te trotseren. Het is druk op Panorama beach. Voor Kerstmis was er zo goed als geen volk; een tiental surfers. Nu zijn het er zeker 200, in alle maten en kleuren. Ik op mijn strandzetel, zalig niksdoen, een beetje staren naar het water, enkele pagina’s lezen in mijn boek Een vlecht van heilig gras. De kleintjes lopen af en aan naar de zee om water te halen. Een golf proberen memen. Dollen met de locals. Zandkastelen bouwen.








De dagen gaan hier traag en snel tegelijkertijd.



Voor het avondeten zoeken we een rustigere plek. We eindigen, not as expected bij U_Wood_Love, een pizzeria in Tamraght met goede recenties, langs de grote baan richting Agadir. Er passeert een colonne politiewagens en moto’s, zwaailichten en sirenes aan. Ze begeleiden een van de nationale teams die deelnemen aan de Africa Cup, waartegen blijkbaar veel protest is. Er is geld voor onderwijs noch gezondsheidszorg, maar wel voor voetbal.



De veiligheidsdiensten worden daarbij beschuldigd van afschuwelijk misbruik van de Gen-Z demonstranten, naar verluidt werden er tanden uitgeslagen, werden vrouwelijke demonstranten verkracht, en vielen er zelfs drie doden. 2400 arrestanten worden vervolgd met straffen tot 15 jaar.
Onderweg naar de pizzeria maakten we nog een stop bij het skate park, blijkbaar ook een must see met mozaïeken die doen denken aan Parc Guel.






Duister Max sfeertje, met punk rock uit een enkele zware speaker. Honderden jong volwassenen die de skaters vanuit de hoogte gadeslaan. Grotere en kleine mobilhomes, tegen de ondergaande zon. De skaters zijn verre van pro’s, maar de monsters vinden het best cool. In Europa zou er een tiental kraampjes staan met pils en Red Bull en shotjes. Hier kan je een chocola chaud of een muntthee drinken. Of een jointje roken. Dat dan weer wel. Er zijn maar drie plekken in Taghazout die een alcohol-licentie hebben.
U-Wood pizza is een kleine eettent, met een drietal tafels binnen en twee langs de straatkant. Maar de pizza is erg lekker. Behalve die van Lux, een veggie met paprika en een smerige cream.
29 december, Taghazout
Opnieuw een surfdag vandaag. Geen grootse dingen. Een wave proberen nemen. Een kasteel bouwen. Drie munt-thees drinken. De kinderen dollen met de locals.
‘s Avonds eten we een laatste maal in Tahgazout, in Munga Restaurant, een zalig leuke plek op de vijfde verdieping, met uitzicht over de baai.






Marokko, u was fantastisch. Tahgazout, u was zalig. We’ll be back!
Kleine, ‘hangry’ Alixe, koddige Tanguy, lieve Damienne, en sympa mode-guru Benoit, het was super met jullie!
En om af te sluiten: ‘De vakantiemuis komt dikker naar huis.’


