Thailand 2023: Dan sai to Udon thani

Graag hadden we nog ee nachtje langer in het Phunacome Resort gebleven – een klein paradijs -maar voor één keer liggen bijna al onze hotels op voorhand vast, dus we ‘moeten’ verder. Een laatste zalig ontbijt, de staff rijdt onze bagage met ‘kruiwagens’ naar onze Xpander en wij -woke als we zijn-staan erop te kijken en geven een fooi, en hup, on da road again.

Het is 378 km tot Udon Thani, tot aan het Isan Golf and Adventure Resort, waar we sinds gisteren genieten van dit en dat.

De wegen zijn overwegend goed, met de nodige bumps en holes af en toe, en het verkeer is rustig, de dorpen en stadjes die we passeren over het algemeen een lelijk boeltje; een samengooisel van lintbebouwing, een overload aan reclameborden, eetstalletjes en tankstations … en het ene plaatsje lijkt een kopie van het andere. De natuur is, eerlijk gezegd niet overweldigend, want de afstanden zijn groot als je ergens wil geraken en dan heb je de highways nodig… Maar af en toe proberen we die grote wegen te verlaten en dan is er gelukkig verpozend groen, met rijstvelden en vooral veel bossen.

Op google maps zoek ik naar temples along the route, en, oh boy, er zijn er genoeg. En dat is een serieuze understatement. Elk gehucht van een scheet groot heeft zijn tempel, en de verhalen zijn legio. Een tempel gebouwd o.w.v. een dorp dat plots verdween en er dan, even plots, weer was. Een tempel die toegang geeft tot de onderwaterwereld, bewaakt door ‘grandma and grandpa naga’. Een tempel waar men vanuit Bangkok naartoe sjeest, want als je een business hebt, dan moet je daar zijn … Een tempel zus en een tempel zo.

Onze eerste stop is de Wat Somdet Phu Ruea. Deze wat, hoog op een heuvel, is nog in opbouw, maar wat er al staat is imposant, zeker het gedeelte uit prachtig teak hout, en met glanzende vloeren en poorten van 4 meter hoog. Gangen in nagemaakte rots (inclusief fake rotstekeningen) leiden naar verblijfplaatsen voor toekomstige monniken (?). Kitsch en schoonheid gaan hand in hand … Laura Croft& Tomb Raider & draakjes weggelopen uit Mulan (of omgekeerd), prachtige bas-reliefs en lotusbloemen all around.

Volgende stop, een wat – waarvan ik bijgod de naam niet meer terugvind – bewaakt door een echte slang deze keer, die de monsters de stuipen op het lijf jaagt, lijkt in allerijl verlaten: werktuigen, rommel, vuilnis, een bibliotheekje met boeken op een hoopje … helemaal niet wat we gewend zijn van de religieuze sites hier.

Het is bloedheet, dus we zijn opgelucht als we bij onze volgende slaapplek aankomen: Nuch’s Apple Guesthouse. Het blijkt een home stay te zijn met drie kamers, een huis in een woonwijk, op mensenmaat en gezellig. Een schuchtere Thaise met mondmasker, zoals zovelen hier nog (en logischerwijs dragen ze geen helm op de scooter, maar wel een mondmasker …) schuift de poort naar de oprit open, buigt ettelijke malen, wijst ons door naar achteren en verdwijnt weer. Drie propere kamers naast elkaar, en een zalig zwembad, dat de totale tuin inneemt, maar zonder appelbomen. En dan merk je dat, op een van de kamers, de airco niet werkt. Zuchten en blazen bij 40 graden. Ik klop aan bij het ‘hoofdgebouw’ en een frêle jonge Thaise, de dochter van Nuch (die op reis is naar Zuid-Afrika en Zwitserland) glimlacht breed (achter haar masker). Ze probeert de airco te herstellen vanop haar keukenladder, maakt de filters schoon, maar tevergeefs. Dus matrassen versleuren en samenhokken op twee kamers. Tja, het kan erger. Uiteindelijk annuleert mr. Hans (de man van Nuch) onze boeking, zodat we niks hoeven te betalen. Bedankt, mr. Hans!

We tsjokken naar een restaurantje om de hoek bij de rivier, maar dat blijkt verdwenen te zijn. Gelukkig is er ook een alleraardigst lokaal marktje om diezelfde hoek. (Het gebeurt hier meer wel dan niet dat er om de hoek een alleraardigste lokaal marktje ligt.) Iedereen is supervriendelijk, we voelen ons aangestaard, maar de blikken zijn warm, geïnteresseerd. We scharrelen ons avondmaal bij elkaar: gefrituurde sardienen (?) waarvoor ik niet mag betalen, kaasballetjes, verse ananas en tangerines, een soort sticky rice satés, frietjes, macaroni, phad thai, inktvis op een stokje, pannenkoeken met nutella, aarbei en zeewier (voor omoe) … We wagen ons wel niet aan de krekels, die levend gewokt worden.

En de volgende dag gaat de tocht gaat verder. Over berg en dal. Eerste stop: een animistisch aanvoelende ‘tempel’ in het woud, naast een klein riviertje. Beelden van de Boeddha her en der tussen de bomen, die versierd zijn met kleurige linten. Een sfeer die je niet kan duiden. Tegelijkertijd akelig en rustig.

We rijden door naar Nong Kai, een rommelig, weinig inspirerend stadje aan de Mekong; de machtige rivier die de grens vormt met Laos aan de overzijde van de Friendship Bridge. Op de lokale markt (ja, die is er!) hangt de slaap en verveling in de lucht. Maar langsheen het water ligt een aangename ‘boulevard’ met gezellige restaurantjes op én naast het water.

Hier zie je meer Chinese en Vietnamese invloeden; rode lampions en koloniale architectuur (zij het heel sporadisch). We eten in een smaakvol ingerichte eettent, Vietnamees, en een hulpvaardige Thaise dame helpt ons de ober uit te leggen wat we willen eten. Alles komt bijna goed deze keer; maar één gerecht vergeten.

Slapen doen we in het Buallin-resort, waar deze keer toch enkele andere (Thaise) toeristen zijn. (Onderstaande foto’s doen het hotel eerlijk gezegd wel iets teveel eer aan …)

Het is laagseizoen, en naar onze normen is accommodatie hier echt goedkoop. En zeker als je onze volgende slaapplek bekijkt: Isan Golf & Adventure Hotel. Prachtige bungalows, modern, en met alle comfort, binnen- en buitendouche. 25 euro/ nacht, inclusief ontbijt met zelfgebakken, verse croissants. Zeg nu zelf.

Jean-Marc, de Brusselse eigenaar, hier gevestigd met vrouw Amon Ra, peuter Winston en huski ‘Pascha’, is een supersympa kerel, met een knotsgek levensverhaal. Jean-Marc vertelt en ik hang aan zijn lippen. Hij is was en is nog steeds advocaat. Hij tekende het eerste contract van Michael Schumacher, I kid you not, reisde daarna mee met F1-piloten en F1-teams om hun legale besognes in goede banen te begeleiden. Hij werkte voor een NGO, opererend in Papoea-Nieuw-Guinea, deed er de logistiek van wetenschappelijke expedities die er onderzoek deden naar exotische planten, dieren en mensen in hun tig micro-kosmossen, van elkaar gescheiden door 5000 m hoge bergen en daardoor uniek in hun soort en context. Hij verbleef, als dertigjarige,3 maanden bij de inheemse Uli; nodig om geloofwaardigheid op te bouwen voor onderhandelingen met de verschillende stammen en 1000 talen door wiens territoria de expedities trokken. Ik luister, en, oh boy, ben ik toch wel even jaloers op die avonturen!

Zo werd het prion (eerste keer dat ik dit woord hoor) van de gekke koeienziekte ontdekt bij een kannibalenstam. Jup, u leest het goed. Kannibalenstam. De mannen aten het hart van de verslagen vijand. Zij werden niet ziek. Vrouwen en kinderen kregen de hersenen en de ingewanden (Vrouwen werden aanzien als minder verstandig, vandaar. En de ingewanden zorgden voor sterkere baby’s. Niet zo woke, die Papoea.)

En ik luister, want dat is ook reizen; meereizen in de verhalen van anderen. En ik droom, met een Singha op de rand van het zwembad, al van een volgende reis naar Papoea-Nieuw- Guinea.

One comment

Leave a Reply