Een leger van monniken

Myanmar is geen land dat je makkelijk leert kennen. Tempels bezoeken, de Lonely Planet highlights afvinken, dat lukt allemaal wel. Mits tijd en geld. De afstanden overland zijn groot, zeker als je met kinderen reist. Vluchten zijn, in vergelijking met andere Aziatische landen, nog relatief duur. Van Bagan naar Yangon bijvoorbeeld, zouden we al snel 600 plus euro betalen, te veel voor ons budget. Een privé-taxi voor hetzelfde traject, afgelegd in vier dagen, kost ook een 480 dollar, enkel voor het vervoer. Verder is het niet zo evident om ter plaatse een dieper inzicht te krijgen in de huidige politieke situatie van het land; het Engels van de Burmezen is beperkt, en het is nog niet zo duidelijk waarover je al dan niet mag praten … Terloopse opmerkingen over het regime leveren korte, ambigue antwoorden op. Details tonen wel aan dat de veranderingen zich gestaag doorzetten. Rondom de pagoda’s bijvoorbeeld worden, naast Burmese Days van George Orwell, over de idiotie onder Britse voogdij, biografieën van Aung San Suu Kyi verkocht, het internet is, op het eerste gezicht, niet gecensureerd en het Royal Palace in Mandalay, een militaire basis, is gedeeltelijk toegankelijk voor het publiek, het leger is overigens onzichtbaar, en ook politieagenten tonen zich niet vaak.

We blazen uit in het Areindmar hotel in Bagan, hebben ondertussen al twee keer bijgeboekt. Overdag, wanneer de bussen met zestig plussers vertrokken zijn om zich in het tempellandschap te gooien, is het rustig bij het zwembad. De kinderen dobberen op hun plastic manta, maken tekeningen, kijken tekenfilms. Wij proberen onze maand in Vietnam wat te plannen.

We maken uitstappen met paard en kar, op de weggetjes tussen de pagoda’s. De temperatuur is gevoelig gezakt, schapenwolken aan de hemel. We bezoeken een drietal heiligdommen, het een nog majestueuzer dan het andere. Meer recente exemplaren (maar toch een duizend jaar oud) hebben betere lichtinval, met gangen waarin het zonlicht valt en de wind koelte brengt. Hier en daar staan stalletjes met souvenirs, belletjes die hemels klingelen, maar je thuis de muren zouden doen oplopen, kleurrijke marionetten, en griezelige voor-achtige popjes. De zandtekeningen zijn best mooi, dezelfde ontwerpen komen terug. Zevenkoppige olifanten, taferelen uit het leven van de Boeddha, jungle.

Samen met Ella loop ik een klooster binnen. Het is een aaneenschakeling van slecht onderhouden houten huisjes. Geen goud en glitter hier. Wel stank, een hond die kwaadaardig blaft,  een groepje van etende kindmonniken die, vreemd genoeg, voor een keer niet in ons geïnteresseerd zijn. Een oudere monnik fotografeert hen met zijn iPad. Er zijn 75.000 nonnen in Myanmar. Ze dragen een roze kleed. De monniken zijn met meer: ongeveer 500.000 man sterk vormen ze een klein leger. Ze toonden hun kracht met de Saffraan-revolutie (ရွှေဝါရောင်တော်လှန်ရေ), september 2007, maar die werd hard neergeslagen door de militaire junta. De menner van onze paardenkar was ook een monnik, als ik het goed begrijp, tot hij zeven jaar was. ‘In monastery no dinner’, lacht hij.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s