India 2024: Goa Part I

Ik kom nooit meer naar Indië’, zegt Lux.

Zo. Net aangekomen in Hyderabad. Dan krijg je dat te horen.

Toegegeven, het is wennen. Na jaren lieflijk Thailand en gezellig Indonesië, voelt India ‘dodgier’.  Twintig jaar geleden sinds ik laatst in India was, maar dan in het noorden;  Ladakh en Himachal Pradesh, waar vooral Hindi en Boedhisten wonen. Hier lijken ze meer kortaf, al zijn ze daarom waarschijnlijk niet onvriendelijk. Ze knikken ja en neen. Yes sir, no sir. Mannen met gekrulde snorpunten. Vrouwen in sarong, vaak zwaarder dan gezond. Hier en daar een Sikh met Tulband.

De vlucht vanuit Frankfurt was een verschrikking. Als de ene baby stopte met krijsen, zette een andere peuter zijn keel open. 8 uren aan een stuk. En de grootste schreeuwlelijk zat pal achter me. Zijn ouders reageren amper. Ik leun beter mijn stoel niet naar achteren, zegt de vader, want dan zal zoonlief nog meer stampen en schoppen in mijn rug. Ik was vergeten dat kinderen hier kleine prinsesjes en prinsjes zijn. De man knoopt een praatje met me aan. Where you from, sir?  Hij waarschuwt me ook: in Goa niet op straat eten; als zijn collega’s zich daaraan wagen, komen ze altijd ziek terug. Happy happy joy joy.

We komen aan in Hyderabad 2.00u plaatselijke tijd. Verkeerde datum op onze stempel aan de douane, dus even terug. Maar voor de rest verlopen de formaliteiten in de luchthaven vlotjes. We kopen een locale sim-card en halen geld af. Tien % commissie.

Buiten spreken twee snorren ons onmiddellijk aan. Taxi sir? Een derde snor probeert onder hun duiven te schieten met een goedkoper tarief, maar wordt prompt afgesnauwd. Het verkeer is rustig ’s nachts en de chauffeur voert ons naar onze slaapplaats, blijkbaar in de buitenwijken van de stad, waar er lustig op los gebouwd wordt; het ene appartementcomplex naast het andere in de steigers. Allemaal luxury suites. Een straathond valt onze auto aan. Hier en daar zijn nog wat arbeiders aan het werk, op hun dode gemak. Een vreemde buurt.

Voila@Nest krijgt een dikke 8,2/10 op Booking.com. Maar het is een zwaar vervuild stinknest. Het hekken is op slot en er brandt geen licht. Na een paar minuten komt een slaapdronken conciërge aangestrompeld, een tweede in zijn kielzog. Ze zeggen geen woord, gapen ons aan.  Ik vertrouw het voor geen haar, Lux nog minder, dus ik vraag de taxichauffeur ons naar een ander hotel te brengen. What is happened, vraagt hij. Not safe, antwoord ik. ‘s Nachts lijkt alles natuurlijk duister.

Onze cab brengt ons naar het Rainbow International, (of zoiets), op 8 km van de luchthaven. Geef toe, dat klinkt goed. Een naam als een klok. Niet dus. De nachtwaker kruipt geërgerd vanonder een vuil deken. Hij slaapt in de lobby, een lege, onaangename ruimte. Hij geeft me een discount van 600 Indian Roepie omdat we maar enkele uren blijven. (1 euro wisselden we op de luchthaven in voor 88 INR). De lift is vuil, vlekken op het tapijt en op de spiegels. Het stinkt er muf en er zit een groot gat in een venster in de gang. In de kamer hangt het gordijn in frutsels naar beneden. De airco doet het natuurlijk amper, maar haalt wel een overdosis decibels. (De foto’s hieronder doen de kamer geen oneer aan.) We zijn doodop. Het is ondertussen 4 u ’s nachts. Een hotelbediende zeult nog een extra matras aan, voor mij, voor op de grond. De eerste muggen dartelen blijgezind rond onze hoofden. Waarschijnlijk is het heel lang geleden dat ze nog klanten hadden, de muggen.

Na vier uur slapen, staan we op, nog helemaal groggy, al hebben we geen jetlag. Taxi terug naar de luchthaven, voor onze vlucht naar Goa. Een militair aan de ingang van de luchthaven checkt met een half oog onze paspoorten en tickets. Of beter, hij vergelijkt de gegevens op mijn paspoort met die op het ticket van Lux. Geen probleem, met het typisch Indische ja-knikje laat hij ons door. Een man bij het toilet spreekt me aan. Excuse me, sir. Hij legt zijn hand op hart en lacht breed. Happy day, sir. We zien geen buitenlandse toeristen. Ik koop een money belt, en ook dat is alweer heel lang geleden. Het voelt opnieuw aan als ‘echt reizen’, anders, vreemder. En het is dus nog even wennen. Zeker voor de kinderen.

                 

Ik ben voorlopig alleen met Lux en Ella op stap. We blijven een tiental dagen in Goa en nemen dan de nachttrein naar Kochi, in Kerala, 800 km meer naar het zuiden. Daar komt Sari toe, met Marie-Lou en buurmeisje Louise.

Gelukkig zit er op de vlucht van Hyderabad naar Goa maar één pain in the ass prinsesje voor ons, en duurt de vlucht maar een dik uur.

Goa ademt een ander sfeertje uit. Palmbomen en billboards voor dit en dat resort. Zon. Vochtig en warm. Taxi sir? Taxi sir? Na wat over-en-weer-gechat vinden we onze huurauto, in de parking voor rental cars (waar anders?) op vijf minuten stappen van de luchthaven. Het is een Thar, old version. Een jeep uit een Indiana Jonesfilm, met een zeil als top, kapotte ritsen en een airco van je dattum. 2O euro per dag, zij het met een dubieus contract. Ik ben het niet eens met de verzekerings- en franchiseshit, dus die schrappen we gewoonweg. No problem, sir. Tot puntje bij paaltje zou komen, natuurlijk. Ik film de roestplekken, schreven en schrapen op de carrosserie, check de banden, we rollen de achterflap op en tjseezen weg. Vet! De Thar rijdt goed, de veringen zijn goed gezien de enorme verkeersdrempels en gaten in het asfalt. Het verkeer is te doen; er zijn wegmarkeringen en men houdt zich daar ook redelijk aan. Niet hoe ik het me herinner. Oef. Het links koppelen valt ook mee.

De kinderen vinden de couleur locale onmiddellijk zalig. Villaatjes in roze en lila, veel getoeter, en ook veel vuilnis. Na een kwartier ligt Lux in slaap op de achterbank. In de buurt van de hoofdstad wordt het drukker, en wordt er een lekker potje getoeterd. Eigenlijk, zo merken we achteraf, wordt er altijd en overal vol overgave getoeterd.

Het is een uur rijden naar Little India Beach Cottages, ons hotel aan Baga Beach. We zijn helemaal doorweekt als we aankomen. Van het zwoele zweet, niet door de regen, want die blijft blijkbaar nog even uit. The Cottages zijn een verademing na het hell hole van gisterenavond. Toegang tot het strand, ruime kamers met werkende airco, zwembad.

De monsters zijn enthousiast. Ook over de indrukwekkende golven. Maar de redders fluiten hen onverbiddelijk terug. Dik balen. De rode vlag hangt uit en zwemmen is uit den boze. Because of the undercurrent, legt Samita (?) ons uit. Samita (?) is nooit naar school geweest, vertelt ze, kan lezen noch schrijven, maar leerde Engels van de toeristen. En ze spreekt het voortreffelijk. En of we morgen even naar haar enkelbandjes willen kijken? En er misschien ook eentje of twee kopen? Tomorrow look at my cheap rubbish, lacht ze.

We eten in het restaurant van Little India. We kennen prijzen noch (over)grootte van de porties en laten ons even gaan. Fried dahl, roti, rijst, pittige chicken masala met kaneel pakhora, overgoten met een pittig koriander-muntsausje, Kingfisher bier en coke zero. Zalig lekker. De barman gooit er nog een beat bovenop, en we eten en kijken naar de golven, die imposant blijven komen en de regen die plots uit de hemel zeikt, naar de redders die blijven posthouden op het strand, de ene met een roze plastic poncho rond zijn lijf, de ander in lila met de woorden Magic Monsoon. Even verderop, richting Calangute beach en de clubs, staan nog steeds een paar honderden mensen op het strand. Don’t go there, zegt Samita (?), not with your daughters. People will touch their hair and want to take pictures of them. Here, Baga Beach, is the best.

En, oh ja, Lux heeft zich ook voorgenomen om met de camera te leren werken.

2 comments

  • Hey Bas, ik weet, het is geen mooie eigenschap maar nu ben ik toch stik jaloers. Het zuiden van India. Met enige zin voor overdrijving, mijn tweede thuis. Je weet misschien wel dat mijn vrouw en ik in de nabijheid van Madurai zo’n 18 jaar geleden een project hebben opgestart. http://www.casa93.be . Wanneer je in Kochi een tuktuk nodig hebt mag je gerust bellen naar Mister T. S. Johnson. +91 94975 45388.

    Wanneer je naar Madurai zou gaan zeker de grote tempel bezoeken. Als ik het ver genoeg op voorhand weet kan ik tempelgids Siva met jou in contact brengen. Een goede vriend van ons. Verder voor reizen rond Madurai en verder kan je altijd beroep doen op Ashok van Chellatours. Hij is zo goed als mijn Indisch broer. Ik kijk uit naar jullie wedervaren in dat schitterend land. Je mag mij steeds mailen op frank@bozzeke.be. Nog heel veel reisgenot en plezier

    • Hey frank, thx voor de info! Zalig hier, maar verkeerd seizoen vrees ik. We vluchten voor de regen richting Agra en Rajasthan. Grtz Bas

Leave a Reply