16 april




Ella is vandaag 17! Maar vreemd genoeg hebben we geen foto’s van de ballonnen, de slingers en het grote opgeblazen cijfer 17 waarmee Marie-Lou en Luxie het woonkamertje van onze villa versierd hebben. Happy B-day Ella! Je bent een topmeid! Of in het hedendaagse monstervocabularium: je bent keigraaf!




We ontbijten niet in het hotel maar boeken onmiddellijk een Indrive-taxi om de meute voor te zijn. ‘Zijn er taxibestuurders in de buurt‘, vraag elke ‘InDriver’ via de app. Ze komen blijkbaar voor de wagen staan, en verwittigen de politie. ‘Als de politie me ‘pakt”, vertelt de driver, ‘betaal ik een 2000 Diram boete, ben ik mijn wagen voor twee weken kwijt en mijn rijbewijs voor 3 maanden. Maak je een inbreuk op de verkeersregels, dan verlies je punten op je rijbewijs. Je hebt er 30. Te snel rijden of bellen in de wagen kost je 4 punten. Door een rood licht rijden kost je er 8. ‘Tenzij ik de agenten ‘omkoop’ natuurlijk’, voegt de driver eraan toe, Marokko is veel veranderd, dat is wat elke taxichauffeur ons verteld, maar corruptie tiert blijkbaar nog altijd welig.Veiligheid is toegenomen. Als je op straat betrapt wordt met een mes, ga je voor 17 jaar achter de tralies. Als je het gebruikt voor 30 jaar. Of iets in die grootorde. Je moet alles misschien met een korreltje zout nemen. Maar de (geheime) politie en de gendarmerie in Marokko hebben altijd al een stevige reputatie gehad.




Om 9.00 staan we aan de Madrassa Ben Yousouf, om the crowds voor te zijn. De Madrassa was een leercentrum gebouwd in 1570, waar eeuwenlang studenten van over de hele wereld kennis kwamen opdoen. Het werd in 1950 gerestaureerd en is in onberispelijke staat.










Het is een prachtig complex, dat ons veel meer aanspreekt dan het Bahia-paleis. Elke vierkante centimeter is bedekt met marmer of zellige, de typisch Marokkaanse keramiek. Het houtsnijwerk is exquisiet. Het is nog heel rustig en we kunnen ongestoord snuisteren in alle hoeken en kantjes van de “school’. Een prachtig binnenplein, de bescheiden cellen waar de studenten studeerden en sliepen. Ook onze drie dames vinden het wondelrijk. Je voelt de stilte en wijsheid van weleer.
Na deze cultural highlight ontbijten we zalig in de zon op een dakterras. Pannenkoeken met banaan en Nutella, met Nutella en aardbeien, of met honing. En gebakjes met pistache en baclava to go.

Al ga ik liever off the beaten path, en is Marrakesh één grote speeltuin, de sfeer bevalt me enorm. De straten liggen niet bezaaid met vuilnis.De muezzin houden zich redelijk koest. (5 x in 24 u.) We zien trouwens nooit iemand bidden, behalve de conciërge van ons hotel, op een stuk karton.) De kleurenpracht alom is een joy pour les yeux. Iedereen is vriendelijk en eerder lay-back. Afdingen is hier echt een sport, en het lukt ook aardig. Het spijt me al dat we maar vijf nachten blijven, en geen tijd hebben om een rit naar het Atlasgebergte te maken of andere steden te bezoeken.





Daarna duiken we opnieuw de souks in, want er moet vanzelfsprekend opnieuw geshopt worden, afgepingeld en onderhandeld. In de nauwe straatjes is het oppassen geblazen voor jonge nozems op brommers. Ze manuvreren weliswaar viruoos tussen de wandelaars door, maar het is altijd even je hart vasthouden als er je eentje op een haar mist. Shoppen dus. Nog een handtas, nog een paar slippers, en nog een handtas, drie kleine koperen spiegeltjes, en nog een handtas, een magneetje om onze verzameling aan de koelkast aan te vullen … Op La Places des Epices koopt omoe brokken eucalyptus, die alle snot uit je neus verjagen, oranjebloesemwater voor in de keuken, en ‘natuurlijke’ zeep.









Er worden landschildpadden verkocht, zielig in een kooi. De diertjes zijn tot een hand groot, voor 50 euro, en een wannabe-Bob Marley-Marokkaan dropt een leguaan (of iets dergelijks) op Lux’ schouder.



We doorkruisen de medina, steeds meer en meer beladen, ik zoals gewoonlijk alle gevoel voor richting kwijt, en belanden uiteindelijk in Braco Da Marco, een Italiaans restaurant, waar ze blijkbaar pizza noch pasta serveren. Maar we zitten al hoog en droog en blijven daar en de burata is lekker.



We gaan even terug naar het hotel. Marie-Lou en Lux nemen een duik. De rest van de gang niet, we zijn koude angsthazen.
Bij valavond laten we ons droppen bij Jama-El-Fna. De taxi’s mogen de medina niet binnen, maar het is maar even wandelen.















Het plein bij valavond is eerder een ontgoocheling. Mijn herinneringen aan 25 jaar geleden zijn ver en wazig, maar ik heb beelden van een zekere mystiek, romantiek, geheimzinnigheid. Met rook van barbecues die kringelt boven de kraampjes, toeristen die aanschuiven aan lange tafels, slangenbezweerders … Maar nu is het een kermis, met blinkende lichten, harde muziek hier en daar, verkopers van tupperware … We blijven niet lang.
17 april
Le Jardin Majorelle, ontworpen door Yves Saint-Laurent. Ik kan er niet veel over vertellen, behalve wat je zelf op het net kan lezen, want spijtig genoeg kan je enkel tickets online bestellen voor dit hoogtepunt van een bezoek aan Marrakesh en alles bleek volzet. Idem voor het Musée Yves Saint-Laurent. Daar stonden we dus, onvoorbereid en voor Piet Snot. We drinken iets in de aanpalende villa, die dezelfde diepblauwe kleur heeft als de gebouwen in de tuinen. Zo komen we nog een beetje in de sfeer.





We ontbijten in Café Carmel, een eettent aan een drukke baan. Luidruchtig, maar wat een ontbijt! Pannenkoeken met chocolade of honing, verschillende soorten Marokkaans brood, toast met avocado en spiegelei en toast met tomaat en mozarella, en omelet en yoghurt met muesli enzovoorts enzoverders … Blijkbaar was er achteraan ook een terras, maar dat hadden we te laat door. Alweer zalig dus, enkel spijtig van de stinkende straatkittens die de hele tijd op onze schoot springen.






Bij een bezoek aan Marrakesh mogen de tannerieën niet ontbreken: de leerlooierijen waar leder opgeschoond en geverfd wordt. Je kent misschien de beelden van de verschillende ‘tanks’ gevuld met prachtige kleuren. De realiteit blijkt net iets anders.











Er valt kleur te bekennen, maar niets zoals in je hoofd. Of we kwamen op een plaats waar het bewerkingsproces nog in een vroeg stadium zit. En het stinkt er. Voor dood. Als de dood. De monsters willen zo snel mogelijk weg, maar de volwassenen, vreemd zoals ze zijn, willen de sfeer nog even opsnuiven. Een arbeider geeft ons vriendelijk uitleg. Man, wat is dit een klotejob. De leerlooiers staan dag in dag uit in de nattigheid en in deze verschrikkelijke stank, met hun schorten en hun rubberen laarzen. En als de temperaturen stijgen, kan het enkel erger worden. Het is ongelofelijk hoe ‘primitief’ dit proces nog is. De ruwe beestenharen worden met de hand verwijderd, en vervolgens worden de huiden ondergedompeld in de tanks. Om ze soepel te maken. In dierenurine en duivendrek, lees ik achteraf. Niet moeilijk dat dit geen streling voor het reukorgaan is. Om de hoek wordt het leder, in een piepklein ateliertje, volledig handmatig verwerkt tot prachtige handtassen.

Van de leerlooierijen is het een half uurtje stappen naar het El-Badipaleis. Groots en imposant, met oorspronkelijk een 360-tal kamers, een binnenplaats van 135 op 110 meter en een vijver van 90 op 20 meter. Het is even oud als Madrassa Ben Yousouf, maar veel robuuster en minder verfijnd, al is is natuurlijk mogelijk dat de tijd een grotere impact had en de restauraties nog in hun kinderschoenen staan. De vijver heeft alleszins een grondige reinigingsbeurt nodig. Hij ligt waarschijnlijk ook vol duivendrek.









We nemen een taxi naar le Jardin Secret, een Riad met een grote prachtige binnentuin. Heel geheim is hij niet, want er lopen heel wat toeristen rond. De tuin werd pas aangelegd in … dus het de plantenpracht lijkt me een klein wonder. Ik ben verre van een botanicus (ik ben al blij dat ik het woord correct spel, dat dan weer wel) dus ik ben verwonderd door de afmetingen van de metershoge cacti en de torenhoge palmbomen. Prachtig. Ook de paviljoenen zijn exquisiet. (Nog een woord dat ik kan schrijven.)







De dag zit erop. De monsters hebben zich goed gedragen en duiken nog even in het zwembad in het hotel. We eindigen met … u raadt het … een tajin.
18 april
We ontbijten in het hotel en nemen een taxi naar Casablanca, blij dat we de zee zullen zien. Casa is de grootste stad van Marokko, met 8 miljoen inwoners. Marokko telt er in totaal 36 miljoen. Marrakesh een 2 miljoen.




De taxichauffeur vertelt honderuit. Dat hij op de hoogte is van de wereldpolitiek, dat god in je hart kijkt en niet naar hoeveel keer je bidt.Dat hij sunni is, en dat de shia de pot op kunnen (dat leidt ik toch af uit zijn handgebaar en mimiek.) En hij is niet tuk op Afrikanen, waarmee hij onze ‘zwarte medemens’ bedoelt. Hopelijk kijkt Allah niet te diep in zijn hart.
De stad maakt geen goede eerste indruk; ze is wit en kleurloos ( wit is geen kleur, zoals u weet) en vierkant, zonder veel sfeer, maar dat is misschien een beter verhaal als de zon uitzit. Het is bewolkt en koud. (De voorbije dagen hadden we temperaturen tussen 20 en 30 graden.)
We lunchen in Tropicana Terrasse, met uitzicht op zee. Ik proef een zalige paëlla. Vandaar gaat het naar de Mosque Hassan II, die ook uitkijkt over het zilte nat. Het is de derdegrootste moskee ter wereld, volgens onze chauffeur, na Mekka en Medina. En ja, hij is machtig. We schuiven aan voor de toegangstickets, maar het is nogal chaos. Niemand weet in welke rij zij of hij moet staan. Er is blijkbaar een cash-rij en een kaart-rij, en is er nu enkel een guided tour of kan je ook vrij rondlopen? Lap, enkel met gids, en het is nog een half uur wachten op de volgende tour. Dat, én de prijs, 70 euro in totaal, doet ons afdruipen.


Iets verderop ligt de oude Medina, met de souks. Maar deze zijn totaal niet vergelijkbaar met de gezellige straatjes van Marrakesh. De souks in Casa zijn duidelijk geen toeristische trekpleister: lokale producten en vuil. De verkopers klampen ons ook meer aan.













We hossen even wat rond en eten nog een zalige over sized pannenkoek bij Crêpes and more. De eigenaar raadt me kanufa aan: de ‘Dubai’ combinatie van pistache en chocolade aan. Je kan er een boer mee van zijn paard slaan.



Bedankt, Marokko, u was gezellig, gastvrij en vriendelijk en prachtig!
Bedankt, omoe, voor deze machtige trip!



