India 2024: Barathpur to Vrindavan to Delhi

20 juli

Vandaag belooft een vlotte, korte rit te worden.

Right.

Het draait net even anders uit.

Anderhalf uur naar Mathura/Vrindavan: de geboorteplaats van god Krishnu, en een belangrijk bedevaartsoord voor Hindu’s. Ik moet tanken, dus we stoppen in een van de vele petrol stations aan de kant van de weg. Ik toon mijn visakaart. Can I pay with visa? No problem, sir. Ik bereken hoeveel benzine we nog nodig hebben tot Delhi. Half a tank, please. Kerel bedient ons, en komt dan aandraven met zijn bank-toestelletje. 2000 rupee. Transaction denied. Of course. Een lange jongeman neemt me mee naar het bureautje, waar de manager languit achterover ligt in zijn stoel, buik bloot, vatsig, alsof hij de godfather van de petrol stations is. Ik probeer nog twee andere kaarten. Nada. En gdvr, cash is op.  (Had ik maar geen fooi gegeven in de Havelli.)

Lange jongeman rijdt met ons mee, op zoek naar ATM. Onderweg babbelt hij honderduit. Over hoe hij  60 km verderop werkt voor een Indische auto manufacturer. Ik ken het merk niet, of versta hem niet. Over hoe dat merk minder verbruikt dan onze Suzuki. Over zijn free 5G overal in India, betaald door zijn werk. Over wat een prachtig land België is. Over zijn zus en zijn moeder en zijn groottante. Ondertussen geeft hij me aanwijzingen. Slow down. Watch out. Cross here, and look left and right. (Gelijk heeft hij, want spookrijders zijn hier meer de regel dan de uitzondering.) De eerste twee ATMS bestaan niet, de derde waarschuwt voor fraude en is geblokkeerd. Bij de vierde lukt het me om 10.000 rupee af te halen (ongeveer 100 euro, en op de luchthaven in Goa na, het hoogst mogelijke bedrag tot nu toe.)

Watch out, roept lange jongeman opnieuw, people here do not follow traffic rules. Because they are illy trained.

Agression on da road

De woorden van de lange jongeman zijn nog niet koud, of voor me duikt een moto, merk Hero (what else?), voor me op. Ik rijd bam in zijn gat! De driver duikelt op de grond, de moto volgt. De twee andere passagiers konden er nog net afspringen. Dit is niet goed, weet ik. Daarmee bedoel ik niet dat een ongeluk sowieso niet goed is; dit is een gevaarlijke, explosieve situatie. De drie kerels staren me aan, en ik zie het moordend vuur in hun ogen. I kid you not. Beangstigend. De driver draait één van zijn achteruitkijkspiegels los en gooit die nijdig in de berm. Lange jongeman stapt uit. Ik wil mijn excuses aanbieden. No sir, you stay in car. Ik doe alle deuren van de wagen op slot. Er ontstaat een hevige discussie. Een andere moto stopt. Hij probeert de situatie te deëscaleren, of gooit net nog olie op het vuur. Ik kan de situatie niet goed inschatten. De drie kerels komen aan mijn ruit staan. Ze zeggen niks, maar ik voel de woede. Gimme 100 rupees zegt lange jongeman. We geraken ongeschonden weg, maar het was een close call.

They want to fight you, zeg lange jongeman. I was afraid too. They said to me: get him out of the car. Always have cash with you, sir. Always pay first, then get petrol. And always have local person with you.

Ik ben al lang blij dat we voor onze roadtrip in Rajasthan, met Sari, Marie-Lou en Louise, een car met driver hebben.

De volgende twee uur zijn de hel. We rijden door, gaan in Mathura op zoek naar The Prada Ashok, onze slaapplaats. Google leidt ons tweemaal foutievelijk naar het hart van de stad. Google is cheat, legt de manager van The Prada me achteraf uit. They are thieves. Many places know about succes of the Prada, and they take our name. Ik kijk rond me heen in de lobby. Succes? Ok. Gottit.

De smalle straten in de binnenstad zijn niet voorzien op honderden brommers, een meute loslopende heilige runderen en kalveren, apen, stootkarren met opeengestapelde mango’s, fout geparkeerde wagens, loslopende peuters en kleuters, vuilnis en steenpuin en dan nog onze Brezza Sunroof daartussenin. Denk aan de soeks uit Indiana Jones, maar dan niet geromantiseerd, zonder filter. Het kost me een bloed, zweet en tranen en minimaal een jaar van mijn leven om ons hierdoorheen te loodsen. Ik ram bovenvermelde kar met mango’s en de vruchten huppelen in het rond, ik rijd ook een Rajasthani vrouw aan (zij het met slechts een lichte tik). Doorrijden, niet omkijken. We leren uit onze scha en schande. Het is constant manoeuvreren, met een handbreedte overschot, en een meute honkende, ongeduldige Hindi op onze hielen. En opnieuw voel ik de vijandigheid. Mannen schelden, vrouwen slaan kijvend op onze wagen. Ik krijg het danig op mijn heupen (understatement) en scheld luidkeels terug. Het is onmogelijk om dit hele gebeuren in beelden te vatten. En we hebben ook niet de gelegenheid om veel kiekjes te maken. En zeggen dat we een villaatje hadden kunnen huren in de Provence, vraag ik de monsters. Waarom, antwoordt Ella, als je dit allemaal kan meemaken.

Het Prada Ashok is een en al tristesse. Leeg. Doods. Ondertussen heeft Delhi Belly me in zijn greep, met mega darmkrampen en spierpijn tot gevolg. Ik koop wat bedenkelijke, roze en oranje pillen in een lokale apotheker. De ‘apotheker’ grabbelt in een van de tientallen plastic doosjes langs de muur en knipt er enkele van. Hij geeft me ook twee zakjes ORS. Ik slaap de rest van de middag. De monsters zwemmen en TikTokken en Netflixen. We annuleren onze tweede nacht en checken in in het Nidhivan Sarovar Portico, een veel gemoedelijker en levendig hotel. We eten een falafelburger en club sandwiches in het Best Western, want ik kan zelfs maar niet aan Indisch eten denken. Tuktuk drivers proberen ons er van alle kanten op te leggen. Prijzen voor eenzelfde afstand variëren van 100 tot 1000 rupee.

21 juli

In Vrindavan stikt van de tempels. We nemen een tuktuk naar de Iskcon temple. De driver dropt op ons op een paar honderd meter, because road blocked, sir. Blijkbaar is het een of ander festival: Guru Purnima is celebrated every year in the month of July. Guru Purnima, the festival which celebrates the knowledge and wisdom of a Teacher! Guru Purnima is celebrated with utmost reverence in Mathura and Vrindavan. It is one of the most important festivals in the Hindu calendar. Het stikt dus ook van de devote bedevaarders, die vanuit de omliggende dorpen en steden en van verderweg komen, de vrouwen in prachtige felle kleuren.

We leveren onze schoenen in en stappen over de hete tarmak het tempelcomplex binnen. Een kabaal van jewelste. Hare Hare Hare Krishna, door een microfoon en redelijk vals. Zegeningen en nep-bloemenkransen. Ik begrijp niet echt wat er gebeurt, maar de Hindu-mensen duwen elkaar uit de weg om foto’s te nemen van een paar kitscherige standbeelden, waarschijnlijk afbeeldingen van Lord Krishnu, ondanks de vele plakaatjes ‘no pictures from this point.’ De hitte en de drukte … één tempel is genoeg.

Ons tempo ligt hier duidelijk veel lager dan in andere Aziatische landen. Hectisch, verwarrend, overal en altijd op je hoede zijn voor tuktuks en wagens en brommers die overal uit het niets opduiken. We zijn ook letterlijk de enige Westerse toeristen, op die paar malloten zoals ons na, waardoor we ook meer als vreemd beschouwd worden door de Indiërs. Indië is oorverdovend intens. Het is en blijft een vreemd land, on zoverre dat ik me afvraag of dit nog avontuur is of eerder sadomasochisme. 🙂

22 juli

Back to Delhi. 150 km. 2.40 min rijden. U vraagt zich al af, wat zal er nu weer misgaan. Overstroming? Op hol geslagen meute heilige koeien rammen Brezza Sunroof? Banditisme? Corrupte politieagenten?

NIETS VAN DAT ALLES. Het lijkt onmogelijk, I know.

We komen veilig en wel aan in Pride Plaza Aerocity. Vijf sterren alstublieft! Serene, rustige hotelkamers, zo merken we, zijn echt wel een must. En ja, we worden graag bepamperd.

Morgen halen we de rest van de bende, Louise, Marie-Lou en Sari af in Delhi airport. Nog een nachtje in dit hotel dan, en weg zijn we, naar Rajasthan. Eerste stop Mandawa.

Leave a Reply