Chiang Rai – Doi Saket

De dagen gaan voorbij op het ritme van de regen. We verlieten Chiang Rai en reden langs Highway XX terug naar Chiang Mai, een trip van 3 uur, met een tussenstop in een koffiebar met uitzicht over paddies en heuveltoppen. En ijstaart. En vers mangosap. We rijden naar Doi Saket, een dorp 30 minuten ten noorden van Chiang Mai. We blijven drie nachten in Jasmin Hills Resort en Spa, een oase van rust en groen, bij Dolly en Paul, de Maleisische eigenaars. Het is onze derde keer hier. Stijn, Marlies, Aino en Finn, zijn er al. Een leuk weerzien voor de schuifdeuren van de Seven-Eleven. Het zijn rustige dagen voor ons: zwemmen, take-away halen in het dorp, nog eens naar de tempel op de berg, keuvelen met Paul over de politieke situatie in Maleisië …

We bezoeken Tweechol, een botanische tuin en fietsen er tussen uit buxus gesculpteerde dino’s, apen en konijnen, langs echte waterbuffels, herten en zelfs arrogante struisvogels en twee kamelen. Ocharme.

Vandaag namen we afscheid van Wouter, Sofie, Toinieman en Fons de Spons. Zij rijden verder naar Lampang en Phrae, voor ze naar het zuiden trekken voor zon, zee en strand. Het was weer fijn!

Ik haal met Stijn ons 12-seater Toyota Commuter minibusje op, waarmee we 14 dagen verder zullen rijden. Vandaag naar Doi Inthanon, met 2565 meter de hoogste berg van Thailand, in het zuid-westen van Chiang Mai. Daarna gaat het richting Mae Hon Song en Pai, de route staat bekend in het milieu van back- en flashpackers als  de Mae Hon Song Loop. De Toyota heeft wel versnellingen, en het is alweer even wennen, ook aan de lengte van het voertuig, zeker als je de heksenketel rond Chiang Mai centrum in moet. Het verkeer barst hier echt uit zijn voegen, en net die verkeerslichten waar wij voor moeten stoppen, blijven slechts 30 seconden groen. Op zaterdagavond staan we veertig minuten in de file op de ringroad. We laten Chiang Mai achter ons en na enkele kilometers over een tweevaksbaan worden we ‘eindelijk’, spijtig genoeg, geconfronteerd met de kwalijke verhalen die toeristen vertellen over autorijden in Thailand. Een politieman (stofmasker, jaren ’80 Chips-zonnebril) doet ons teken te vertragen. Ik draai mijn raam open, hij ziet mijn bleke kop, glundert achter zijn masker en gebaart me aan de kant te gaan staan. Raampje naar beneden.

You speak Thai?

Ik antwoord niet onmiddellijk, gebaar van krommenaas.

De highway patrolman wijst me naar de overkant van de straat.

What is the problem?, vraag ik.

Nu antwoordt hij niet. Two can play that game.

Onder een afdak zitten drie agenten ijverig te schrijven aan een houten tafel. Falang meldt de agent aan zijn oversten, buitenlander. Kassa kassa.

Voor ons een Duitse motorrijder, die ook net tegengehouden werd. Hij glimlacht de hele tijd als een schaap. Waarschijnlijk, achteraf gezien, de beste houding.

Wat is het probleem, vraag ik hem.

I was zdriving on zee right side. 

Ach, zeg ik. Ik kijk naar de politieman.

De Thaise versie van Ponchoello steekt zijn hand uit. 500 bath.

Why?, vraag ik.

You have Thai wife?

No. Why pay 500 bath?

Minivan cannot drive right side of the road. You drive right side.

Ik trek mijn ogen open, word al wat kregelig.

Bullshit, zeg ik. There are two lanes. So a van cannot overtake?

This is Thailand, knikt de agent, en dat moet alles verklaren. Hij bedoelt natuurlijk dat we ons aan de Thaise regels moeten houden, ook al zijn die ad hoc opgesteld.

This is corruption, counter ik. I call tourist-police.

Hij is duidelijk niet onder de indruk en wijst me een telefoonnummer aan. You call.

Bullshit, zeg ik opnieuw. Mijn vocabularium wordt beperkter als ik kregelig ben.

Rustig, Bassie, zeg stijn.

Marlies is er ondertussen ook strijdvaardig bij komen staan.

What is your name?, vraag ik de agent. Ik kijk te veel televisieseries.

Hij wijst naar rechts, naar zijn collega. This my captain.

Ik lees de naam van de kapitein luidop voor, totaal verkeerd uitgesproken, en doe alsof ik die memoriseer.

And now?, vraagt Stijn.

You pay?

Bullshit, zeg ik, this is my fourth time in Thailand. I help the Thai economy. (Ik ben echt op dreef.)

De eerste agent springt recht, duidelijk kwaad. You say corruption! No corruption! This Thailand! Look! Hij bladert door zijn boekje met uitgeschreven boetes. Many fines!

Good business, beaam ik, No discount?

Blijkbaar niet. Ik betaal met een lang gezicht en beantwoord zijn sawadee krap niet.

Verderop zien we een verkeersbord: ‘motorbikes and bicycles keep left’.

TIT, zoals Dolly van Jasmin Hills zei: This is Thailand.

De rit naar Doi Inthanon duurt volgens googlemaps 1.24 uur. We namen geen gps, vertrouwden op de kaart. En als we ergens wifi vinden, kan ik altijd een digitale map opladen. We vertrekken om 14 u uit Doi Saket. We komen aan om 19u. We verliezen de weg ergens rond Lampung, een klein dorp, maar volgens Stijns reisgids wel met de mooiste vrouwen van Thailand. En de sappigste vruchten. En dat allemaal in 1 zin.  Hier en daar vragen we directies. Lokalen sturen ons naar hier en daar. Veel elegante dames zien we niet, wel een resem tempels. We stoppen ergens. We zijn even uitgetempeld. De weg is niet zo mooi, drukke bebouwing, weinig verassende landschappen. Een grinnikend, naakt, mager mannetje loopt over de weg. Het is waarschijnlijk maboel.

Screen Shot 2015-07-26 at 22.07.20

Om 19 uur komen we aan bij het Inthanon Highland Resort, nog dertig km buiten het nationaal park. Ik belde de dag ervoor, had de manager aan de lijn en die sprak nauwelijks Engels.

Three rooms? Ok.

How much?

One room 1300 bath.

With breakfast?

Yes.

Ok.

Het resort is mooi. Doet een beetje alpine aan, met chalets rond een vijver en lichtjes in de bomen. We kiezen een huis met vier kamers.

Four rooms, price three rooms, zegt de manager.

Ok, zeg ik, lijkt me een goede deal.

Tot we gegeten hebben en we onze bagage uit de Toyota naar het huis willen brengen.

You chose three rooms.

Sorry?

Same price house as three chalets. Three rooms.

So you close one room?

Yes.

We need four rooms. Give us the house with the price of three rooms.

Cannot do.

Look, the place is empty, you have no business. We leave, you still have no business.

Sorry, can not do.

We verhuizen naar het Touchstar Resort, aan de overkant van de baan. In de tuin staan schapenbeeldjes, een rode Engelse telefooncel en een Hollandse molen. Er is ook een plonsbad, een meevaller. We voelen ons onmiddellijk thuis.

Vandaag rijden we naar de top van Doi Inthanon, ondanks de regen en geen vooruitzicht op beter. En geen zicht op de top. Enkel mist. We stappen uit de auto, met poncho’s en Quechua regenvesten en lopen door het woud over een glibberige loopbrug naar een memorial en een expootje met verdwenen diersoorten. We zijn zeikend nat. Het is 13°C, dus berekoud. Na een kwartier stappen we weer in en rijden de berg af. Koude kermis.

We missen een paar afslagen, naar ‘places of tourist interests’, en een tempel. Uiteindelijk stoppen we toch bij een waterval, en de uitbater van een koffieshop verzekert me dat dit de ‘goede’ waterval is. Hij geeft me een thumbs up.

And the one down the road?

Hij schudt zijn hoofd. No, small one. This good waterfall.

Oef.

One Comment Add yours

  1. Sophie says:

    Na heel wat achterstand al jullie avonturen doorgelezen… Geniet verder… hopelijk snel wat beter weer!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s