12 juli

De regen houdt aan, valt in bakken uit de hemel. En dat zal spijtig genoeg zo blijven de komende weken. Lokesh, een Bollywood– zanger uit Delhi vertelt me dat hij nog nooit zo’n hevige monsoon meemaakte. Lucky us. De volgende dag heeft hij een gig op een trouwfeest met 200 personen. Maar het podium en twee derden van de venue raakten overspoeld, whatsappt hij me, en er moest uitgeweken worden naar een nabije koffieshop. It was very stressfull, but superduper! Ella en Luxie vinden dit weertje natuurlijk maar niks, want zelfs het zwembadwater is koud. Maar we houden de sfeer erin. We gaan op zoek naar een GSM-lader en een Sim card voor de monsters. Het is druk, en we doen al snel een half uur over 10 km. Rondsjeezen met de Thar helpt voor het humeur. De wegen zitten vol putten, en die vullen onmiddellijk op met oranje water. De hemelsluizen staan wijdbeens open. Indiërs op brommers in poncho’s, doorweekt. Gehonk en getoeter. Onze jeep splasht en hobt en bobt. Toch slagen we erin een redelijk droge uitstap te maken, tussen de stortbuien door.

Her en der zien we oude Portugese villa’s in blauw en roze, Katholiek kerken (Kathologisch, volgens Lux) en kappelletjes van weleer, meestal in erbarmelijke staat. Overal ligt vuilnis en op veel plaatsen hangt een geur van drek en afval. Het hele gebeuren is dus een rijkelijk kleurenpallet. Het geeft me plaatsvervangende schaamte voor het menselijke ras. Beige koeien slenteren overal ongenaakbaar doorheen en hen ontwijken is als een videospelletje. Een rund verspert de toegang tot een Hindutempel. Haar vriendelijk vragen aan de kant te gaan, is blijkbaar geen goed idee. Ze ‘valt aan’ en geeft Ella een stamp op haar achterwerk. Holy cow attack! De tempel zelf is vooral een lege hal, kleurrijk, maar een beetje saai. Een Indisch koppel ligt er gelukzalig te slapen. In een alcoholroes waarschijnlijk. Indische toeristen komen hier vooral om te feesten en te zuipen. Het is trouwens – mocht u het nog niet doorhebben -off-season, en dan liggen alle prijzen twee-, driemaal lager.











Naar de avond toe eten we, met uitzicht op zee, bij Vagator beach. De golven staan wild, en regelmatig roept een redder Indiërs terug. Het geheel is een beetje een bizar, akelig zelfs, maar mooi, wild zicht. Natuurlijk is het eten vanzelfsprekend zalig.. Ik sla een praatje met enkele Indische toeristen, corporate lawyers. Eén man vraagt Lux om met zijn online dochtertje te spreken.




Later, in de bar van Little India, praat ik tot na middernacht na met barman Sunny. Sunny blijft hier enkele maanden, en reist daarna door naar het noorden om daar te werken. Verderop een groot flashy neon kruis op het strand.




13 juLI
We slapen in The Singing Tree. Het zwembad, met koud water, ligt onder een machtige banyanboom, vandaar de naam. De staff spreekt gebrekkig Engels, maar is superlief. ‘s Ochtends pushen ze ons, because group coming @ 12, sir, maar het ontbijt komt rijkelijk te laat, so not our fault, sir. Thank you, sir.






We rijden naar Calangute– strand. Samen met Baga beach, is dit dé partyscene. Groezelige wansmaak, uitgeleefde appartementen, ramshackle drinkhutten en zuipen op het strand.


Nu, overdag staat een menigte, vooral mannen, te staren naar de golven, en naar ons. Enkele zatlappen rollen lachend – in T-sirt en short – door de branding. Een rode jeep komt nerveus aangereden, en jaagt door een megafoon iedereen weg. Indiërs kunnen overwegend niet zwemmen, en zeker met alcohol -lees whiskey – in hun botten, is de zee gevaarlijk.







Het strand is vuil, en grote, brutale raaf-achtige vogels zoeken etensresten. Calangute zelf is een ‘stadje’, met vooral winkeltjes, tattooshops en liquor stores. We worden voortdurend aangesproken, vooral uit nieuwsgierigheid, want we zijn de enige westerse toeristen hier. Het geheel doet denken aan een scène uit een post-apocalyptische Netflix-serie. Of aan Mad Max I. En de dag zit er alweer bijna op. Ons tempo ligt nog laag.



14 juLI
Ochtend. Het regent zodanig hard dat het zwembad overstroomt en de rioleringen het water op sommige plaatsen niet meer kunnen slikken. Nog een week dit weer en we worden gek. Dus we besluiten Goa te laten voor wat het is, niet meer naar Cochi te trekken en een vlucht naar Delhi te boeken. We blijven nog een laatste nacht in Lamrin Ucassaim, een prachtige Portugese villa uit de jaren 1800. Het is een verademing van rust na de voorbije hectische dagen.








De Nepali staff bedient ons op onze wenken. Dit deel van Goa is ook aangenamer; minder vuilnis, prachtige oude woningen, geen afzichtelijk toerisme. We maken nog een rainy uitstap naar Old Goa, bezoeken er, samen met een hoop Indische toeristen een oude kerk, en wachten in een restaurant tot de regen afneemt. Het eten is alweer fantastisch.










Ik boek een vlucht naar Delhi voor de volgende dag, een avond in The Roseate House, een 5-sterrenhotel (omdat het hier kan), en een wagen van 16 tot 23 juli. We gaan naar Rishikesh!