Thailand 2023: Buriram & de jarige koning

Reisdipje. 20 dagen onderweg. Dan gebeurt het wel eens. Na omoe’s vertrek is ons tempo teruggevallen. We doen een beetje dat en dit en niks. Buriram is ook niet echt een hotspot van schoonheid en cultuur te noemen. We zitten blijkbaar trouwens niet eens in Buriram, maar in Prakhon Chai, op 45 minuten van, en een zo mogelijks nog groter gat dan Buriram, maar dan veel kleiner. We merken het ook aan de monsters: Netflix is ineens nog meer in trek, en er wordt zelfs minder gezwommen. Toegegeven, het weer heeft er ook wel mee te maken. De 7/11-bezoekjes bieden ons niet de vreugde van weleer, en Thaise local cuisine kan ons gestolen worden. De zon heeft het meer dan eens gehad, verschuilt zich achter de wolken, die dan plots al hun nattigheid uitbraken in een torrent van moesson-regens. Dus we staren naar de regen en nemen overgeposeerde selfies.

Maar de dip duurt gelukkig maar even. Remedie: comfort food en tempels, en toch weer zwemmen en marktjes. En Lux voedt de lokale katten. Later op de dag ga ik er met de twee jongste monsters op uit voor een massage. Voor twee uur met olie moet je hier 600 bath rekenen. Dat is dus een goeie twaalf euro. Thaise massage (met een pakje aan en stretchen en de masseuse die over je heen loopt) is nog goedkoper.

Op een 25 minuten van het hotel ligt Phanom Rung, een indrukwekkend 1000-jaar oud Khmer-tempelcomplex. Het is een hindu-heiligdom van weleer, opgedragen aan Shiva, tegelijkertijd vernietiger en schepper, afhankelijk van met welk been hij uit het bed gestapt is.

Het is weekend, en de verjaardag van koning Maha Vajiralongkorn Bodindradebayavarangkun, kortweg Rama X, en binnenkort Buddha-dag (een dag die ook, net zoals de verjaardag van de koning, drie dagen duurt. Het is me hier wat met sommige dagen …), dus er loopt wel gezellig wat volk rond op de eeuwenoude site.

By the way, de tempel werd gebouwd op een uitgedoofde vulkaan. Zo weet u dat ook alweer. Altijd leuk om even mee uit te pakken op een zondag bij koffie en gebak, wanneer de gesprekken plots stilvallen.

Pizza en club sandwiches eten we in Enzo Restaurant & Bar en het westerse eten is er voor een keer beter dan het Thaise. Enzo’s blijkt een hotspot voor de expats alhier. We zien er meer westerlingen dan in de afgelopen 20 dagen. Ik vraag me wel af, naief natuurlijk, waarom deze mannen Prakhon Chai, of all places, uitkiezen om hun rustige oude dag door te brengen. Het antwoord is voor de hand liggend: hun Thaise vrouwen wonen hier. Buriram mag dan wel vertaald worden als ‘city of happiness’ … ik zou hier niet willen stranden.

Vlakbij het hotel, zo horen we uit betrouwbare bron, is het ‘foor’. It is a festival! Lang leve de koning! Allen daarheen! Wij ook. Oh Boy. Gezellig, met lichtjes en allerhande lekkere geurtjes, maar sommige attracties (twee van de drie) zien er al even oud uit als de Khmer-tempel en zijn al minstens even lang niet gekeurd.

Er is ook een heus reuzenrad! En een DJ in een container, die de hele buurt bij elkaar schreeuwt en de heerlijkste muzak door zijn speakers jaagt. Gelukkig is de koning maar drie dagen jarig. Het rad wordt aangedreven door een mechanisme dat zo oud als de straat, met kabels die rafelen langs alle kanten.

En, ja hoor, daar valt het gammele ding stil. En, ja hoor, daar zitten ze vast, daarboven, een baby Thai en een mama Thai. Maar er wordt wat gesleuteld en gefoefeld en gelachen en de oude motor trekt zich opnieuw op gang, en niemand die erom maalt of een schadevergoeding eist, laat staan haar of zijn geld terug.

We eten pad thai en wafels en saté’tjes en misdadig pikante noodles. We vogelpieken naar verdacht sterke ballonnen, Marie-Lou en Lux wagen hun leven op een soort reuzenpoliep (maar dan een kleine) en verdwijnen in het spookhuis, waarop een Thai wakkerschiet, zich herinnert dat hij spook van dienst is en achter de plastiek met bloedige taferelen verdwijnt. Hij naar binnen, en onze monsters schreeuwend naar buiten. En de kerel had zelfs geen masker op …

We schieten plastic eendjes af met voorhistorische luchtbuksen en winnen een sleutelhanger, maar maken vooral veel plezier.

Er is een grote met water gevulde bassin, waarop kleine Thai joelend rondvaren, duchtig trappend op hun pedalo onder het alziend oog van mama Thai en papa Thai, want de meeste Thai kunnen niet zwemmen. Daarom zijn de zwembaden ook nooit dieper dan een kleine Thai hoog is. Even verderop staat een andere bassin, ook gevuld met water en met massa’s kleine goudvisjes en andere zwemmende beestjes. De Thai doen er iets mee, maar vraag me echt niet wat.

We zijn echt terug gekatapulteerd naar de jaren 50. (Schat ik, want ik was er toen nog niet.) Een kerel staat op een stoel en voert truckjes uit met een golfstick en een golfbal. Er is een kraamje, zielig, waar je biggen melk kan geven en een kraampje, even zielig, waar je dwergkeuntjes wortels kan voeden.

Toegegeven, het is een bizarre reis, en waarschijnlijk niet onze ‘mooiste’ ooit, maar dat had u misschien al door. Niet je Thailand-zoals-in-de-boekskens. Wel het Thailand waar geen westerse kat komt. Omdat de steden er groeien langsheen lelijke snelwegen misschien. Omdat het landschap overwegend plat is en niet overdonderend. Nope. Niet het Thailand van Chiang Mai of Krabi. We hebben het aanvaard. Het is de roadtrip der rariteiten geworden, het carnaval van de Big Ugly Toad en Olifantentempel, van de bordertowns, de ene nog grilliger dan de andere.

Aranyaprathet is zo een grensstadje, in district Sa Kaeo, op een paar scheten van Cambodja, met waarschijnlijk meer hoeren dan noodlebars. En er zijn hier heel veel noodlebars. We reden 3.5 u over een kleine 150 km. De baan lag er slecht bij. Ze lag er gisteren ook slecht bij. Morgen ligt ze er nog slechter bij. Vol putten, en nat nat nat, en trucks die niet willen wijken en ik die ondertussen ook al links én rechts inhaal. En ik haal ook stoere 10-jarigen op 125 cc’s in. Dit keer rijden ze zonder helm én zonder mondmasker. En wij rijden ook, nu meer en meer naar het zuiden, naar de zee. En we hopen op beter weer. Het is warm, tuurlijk is het warm, maar de zon blijft uit.

Onze tussenstop naar Chantaburi is dus Aranyaprathet. Chantaburi is ‘the city of gems’. Aranyaprathet is dat zeker niet. Het is grensstadje, zoals ik al zei, met meer neon- bars en hoerenkoten naarmate je Cambodia nadert.

We eten goed. We eten noodles in een noodlebar, en dim sum en deegballen en noodlesoup en rijst en drinken sprite en cola en water en betalen 8 euro. We ontdekken dat het WOW-day is in Dunkin Donuts en krijgen, bij aankoop van 6 donuts nog eens 6, neen, wat zeg ik, 12 donuts gratis. Hoe mooi kan het leven zijn! En leve Rama x!

We twijfelden even om vandaag nog door te rijden- City of gems, zeg nu zelf! De verlokking! – maar overnachten uiteindelijk toch in The VELO’S Hotel and Pumptrack. Inderdaad. Een bizarre naam. Het is een knap hotel, met heel vriendelijke staf, en een voorliefde voor fietsen. En een BMX parcours. En twee debiel snelle glijbanen. Kortom: the place to be in een grensstadje!

Leave a Reply