Life is a beach, Sulawesi, juli ’17

Door de wolken

Vijf uur rijden naar Bira, op naar de kust, naar de zee, het strand en het zand tussen de billen. Mr. Pandu maakt een omweg, door de wolken. This is alternative route. Een paar uur erbij waarschijnlijk. We rijden er in totaal 6 uren over. Maar het landschap is mooi. Terrasbouw op het hoogste punt. We stappen uit om foto’s te maken. Het is regenachtig en koel.

 

We rijden door kleurrijke dorpen, door een rubberplantage, door jungle en langs akkers. De monsters spelen op de iPad, slapen, zijn flink. Op de middag stoppen we voor lunch in een lokaal restaurantje, lokaler vind je niet. Aan de geelgeverfde muren hangen vergeelde foto’s, van familieleden waarschijnlijk. Er is kip, kip en kip, de ene nog pikanter dan de andere. De rijst is wit. Als side dish is er ajar, een zoete pickel. Eenvoudig maar het smaakt.

‘Ik spreek bahasa Indonesia, zegt hij, maar ik doe alsof ik de locals niet begrijp.’

Onze hotelkamer in Bira, in Cosmos Bungalows, is een ‘traditionele bungalow’, met spleten overal, zonder airco, en enorme ventilatoren die een hels lawaai maken. De kamer is vochtig, de bedden voelen klam aan. De badkamer stinkt naar pis. We kijken op een muur. Geen toppertje. Maar het restaurant kijkt uit over de zee, met een balkon op tien meter hoogte en steile trap naar het strand. Het uitzicht is fabuleus.

 

Naast Cosmos ligt Nini-bungalows, uitgebaat door G, een Engelsman die jààren geleden the UK verliet. Zijn armen zijn bedekt met tatouages. Hij laat zijn drie puppies uit, wil hen uitputten zodat ze hem niet de hele nacht wakker houden. Het strand ligt er proper bij, zeg ik. G grijnst. Because we clean it every day! Hij wijst naar een hoop afval tussen de rotsen. Two days work! And in the end I burn it. What can I do? Hij heeft het helemaal gehad met Bira, met Sulawesi. Hij wijst naar het megahotel dat verderop op het strand gebouwd werd, naar de hotelletjes langs de kust. It’s changing, zegt hij. We thinking about selling already. Misschien gaat hij met zijn vrouw, een Indonesische schoonheid, naar Sumba, een ander eiland en nog ongerepter.

Ik spreek bahasa Indonesia, zegt G, maar ik doe alsof ik de locals niet begrijp. They are xx. Er is hier niks te doen. Het is hier klein. Als je een film wil zien, moet je naar Makassar, of als je iets anders wil drinken dan Bintang. J, de Vlaming die het hotel uitbaat naast G, vertelt een gelijkaardig verhaal. De Sulawesi … hij klopt op zijn hoofd. Ze hebben een houten kop. Voor mij is België het paradijs. Gent is mijn lievelingsstad. Sulawesi is mooi, maar als je je zaak goed wil runnen, dan kan je je staf niet alleenlaten.

‘Little things built up to frustrations. Such as the garbage on the beach.’

 We verkassen naar Bara beach bungalows, een kilometer verder op het strand. Iets duurder, maar er is ruimte en airco. Ik voel me een verwende snotter, maar het voelt wel beter aan. Het strand is makkelijk bereikbaar voor de kinderen. De staff is super. G, een Indonesische van achtentwintig, runt het etablissement en het is volzet. Ik praat met Bobby, de zoon van de eigenaar, midden de twintig. Hij woont met zijn moeder en twee broers in Duitsland. Zijn moeder is Indonesisch. De vader, een Duitser, bouwde twintig jaar geleden het eerste hotel op Bara Beach. Ongeveer 15000 Indonesische rupia per vierkante meter voor de grond. Een euro dus. Nu  gaat het land weg voor een miljoen IDR/m. Een aantal jaar geleden, stierf de vader aan de gevolgen van een zonneslag. In Duitsland. Gereanimeerd in de ziekenwagen, daarna drie weken in coma. Helemaal hersteld, en dan een pancreas-infectie met dodelijk afloop. De zonen en de moeder wilden de erfenis van hun vader niet verkopen. Bobby’s jongere broer bouwde enkele bungalows bij. De zaak bloeide. Bobby neemt over, nu zijn broer rondtrekt door Azië. Hij lacht als ik hem vertel over G en J, zijn buren. They always tell the same story. Little things built up to frustrations. Such as the garbage on the beach. They are good people.

 20170719_095319

We bezoeken een kleine scheepswerf, waar boten nog traditioneel gebouwd worden, met maar weinig powertools. De weg ernaartoe is bezaaid met kleine hotelletjes, hier en daar  enkele moslim-graven, en veel afval. Tussen de palmbomen liggen oude scheepswrakken, hun job zit erop, verderop een paar enorme staketsels. Immense bouwsels. We spreken een Duitser aan. Hij laat een prachtschip bouwen, voor toeristische cruises. Na twee jaar zal het af zijn. Een ander schip kost 1 biljoen IDR, de prijs van een huis in België. Elf man werkt er twee jaar aan. It’s hard work, zegt een jonge timmerman, the ironwood is very heavy. Ik klim naar het dek, via een wankele geïmproviseerde trap. Het ruim is enorm. Het hout spekglad geschaafd.

 

Hier en daar zitten krabbetjes op het strand, maar niet veel veel. De kinderen amuseren zich rot, ze liggen uren in het water. Ze bouwen een ingenieus zandkasteel voor een kleine krab en dopen hem Krapuul. Het kasteel, Hengelhoef Sulawesi, heeft twee slaapkamers met toilet, een speelweide, een zwembad. Indonesische toeristen willen met de monsters op de foto. Het water is glashelder. Azuurblauw. Maar opgepast voor het zeewier, daarin huizen donkere zeeëgels, en giftige zeeslangen, zwart-wit gestreept en een arm lang. Een beet kan na twintig minuten dodelijk zijn voor kinderen. Er is geen tegengif in Bira. Maar gelukkig is de mond van de zeeslang klein. Ze kan enkel door het dunne vel in de plooien tussen je tenen en tussen je vingers. Toch iets van een opluchting.

We gaan snorkelen bij het eiland voor ons hotel, de naam ontglipt me, een onuitspreekbare opeenstapeling van klinkers en medeklinkers. We zetten de kinderen en moeders af op het strand.  Twee oudere vrouwen verkopen er koffie met melk en versierd koraal. Kitscherig. Ik ben niet onder de indruk van het snorkelen. Wouter spot een paar stingrays, ik niet. Ik zie een Nemo, en een school van bescheiden muisgrijze visjes de grote van een babyvuist, dood koraal met af en toe een overlever in het groen of rood. In het terugkeren gaan de monsters in het water. En dat maakt de trip goed. Ze zijn door het dolle heen. De kapitein gooit broodkruimels in het water. Toin en Fons gooien chipjes. En daar komen de vissen. De kinderen vinden het fantastisch.

 

 

 

 

 

 

2 Comments Add yours

  1. Moe says:

    Gezichtje Ella wat gezwollen van de zon???
    Ziet er mooi en gezellig uit

  2. wilfried leenaert says:

    Bas enn familie……..Wat een geweldige ervaring voor iedereen. Nu worden de zaden van een later
    groot leven als reiziger gelegd. Men ontsnapt nooit meer aan het magnetisme
    van zo’n ervaring
    Geniet ervan en blijf voorzichtig

    Fridus baron van Cladech

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s