Jesus inside, in Bajawa (Flores 2018)

We rijden naar Bajawa, de hoger gelegen uitvalsbasis voor omliggende traditionele dorpen. De baan slingert ellendig, de monsters – en de papa – nemen iets in tegen nausea. We rijden op en neer, over heuvelruggen en langs ravijnen, door bedrijvige kleine ‘stadjes’, langs slaperige dorpjes, voorbij een lokale markt, de jungle een groen beest dat alles omsluit, grafzerken met afbeeldingen van de heilige maagd en gods zoon in schreeuwerige kleuren, een minibusje haalt ons in, op de achterruit een sticker met ‘Jesus inside’, kerken, veel kerken, kinderen in schooluniform, mister! mister! honden en koeien op de weg, vulkanen op de achtergrond. In een dorp is een 26-jarige leerkracht gestorven en we rijden achter een zwerm begeleidende brommers en de ziekenwagen die het lichaam terugbrengt vanuit het ziekenhuis. Langsheen de weg tonen de Florentianen hun respect. Mannen, vrouwen en schoolkinderen staan doodstil voor de huizen.

Bajawa is niet mooier of beter dan een ander dorp, maar ooit zag hier één slimmerik het licht en stampte een guesthouse uit de grond. Nu is er een trits aan hotelletjes en restaurantjes. Een coverband zingt ‘Come as you are’. Het is koel in Bajawa, ‘s morgens en ’s avonds heb je zelfs een trui nodig. We slapen in Edelweiss 2, van dezelfde eigenaar als, u raadt het, Edelweiss 1. Basic, maar vriendelijk en proper. Wat wil een mens nog meer? De kinderen alvast een zwembad en frietjes. Maar voor culinair genot of grote luxe moet je niet op Flores zijn. Het eiland is totaal niet toeristisch geëxploiteerd. Er zijn weinig hotels en de prijzen zijn eerder aan de dure kant. Het lijkt de Florijnen ook te ontbreken aan initiatief.

De Liang Bua Cave, de ‘hobbit grot’, ligt op een half uurtje van Ruteng.  Archeologen graafden hier in 2003 de restanten van de Homo Floriensis op. De grot rijd je zo voorbij. Er is geen bord zichtbaar van de weg. De grot is leeg, en er liggen oude planken en vuiligheid. Een oude vrouw die de toegang tot de grot veegt, laat ons binnen in het museumpje enkele meters verderop. We krabbelen onze handtekening en nationaliteit in een vuil schrift, betalen 10.000 IDR per persoon. We staren naar de replica (de echte  botten liggen in Jakarta) van het skelet van een volwassen vrouwtje, ongeveer zo groot als Ella. Aan de muren hangen borden, verbleekt door de zon, met uitleg in het Indonesisch. Niet bepaald de parameters voor een toeristische trekpleister.

Bij de Malanage hotsprings, op een uurtje rijden van Bajawa, strijkt dagelijks een behoorlijke hoeveelheid bule’s (westerlingen) neer. Als je de verkoper vindt, dan koop je aan een sjofel houten standje een toegangsticket voor 10.000 Indonesische roepie (1 euro is 17000 IDR). In een hutje kan je je zwemkledij aantrekken. Er zijn een paar bamboeplatformen waar je gebakken vis, rijst en groenten kan eten uit het primitieve keukentje. Er is zelfs een frigo met gekoelde cola en Bintang. Maar daar blijft het ook bij. In Thailand had een snoodaard al lang het land rondom de warmwaterbron opgekocht en afgezet, vervolgens had hij zijn goudmijntje voorzien van douches, hangmatten, privé-warmwaterbubbelbaden met schoonheidsbehandeling aangepast aan je huidtype, mogelijkheid tot een sessie bij de kleurconsulente, én navenante prijzen. Bij de Mengeruda hotsprings was de ticket-booth leeg.

 

Bena, in de schaduw van vulkaan Inerie (2245 m), is een prachtig authentiek traditioneel dorp op een 40 minuten rijden van Bajawa. Denk niet Bokrijk. In Bena leven écht nog mensen, en neen, het zijn geen acteurs die hier overdag neergepoot worden en ’s avonds naar de locale versie van Neighbours kijken. Het zijn negen stammen, die geloven dat de goden bovenop de vulkaan wonen. Het zijn jonge oude vrouwen met tanden rood van de betel nut . Het zijn mannen met machetes in hun gordel, die ons uitnodigen voor de maaltijd. Wanneer we aankomen, is er immers een begrafenis aan de gang. Mensen stromen vanuit de omstreken toe op scooters, vrachtwagens, in bussen en pick-ups. Buffel en varken worden geslacht en uitgebeend. Het vlees wordt gekruid en gebraden in enorme ‘woks’. Vanop de top van het dorp, met uitzicht over de vallei, slaat de maagd Maria het heidens tafereel goedkeurend gade. Toegangsprijs voor dit stukje geschiedenis: 1.5 euro per persoon. Hier verkoopt een oud besje een simpele schelp, aan een touwtje, als een hanger. Daar prijst haar buurvrouw de pit van een me onbekende fruitsoort aan, ook aan een touwtje. Er hangen ikat-weefsels voor de hutten, en ook die kan je aanschaffen. Maar niemand is opdringerig. Geen opdringerige gidsen die je in een notendop de cultuur van het dorp uit de doeken doen tijdens een gepersonaliseerde rondleiding. Geen verkopers van ansichtkaarten op ambachtelijk vervaardigd papier of geïllustreerd door een, ondertussen overleden, lokale blinde kunstenaar. Geen miniatuur-traditioneel marktpleintje in sneeuwstolp. Dat laatste vind ik persoonlijk dan weer spijtig.

 

4 Comments Add yours

  1. frits leenaert says:

    Lijkt me etnisch ook vrij interes te zijn, de natuur lijkt me wel minder.
    Zeer de moeite om daar met de kinderen rond te reizen…een sterke
    boost naar meer exotiek…beter dan de rotvervelende Vlaamse kust

    Door gaan

    Pépé

  2. luc dewaele says:

    Komt ons bekend voor 🙂
    https://bimesa.wordpress.com/2011/07/
    Ik heb zelfs de indruk dat ik mensen herken…

    1. Wow, knap wat jullie doen, Luc! Mooie site ook!

      1. luc dewaele says:

        Dank. Ik wil er direct opnieuw heen…. maar voor een fotograaf is er niet zoveel omhanden in een ziekenhuis 🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s