Thailand 2023: Lazy Days in Dan Sai with monk Luang Por Phramahaphan Silavisuttho

Gisteren reden we vijf uren door de jungle, van Chaiyapum naar Dan Sai, in de provincie Loei, door een dichtbebost nationaal park, tussen maïs- en rijstvelden, langs kleine stadjes en kleinere dorpen, bezaaid met tempels en pagoda’s. Veel minder druk op de weg, en dus ook betere wegen. En gelukkig zijn de Thai over het algemeen rustige chauffeurs, geen kippen zonder kop zoals Indiërs, Turken of Spanjaarden of West-Vlamingen on speed.

Vandaag is het officieel een luie dag: dag van zwembad en balspelletjes met omoe in het water, tegen de achtergrond van tropisch woud, en we kunnen niet anders dan de totale afwezigheid van omoes balgevoel bewonderen.

De monsters moeten niks. Niemand moet iets.

Het Phunacome-resort is een pareltje. We betalen 35 euro per nacht per kamer, inclusief een topontbijt, en dat is echt geen geld. Stijlvolle kamers te midden van een prachtig aangelegde tuin, in verschillende niveaus, inclusief roze lotusvijver. De eigenares studeerde in de States en spreekt vloeiend Engels, maar we zien haar zo goed als niet. Ook de staf is afwezig. We doen een belletje rinkelen in de lobby als we hen nodig hebben. We zijn opnieuw de enige gasten … voor hen ook lazy days. Daarnaast spreken ze zo goed als geen Engels, misschien drukken ze dus ook gewoonweg liever hun snor. Het is trouwens overal behelpen om ons verstaanbaar te maken; handgebaren, foto’s, enkele woorden Thai die we foutief uitspreken en dus onbegrijpelijk zijn en de Say Hi-app … In het kader van luiheid, ga ik ’s avonds voor anderhalf uur massage, in één van de vele basic ‘salons’ langs de weg. 600 bath. 15 euro dus, en kwaliteit. Wat heb ik dit gemist, in de Corona-jaren! Mijn spieren juichen. Mijn pezen doen een vreugdedansje, mijn botten rammelen op het ritme van de moessonregen!

Loei is de provincie van Phi Ta Khon; het geestenfeest begin juli, en dat hebben we dus spijtig genoeg gemist. Een of andere prins, de laatste reïncarnatie van de Boeddha naar het schijnt, ging er op een bepaald moment vandoor met een witte olifant. Lap, dachten de dorpelingen, gedaan met onze copieuze oogsten. Maar toen kwam de prins terug en de dorpelingen zwijnden als de beesten en maakten de geesten wakker. Deze ongelofelijke, magische anekdote wordt elk jaar herdacht door drie dagen feest, optochten met maskers en verhalen vertellende monniken. Elke reden is goed, denk ik dan, en gelijk hebben ze. Gelukkig lijken de geesten, ondanks hun vlijmscherpe tanden, nog leuke gabbers.

Omoe en ik doen , niettegenstaande het feit dat vandaag een luie dag is, toch nog een tempelbezoekje. Om het af te leren. Ik verwacht me aan een klein provinciaal pagodetje. Neen, hoor. De 40 jaar oude Wat Neramit Wipattasana is alweer een megalomane affaire. Hij ligt prachtig ingebed tussen oude bomen (waaronder de Couroupita guianensis oftwel kanonbalboom, waar ik nog nooit van gehoord had, en een Sala tree, de boom onder dewelke Boeddha geboren werd) en ademt sereniteit uit. Waarschijnlijk ook omdat er geen kat rondloopt, behalve 4 monniken, een paar honden en drie hanen plus kroost.

De tempel heeft een enorme hal, de ubosot oftwel wijdingszaal, het plafond gedragen door enorme zuilen, en vooraan prijkt een, natuurlijk, enorme gouden Boeddha.

De stichter van dit klooster, eerwaarde heer monnik Luang Por Phramahaphan Silavisuttho, wordt ook vereeuwigd in enkele akelig echtlijkende wassen standbeelden, die zo in Madame Tussauds terechtkunnen.

We praten met monnik ‘Khon’, die verrassend goed Engels spreekt. Vooraleer hij monnik werd, werkte hij 40 jaar in Bangkok. Toen was het ‘afgelopen met zijn familie’ (‘finished’, maar ik durf niet vragen wat hij daarmee bedoelt). After that, I had problems, I could not sleep. Then I came here. Nu is hij gelukkig, vertelt hij. Elke dag poetst hij de grote hal van de tempel. Hij doet me denken aan Yoda, de groene mini-jedi uit Starwars, met zijn fonkeloogjes en grappige geluidjes tussen de zinnen door. De fondsen voor de tempel, miljoenen bath, vertelt Khon, werden gedoneerd door een steenrijke familie van fruittelers (?) uit de provincie Ratchaburi.

Het kloosters telt nu nog 25 monniken en 5 nonnen, wat niet veel lijkt voor dit grote kloostercomplex. Eén monnik passeert ons op de trappen naar het klooster, knikt, zonder waiwai. Een ouder exemplaar speelt een spelletje op zijn smartfone, wijst ons terug de weg vanwaar we kwamen. Een derde is bezig met oplapwerken en lacht, net voor hij over zijn materiaal struikelt. En opnieuw lacht.

Morgen rijden we verder naar het oosten, dieper Isaan in. Benieuwd wat de dag zal brengen.

One comment

  • Prachtige natuur, schitterende tempel! Blij dat we terug mee kunnen genieten van jullie avontuur en zo ook kunnen zien hoe de wereld nog zoveel moois te bieden heeft… Groetjes aan Sari!

Leave a Reply