Twaalf stielen en dertien ongelukken. Gisteren verloor omoe haar smartphone. Jup. Dat ook nog. Vloeken. Maar vandaag had ze een revelatie. Misschien ligt hij daar bij die tempel van gisteren? Waar die Hollandse koters onder hun voeten kregen. Wie weet.
Wij dus naar daar.
De eerste kerel die ik zie,één of andere official met een voor ons onduidelijke functie, spreek ik aan. Met mijn Say Hi app. Heb je een telefoon gevonden? De man kijkt me aan. Zijn ogen blinken. Hij lijkt wel opgelucht. Hij schuift een schriftje opzij. (Hij zit aan een bankje met daarop verschillende schriftjes. Het is een schriftjes-man.) Onder het schriftje ligt zowaar een GSM te blinken! Hij tikt op het scherm, en waarachtig, daar verschijnen de snoeten van onze drie monsters. De schriftjes-man wijst naar foto-Marie-Lou en dan naar Marie-Lou in het echt! Hij tevreden, wij tevreden! Hij wil ook graag nog een foto. Als bewijs, neem ik aan. Eerlijk duurt het langst. Bedankt, schriftjes-man.

Wij willen graag een hop-on, hop-off boottrip van de tempels doen (hebben er mooie herinneringen aan van zoveel jaar geleden). Volgens het alwetende web vertrekken de boten vlakbij Hua Ro market, en iets met een drijvende markt. Klinkt goed. Dus wij daarheen.
Geen boot te zien. Een kraantje graaft drab en vuiligheid uit een bijna droogstaand kanaaltje. Niet ideaal voor boten noch drijvende markten.
Gelukkig is er een 7/11. Dat dan weer wel. Inderdaad, 7/11’s zijn ook goed voor – dat vertelde ik u nog niet- vitale informatie.
-Floating Market? Go by tuk tuk, zegt een 7/11-vrouwtje. Ze wijst naar ginds ergens verderop.
We zijn dol op tuk tuks, dus we laten onze Xpander staan.
2.4 km zegt Google.
De trip is eindeloos.
Zeker meer dan 2.4 km.
Doorheen dunne straatjes, tussen groene vlakten en rijstvlakten en vlaktes met tempels in opbouw. Waar gaat dit heen?








Maar plots, by the gods, een wegwijzer met floating market! Yipikayee!
We bestellen tickets aan de ticket-booth. 200 bath per persoon. (Ter info: 1000 bath is ongeveer 25 euro. Het gemiddelde Thaise loon is 310 euro/ maand.) Lux en Marie-Lou zijn zodanig klein dat ze gratis binnen mogen. Eerst de smartphone, nu dit! Our lucky day for sure! De gemotoriseerde longboat steekt van wal, met een tiental excited Japanners en wijzelf. Een sloep vol blijde verwachting.





Drijvende markt?
Vloeken.
Geen boot te zien. Wij zijn letterlijk de enige boot. Geen vrouwtjes die papaya’s of mangosteen verkopen vanop het water. Geen mannetjes die prullaria aanprijzen met luide stem. Langsheen het water zijn gaanderijen met winkeltjes. De meeste zijn gesloten. Ik voel me als in Walibi, in zo een bootje dat rondvaart tussen tableaux vivants met cowboys, inboorlingen of Vlaamsche ambachtslieden van weleer. Maar dan zonder de tableaux vivants.







De rondvaart duurt een kleine15 minuten. Gelukkig niet langer. Zelfs de Japanners zijn niet langer exited.
Weer in het hotel vertel ik over onze wedervaren aan Mr. Poh, de hotelmanager. Hij trekt grote ogen en vindt me duidelijk heel dom.
-‘Mr. Sebastian. You ask me! Today no good! Saturday, sunday is good! Many boats!’
Ja lap. Not so lucky day. Iets van reizigers en doorgewinterd.
Naast de doodse, niet-drijvende niet-markt, kan je een rit maken op een olifant. Doen we niet. We kopen wat bananen en komkommers en geven die aan een langslurf. (En zelfs dat is al twijfelachtig.)

-Wil je een ritje maken op een olifant, vraagt een olifant-vrouwtje. (In het Engels. Niet in het Nederlands. Want ze spreekt geen Nederlands. En eigenlijk ook nauwelijks Engels. Eigenlijk wijst ze gewoon naar de dikhuid en ik vul de rest in.)
-No, zeg ik, no good. Ik doe de beweging na van een man die op de kop van de olifant slaat.
Het vrouwtje schudt overtuigd haar hoofd. No hook here. We take care of elephant. You can buy medicine for elephant.
-In the north, they hit the animals, zeg ik. Dat zagen we tot onze scha en schande op een vorige trip.
Het vrouwtje ontkent opnieuw. In Chang Mai, elephant he go much crazy. That’s why hook. Here no hook.
Ik draai me opgelucht weg.
-You buy medicine, roept ze me voor alle zekerheid nog na.






Ik draai me weg. In de richting van een andere Thai, die foto- opps met een baby-olifantje aanbiedt. 1 jaar en 3 maanden. In zijn hand houdt hij een stok met een ijzeren pin.
Inderdaad. No hook.
Ammehoela.
We maken nog een stop bij de Reclining Buddha (vermoedelijk 14de eeuw), naast de Wat Lokaya Sutha. (What is the Wat? Tempel dus.) Het eiland van Ayutthaya (het stuk omgeven door de rivieren) ligt bezaaid met chedi’s en tempels en restanten van de stadswallen van weleer van 12 km lang. Het moet hier een prachtig gezicht geweest zijn, honderden jaren geleden, een orgie van kleur en religiositeit, kale monniken en vrome nonnen. De liggende Boeddha is een imposante 42 meter lang en 8 meter hoog. En hij heeft 2X5 even lange tenen, zegt de uitleg op het bordje ernaast. Het is de Boeddha die op sterven ligt, en helemaal klaar voor het Nirvana.








Tussen de tempelcomplexen breidt de stad steeds verder uit, zoals steden doen. En het is een kleurig, bedrijvig rommeltje, met verassend veel lagere scholen. De elektriciteitskabels vertakken zich vervaarlijk in alle richtingen, duidelijk niet onderhevig aan strenge regulering noch keuringen. De Thai doen hun ding, steeds in de weer, ze kennen geen vakantie. Er zijn weinig buitenlandse toeristen en we worden langs geen kanten aangeklampt. Rustig lay back. Lux heeft het lastig met de straathonden en deelt hondenbrokken uit. Ik geef onze koters onder hun voeten. Ze klagen dat het warm is. Hoe durven ze!


Gevoelstemperatuur 41 graden.






“Er zijn weinig buitenlandse toeristen en we worden langs geen kanten aangeklampt.”
Maakt mij een beetje triest. Wij waren er vorig jaar eind september, en dan waren er ook zeer weinig buitenlandse toeristen. Zelfs in het normaal immer bruisende Chiang Mai. OK, er waren nog de travel naweeën van corona.
Maar dat er dus nu in juli, straks augustus nog steeds weinig buitenlandse toeristen zijn, is echt wel jammer voor de Thai.
Ze kunnen meer toerisme in ieder geval meer dan goed gebruiken…
Enjoy your vacation!
Voelt inderdaad niet zo gezond aan …