april 9th, chefchaouen
We ontbijten zalig met veel te veel zware whipped cream. in El Cielo, het restaurant van Hotel Molino en kuieren daarna nog wat rond door de blauwe medina.






Een kerel probeert kattenvoer aan de man te brengen, goed gezien, maar veel gegadigden zijn er niet. Katten anders wel, maat de verkoper aanvaardt geen catsh. (Oh boy.) Een honesty winkeltje vertrouwt erop dat klanten geld door de brievenbus steken. Een toeriste in flamboyante jurk is hitsig op weg naar een fotoshoot.







We maken een wandeling naar het oude Spaanse kerkje, en hogerop. Of dat was toch de bedoeling. Het pad is nogal modderig, en dat zint de monsters niet. Ze hebben blijkbaar ‘hun mooie schoenen aan’. Ik erger me dood en stuur hen weer naar beneden. Totaal fout opgevoed. My bad. Ik zit wat op een rots te mokken, probeer nog van het uitzicht te genieten, maar keer dan ook op mijn stappen terug. Want ik gaf de monsters geen geld mee. Straks verhongeren ze, uitgeput door deze bovenmenselijke inspanning.



De monsters en ik, we begraven stilzwijgend de wapens en wandelen de nieuwe, of ‘nieuwere’ stad in, en ik vind het een verademing. Geen toeristische brol-winkels meer, geen kerels die ons met menu’s om de oren slaan. De hawkers in Chefchaouen zijn opdringerig, net zoals in Marrakech en Tanger. Als een van hen mijn gsm uit mijn handen rist om een hotel te tonen waar hij natuurlijk commissie krijgt, en er vervolgens met een van onze koffers op zijn schouder om de hoek vandoor gaat, kreeg ik het toch even warm …
Dus hier niemand die op onze lip zit, en even ook wat minder blauw, wel de kleuren en geuren van het echte leven. Palmbomen en grillige platanen. Theedrinkende mannen op terrassen en gesluierde vrouwen die fruit en groenten leuren. Sommige beelden roepen herinneringen aan Zuid-Amerika op.
















In de lokale souk ligt een verkoper achterover te maffen in zijn winkeltje. In de vismarkt sommen de verkopers vriendelijk de namen van alle uitgestalde crustacea en vissen op. Sol, Abu Sif (أبو سيف – vis met een zwaard), salmon, dorade, sardienen …




We lopen een oud kerkhof binnen, en worden nogal onvriendelijk weggejaagd door enkele ouderen die er rondhangen of mirte en rozemarijn verkopen aan de ingang. Maar over de doden niks dan goeds.


april 10th, Tanger

We kopen een 7-tal koffiekoeken voor 3 euro, drinken vers appelsiensap en ik een koffie, en zetten aan naar Tanger, onze laatste stop, twee uur naar het noorden. Onderweg worden we drie maal gestopt door de gendarmerie. Wit uniform en hoge zwarte laarzen, niet onvriendelijk. Twee maal mag ik 150 dirham (15 euro) ophoesten wegens te hoge snelheid. Het zijn snoodaards, de agenten. Ze staan opgesteld bij de ronde punten, waar je plots hard moet afremmen om onder de limiet te blijven. Grmbl. Het voelt niet helemaal koosjer aan, zeker niet als een rist Marokkanen ons zwaar toeterend voorbijrijdt terwijl ik cash betaal. Ik krijg telkens wel een officieel reçuutje.
Tanger heeft een andere feel dan Tetouan of Chefchaouen. Logisch, een havenstad met ongeveer 1.4 miljoen inwoners. We droppen onze huurauto bij de luchthaven en nemen een taxi naar ons appartement, in een doodse woonwijk. Maar het is een heel warme plek, squeaky clean en gezellig ingericht, met een aangenaam privé dakterras. Het heet dan ook heel toepasselijk Beautiful Apartment with Private Rooftop Terrace.





Ons reisje zit er op. We lopen nog wat door de medina, maar niet overenthousiast. Een mens kan maar zo veel winkeltjes aan. In de schaduw van het imposante Continental ontdekt Luxie nog wat kattenjonkies en dat houdt ons even bezig.










We staan op om 3.00 ‘s nachts voor onze vlucht naar Charleroi om 6.00.
Bedankt, Marokko, u was prachtig.
Volgende keer doen we het Atlas-gebergte aan.