17 juli


The road so far … We zijn een goede 8 dagen hier, maar het lijkt al veel langer. Op een goede manier. Duizenden indrukken … evenveel als er Hindu goden zijn. Door de regen in Goa en de hitte daarna, kan ik niet zeggen dat we zo veel bezocht hebben (tempels, old towns, nature trails, malls etc.), maar elke dag brengt zoveel nieuws. Gewoon rondtoeren levert de ene mentale (en digitale) foto na de andere op. We reisden wat af, namen vliegtuigen en tuktuks en taxi’s, reden zelf naar hot en her met de Thar jeep en de Brezza, en de hele tijd gaat het van: heb je dit gezien, kijk daar, heb je dat gespot, kijk naar die vrouw daar, die fietser met een overload aan schoendozen op zijn bagagedrager, die truck die plots vervaarlijk naar links zwenkt, en die cab die langs de verkeerde kant inhaalt, en waar zijn de markeringslijnen op de weg naartoe. Watch them cows! Pas op voor die apen! Kleuren en geuren en smaken.
Agra is bloedheet. Maar dan bedoel ik ook BLOEDHEET. Sunu, onze tuktukdriver van dienst voert ons twee dagen overal naartoe. Hij dropt ons aan The Lotus, een lokaal restaurant, en wacht ons weer op als we gedaan hebben met thali eten. Hij brengt ons ook naar de Taj Mahal, the must see natuurlijk. Hij zwenkt links en wijkt rechts uit, en slaat ondertussen een praatje met ons in wonderbaarlijk behoorlijk Engels. Hij waarschuwt ons: many false guides near the Taj. Do not eat near the Taj. Do not buy anything near the Taj. Only Pani. Enkel water drinken dus en kijken. Komt in orde.
Aan de ingang van de Taj, waar je een voor twintig rupee per persoon in een golf cart naar het mausoleum stapt, worden we inderdaad aangeklampt door de ene gids na de andere. Allemaal tonen ze hun official government badge, maar hun prijzen liggen behoorlijk uit elkaar. Er ontstaat opnieuw een verbale schermutseling wanneer de ene bedrieger onder de duiven van een andere bedrieger probeert te schieten. Ok, geen gids, beslissen we. Eén snor met badge achtervolgt onze golfcart op zijn brommer. Ok, sir, 500 rupee, sir! No thanks.

Er zijn, vergeleken met de massa’s in het hoogseizoen, ‘weinig’ toeristen, en maar enkele westerlingen. Er is geen wachtrij. En het is dus bloed-bloedheet en het zweet stroomt letterlijk van mijn voorhoofd. Mijn T-shirt is doorweekt. Het is mijn laatste. We moeten dringend onze laundry binnenbrengen, maar tot nu toe zou die onmogelijk droog geweest zijn door de vochtigheid. Voor Luxie is het te warm, ze wil zo snel mogelijk deze gdvrd Taj gezien hebben en weer weg. Ella is wel onder de indruk. En ja, het blijft een streling voor het oog.





18 juli
We gaan verder, van Agra naar Barathpur, rijden Rajasthan binnen, want we willen er het Keoladeo Ghana National Park | Bharatpur Bird Sanctuary bezoeken. Het is het seizoen niet om veel vogels te spotten, maar ja, we zijn hier al de hele tijd off season. Weggeraken uit Agra blijkt opnieuw een conundrum. We volgen de shorter route die Google maps voorstelt, en zitten zeker twintig minute vast op een rond punt. Way to go google! Totale chaos. Geen auto, riskjsaw, tuktuk noch brommer kan voor nog achteruit.






Een gefrustreerde verkeersagent probeert tevergeefs orde te brengen. Hij wijst naar hier en naar daar, veegt gefrustreerd het zweet van zijn voorhoofd, probeert auto’s te doem omkeren, maar niks lijkt te helpen. We verroeren geen vin. Hopeloos.En toch blijft de sfeer gemoedelijk. Dacht ik aanvankelijk toch. Tot de arme verkeersagent het helemaal op zijn heupen krijgt en begint te schreeuwen. Eén snode chauffeur denkt zijn bevelen te negeren, maar krijgt een slag in het gezicht van agent snor. Burgers proberen ondertussen te helpen om het verkeer in goede banen te leiden en er daagt ook versterking op van politie die hoger in rang lijkt. Bredere snoren, meer strepen op zijn schouders en ook bredere epauletten.
Uiteindelijk, waarschijnlijk door goddelijke interventie van Vishnu, Shiva of Brahma, komt er toch beweging in deze deadlock. (Later google ik ‘god van het verkeer, India’. Ik vind hem niet. Ik vind wel een website The 33 Million Gods of Hinduism. Misschien zouden ze beter een vacature plaatsen. Een taakje voor Brahma, the creator. Ik lees wel dat Ganesh, die met zijn olifantenhoofd, de god is van kennis en wijsheid, dat hij hindernissen wegneemt en de beschermheilige is van reizigers. Zijn voertuig Mashika is een muis of een rat. Dat dan weer wel. Perfect voor de Indiase ratrace.


‘Ons’ deel van de National Highway 21, die helemaal van Uttar Pradesh tot Udaipur gaat, is ronduit lelijk. We rijden twee uur, door een saaie vlakte, langs wat wel een post-oorlogszone lijkt. Bijna alle gebouwen zijn ofwel half afgewerkt, ofwel in elkaar gestort ofwel aan het instorten. Overal ligt puin en afval. We zien veel scholen, winkeltjes, aftandse hotels, en hier en daar een sjofele hindutempel. Lux slaapt. Ik luister met Ella naar muziek. We kijken onze ogen uit. Armoedig. Ik las over Varanasi: ‘the city have become the ruins, and the ruins have become the city.’ Klopt ook voor dit deel van het land.

We zijn op zoek naar het Amritara Chandra Mahal Haveli, het enige hotel in Barathpur dat ons kon inspireren. We verlaten de hoofdweg, en passeren onder een typische poort, die de ingang tot het dorp Hersar aankondigt. Het dorp is … wel, hoe zal ik het zeggen … back in time. Mensen staren ons aan, niet nieuwsgierig, eerder sprakeloos. Hier komen niet veel westerlingen.




De Havelli is een zalige plek. (A haveli is a traditional townhouse, mansion, manor house, in the Indian subcontinent, usually one with historical and architectural significance, and located in a town or city.) Gebouwd in 1840, behoorde het toe aan Benazir Buttho, voormalig premier van Pakistan (1990). Er zijn geen andere gasten, dus we krijgen een gratis upgrade naar een royal suite. Het hotel kan wel oplapwerk gebruiken, maar de sfeer is fantastisch.




Brutale apen lopen over de daken en hangen in de bomen.
De staff begeleidt de kinderen als ze naar de kamer gaan, want de cheecky bastards durven aanvallen. De architectuur is Perzisch (lees ik), met bogen en balkonnen en gangen die naar overal lijken te gaan. We duiken in het zwembad. Het water is niet koud genoeg, maar toch verfrissend. We zetten ons JBL-boxje aan en ravotten urenlang. De staf bedient ons op onze wenken.



‘s Avonds verzamelt de staff op een grasveld achter het hotel en spelen cricket. Ik begrijp geen snars van de regels.


19 JULI
De monsters zijn niet in form. We staan ‘vroeg’ op om het Keoladeo Ghana National Park te bezoeken. Staat niet bovenaan hun bucketlist. Het park is Unesco werelderfgoed, en blijkbaar dé spot in Azië om vogels te spotten. We gaan op stap met Rikesh. Hij spreekt goed Engels en ook Duits. Hij heeft een mega telescoop bij zich, van een heel kwalitatief Japans merk, vertelt hij ons. 2000 euro. Some guides, they have one that cost 200 euro. But I want my guests happy, lacht hij. Lucky us, zeg ik, maar dat wuift hij weg. We stappen in een tuktuk voor een rit van 2 uur door the wetlands. Ik verwacht er niet veel van; op vorige ‘jungle-excursies in Nepal en Chili was ik nooit overrompeld. De occasionele spider monkey, en een troep wilde zwijnen. Dat was het ongeveer.





Maar we zijn nog geen twee minuten in het park, of Lux spot al de eerste gevlekte herten. Ze zijn niet bang, blijven rustig grazen. Rondom hen zitten vogels, die genieten van de insekten in de omgewoelde aarde.







We zien massa’s reigers, enkele bijeneters, ooivaars die druk in de weer zijn hun nest te bouwen. Summum is zonder twijfel de kingfisher. We zien hem ongelofelijk scherp door de telescoop. Prachtig. Koninklijk inderdaad. Machtige kleuren. Fier. We zien een jackhals, antilopen, verschillende makakenfamilies, een varaan, eekhoorns. Mooie ervaring. Er leven pythons in het park, vertelt Rikesh, van wel 4.5 meter lang. Ze kringelen uit het water omhoog rond de poten van de herten en kunnen die in hun geheel verzwelgen.


Rikesh’ broer heeft een hotel: The Royal Farm Bharatpur. Grappig hoe alles majestueus, international of koninklijk is. Na een ritje doorheen de stad, besluiten we daar te gaan lunchen. Rikesh is er, en hij is blij verrast. Hij woont er met zijn vrouw nu broerlief out of town is. We eten er organische dahl, roti, vegetable curry, curd, papadum. Heel lekker allemaal. Rikesh toont ons trots een foto van zijn broer ‘op een hele dure koersfiets’. Hij toon tons waar ze de koeienstront verzamelen om het land te bemesten. Hij toont ons buffel Malki, en zijn pompoenplanten. Hij hoopt in augustus naar München te gaan, naar zijn vriend Shindler, die hij gidste op een tour door Rajasthan. Hij toont me zijn visa-applicatie, en een foto van Shindler. Riskesh is een heel enthousiast man.

super. Blij te lezen dat het een echte ervaring is voor alledrie. Veel liefs xxx