India 2024: Mandawa to Bikaner to Khimsar: 20.000 Rats, 50 degrees & lot’s of holy cows

25 juli Mandawa

We rijden Mandawa binnen, een groezelig stadje, met mooie elementen zoals de gate, die we zien aan de ingang van alle steden.

Hotel Shahi Palace Mandawa is een van de 2000 Havelli‘s in Rajasthan. Een sfeervol juweeltje. Machtige, overdekte, kleurrijke binnenplaats, zalig zwembad, mooie ruime kamers.

Pushy staff. Dat wel. Ik begrijp dat mensen hier, zeker off season geld willen verdienen, maar als de ober je voor de 30ste keer vertelt dat hij eigenlijk vooral gids is en ons geld wil besparen want de anderen vragen meer and good service, sir, good for you good for me, and I am always here and I am here for you, sir, dan heb ik het wel even gehad. Hij blijft de hele tijd rondhangen en ons aanstaren, en dat werkt op de zenuwen. We boekten drie kamers, voor 6 personen, en blijkbaar heeft elke kamer 4 bedden. Ik vraag dus of driver Desh een kamer mag hebben. Not allowed, sir, sorry, sir. Sorry no sorry.  Not okay. En de chauffeur van een toffe Spaanse vader en zoon mag blijkbaar wel in het hotel overnachten. Hier wordt morgen nog een deftig woordje over gesproken.

Sari en ik doen nog een trage toer in het slaperige stadje, terwijl de kinderen een henna-tattoo krijgen.

We worden aangestaard, van alle kanten. De meeste havelli’s zijn spijtig genoeg in erbarmelijke staat. Honden graven zich in in het zand, op zoek naar koelte. Kinderen spelen cricket.

Dames in kleurrijke sari’s bedekken hun gezicht als we passeren. We slaan nog wat snacks in een lokaal supermarktje.

We eten, zwemmen, ‘overleggen’ de route van morgen met Desh, en de dag zit er op.

26 juli Mandawa

Ik spreek met de manager van het Shahi en Desh krijgt uiteindelijk toch één van onze kamers. They are talking bad about us, zegt hij because you sit with Hindu man. Desh heeft het niet hoog op met het Hinduïsme. They believe cow is there mother. They are crazy. Hij en zijn familie bekeerden zich tot het Hinduïsme o.w.v. hun persoonlijke veiligheid, maar ze geloven niet in de heilige koeien, goden met olifantenhoofden noch duizenden godheden. Het kastensysteem vindt hij misdadig. Hij behoort tot een lagere kaste, zegt hij.

We rijden naar Nawalgargh, een nabij stadje op 40 minuten van Madawa, gekend voor … Havellis! Yes , sir! Het heeft hevig geregend vannacht en het water verzamelt zich in de potholes in de wegen.

Van de 2000 karavanserai in Rajasthan, liggen er 100 in dit stadje, waarvan er vier te bezoeken zijn. We pikken er de beste uit: het Dr Ramnath Podar Haveli Museum.

Een lokale gids leidt ons even rond, al ben ik de enige die volg en luistert. Het is echt wel interessant. De Havelli’s waren blijkbaar karavanserai, bivakplaatsen voor reizigers en hadelaars, die van de ene stad naar de andere trokken. De gids geeft uitleg bij de prachtige, gerestaureerde fresco’s en vertelt over Ram en Sita, over de verschillende Hindu-festivals en over het kastensysteem. Blijkbaar is de untouchable kaste afgeschaft, en het hele systeem buiten de wet geplaatst, maar in bepaalde delen van het land wordt het nog toegepast. De gids vertelt dat 20 kastes (en dus geen vier, zoals ik dacht.)

In het gebouwencomplex huist, achter een klein poortje vanuit de Havelli-binnenplaats, ook een lagere en een middelbare school.

We gooien natuurlijk grote ogen. De kinderen wuiven naar ons van op het balkon van de derde verdieping. Jongens en meisjes leren hier blijkbaar al schrijven vanaf drie, vier jaar.

We worden gevraagd even te gaan zitten in het bureau van de directrice, maar ze spreekt amper Engels en de conversatie komt niet op gang. In de hoogste klas krijt Louise haar Instagram-account op het bord, op vraag van de lerares. Tot groot jolijt van de oudste jongens. Later nodigt de leerkracht ons via Whatsapp uit bij haar thuis. Because guests are gods. Wegens gebrek aan tijd, leggen we uit, kunnen we spijtig genoeg niet op haar vriendelijke aanbod ingaan.

We eten in Bungli-restaurant, waar we aanbellen aan een ongemarkeerde deur. Zalig lekker eten.

27 juli Bikaner

Voor we inchecken in het Vesta Bikaner Palace, worden we voor de eerste keer goed opgelicht in het restaurant naast de het hotel. Super lekker eten, maar dan reken ik af. 6600 rupee. 0ngeveer 70 euro dus. Héél duur i.v.m. de vorige maaltijden in vergelijkbare wegrestaurants, met prijzen die schommelden rond de 1600 rupee. Desh zorgt voor 10% korting. Ik denk niet echt na, en betaal. Maar Sari stuurt me kordaat terug. Klopt niet! Sari, moet u weten, kan heel kordaat zijn. Ik neem Desh terug mee naar binnen en al snel ontstaat er een geanimeerde discussie, die steeds vijandiger wordt. We zijn ondertussen omringd door een man of zeven. Everything fresh, zegt de eigenaar, seven star restaurant. Ik verwijs naar de prijzen op het menu. Hij schudt zijn hoofd. Double menu, mompelt hij. Ik ben echt verontwaardigd, en Desh dreigt met de politie, waarop de kerel bang wordt (vertelt Desh me achteraf), en nog 600 rupee teruggeeft. Hij blijft een rip off, en hoewel het niet over hemeltergende bedragen gaat, voelt het echt ongemakkelijk aan.

Blijkt dat het zwembad in Vesta, dringend een onderhoudsbeurt nodig heeft. Het water is groen. Very sorry, sir, zegt de manager, the pool will be clean tomorrow. No way, Hosé! Met gevoelstemperatuur 50 graden, trekken we dit niet. We trappen het af en checken elders in, in The Ganga resort … op een boogscheut verwijderd. Het is een beetje onpersoonlijk, maar heel clean. En aan het zwembad is de hitte verzengend.

28 juli Khimsar

We rijden verder, naar Khimsar, waar we opnieuw verblijven in een prachtig, omgebouwd fort uit de jaren 1500: het Welcomhotel by ITC Hotels, Fort & Dunes, dat meteen ook dé bezienswaardigheid van het stadje is. Hoezee! Twee vliegen in één klap. We maken eerst nog een stop in Deshnok, ongeveer 30 kilometer ten zuiden van de stad Bikaner, bij de Karni Matatempel; een roze, hindoeïstische tempel van 600 jaar oud, gewijd aan godin Karni Mata.

Het is de rattentempel, speciaal voor de kinderen uitgekozen op onze route. Onze kinderen zijn dol op ratten. En ze hebben geluk, er vertoeven er hier 20.000, en ze zijn allemaal heilig. En allemaal iemands moeder of iemands vader. Rond de tempel is het een chaotisch circus van kleuren (inclusief kammetje om de haartjes van de beestjes keurig te leggen): verkopers van bloemenkransen en pakketjes eten voor de knaagdiertjes, devote Hindu’s, kraampjes met opvallende veel plastic ballen. Mensen schuiven letterlijk aan om met onze jongedames op de foto te staan.

We gaan de tempel binnen, en de stank komt ons onmiddellijk tegemoet. Overal rennen, vreten en liggen ratten.

Ze hangen languit lui uit goten en over relingen. Overal ligt kak. Het is een smerig boeltje. De monsters vinden het degoutant en Louise gilt als er een rat over haar blote voeten loopt. (De schoenen moesten we achterlaten aan de ingang.)

We checken in in het Welcomhotel, blijkt dat we luxe-cottages geboekt, in hun tweede property: the Dunes Village. Maar Sari, die ondertussen ook al 44 is en steeds minder avontuurlijk wordt als het op stof en vuiligheid aankomt, ziet dat niet zitten. No sweat, we krijgen kamers in het fort.

‘s Avonds rijden we wel nog naar The village om er een kijkje te nemen. Volgens bronnen op het net is het een totaal artificieel gebeuren met fake duinen. Maar een van de staff aldaar zegt me dat dat onmogelijk is; de wind zou het zand gewoon wegblazen. Ik heb toch mijn twijfels: de duinen liggen er ongelofelijk gemanicuurd bij, alsof een leger van minions er elke nacht met harken op los gaat. Vals of niet, maakt me uiteindelijk niet uit. Is een wonderbaarlijke mooie plek.

Lux heeft nog een wens, zegt ze aan Desh, ze wil een babygeitje aaien. De weg wordt even versperd door een graafmachine en de kerel die de werken leidt nodigt ons uit in zijn woning, 5 minuten verder. Daar krijgt Luxie onmiddellijk een babygeitje in haar armen geduwd. We moeten ook kennismaken met de matriarch van de familie die buiten op een ligbed ligt. Er is ook een babytje van 1 maand oud(een mensenbaby, die maken ze hier ook, in Bharat) , dat in een swingend bedje ligt, buiten in de heette hitte. Ik deel wat rupees uit, voel me weer de koloniaal.

Leave a Reply