Delhi, part ii, summer 2025, ‘Kafkindia’

1o juli

02.00u Delhi airport. Domestic departures.

De departure hall is zonder twijfel het properste gebouw dat ik ooit in India zag. Net 6 maanden open en brandschoon. Slaperige krekels zingen door de luidsprekers. Monikken, de eerste op deze reis, in hun bordeaux kleed. Sikh met mega kleurrijke tulbands.

Straks vliegen we in éen ruk naar Leh, de hoofdstad van Ladakh, op 3500 meter.

De 40 minuten vertraging die eerst aangegeven stonden, zijn wonderbaarlijk een uur later verdwenen op de departure-schermen.

Het mag al eens meevallen ook.

Deze morgen, omstreeks 10 voor negen, schudde het hotel heen en weer. Een aardbeving, in fokking Delhi!

4.2 op de schaal van Richter.

Dat viel gelukkig ook nog mee.

Want de rest van de dag viel het minder mee. This, after all, is India. En niks verloopt zoals voorzien. Onze bagage is ingecheckt.

Maar het was een Kafkaiaanse nachtmerrie om die te bekomen.

Alle pogingen om deze voormiddag Lufhansa Delhi Desk aan de lijn te krijgen, waren futiel. Dus Sari en ik namen een taxi naar de luchthaven.

10.30u: vertrek naar Delhi Airport, met Uber

21 km.

1u en 45 minuten in slopend traag verkeer.

12.15u: aankomst Delhi Airport

We stappen binnen in het lost & found kantoortje naast gate number 6. Een militair vraagt ons om onze aanwezigheid op te tekenen in een schrift.

Mannetje 1, klein, blinkzwart haar keurig in een middenstreep, heeft blijkbaar een direct nummer van de Lufthansa desk in the departure hall (?), waar we blijkbaar niet rechtstreeks kunnen aankloppen, want daarvoor heb je een boarding pass nodig.

-‘Just wait a bit, sir, staff member of Lufthansa will come shortly.’

Klink hoopvol.

Efficiënt.

Go India.

We wachten 20 minuten, en wachten nog wat langer.

No staff member in sight.

-‘Can you call again, please, sir?

Mannetje blinkzwart haar belt opnieuw.

-‘There is no staff available at Lufthansa desk to come over, sir. Please wait, sir. Someone will come: 10 or 20 minutes.’

We wachten buiten het lokaaltje. Een half uur. Niemand.

Ik ga opnieuw binnen.

– ‘Can you please call again, sir?’

Een nieuwe militair vraagt ons  om onze aanwezigheid in te tekenen in het schrift.

Naast mij staat een grote kerel ook zijn beklag te doen. Ik herken zijn accent.

-‘Nederlander?’

-‘Ja. Jij ook?’

– ‘Vlaams.’

De grote Nederlander probeert te acherhalen waar zijn zonnebril is, die hij 18 april op een Lufthansa-vlucht verloor. Lijkt me een heel heldhaftige onderneming. Rens, zo heet de sympatieke man uit Eindhoven, woont al jaren in Jodhpur. Helemaal een held, deze kerel.

Terug naar mannetje blinkzwart haar.

– ‘Lufthansa vraagt pasfoto’s, sir. Niet digitaal, maar op papier.’

– ‘Mag ik even?’ Ik neem de hoorn.

– ‘We wachten al een uur, waarom kon u dat niet onmiddellijk zeggen?’

Daar heeft men niet direct een antwoord op.

Rens heeft een vriend bij zich. Mr. Rajesh Jain. Ze kennen elkaar al meer dan 20 jaar.

-‘Rajesh is een fixer’, zegt Rens. ‘die krijgt alles gedaan.’

En hupsakee, Sari en ik krijgen een lift van Mr. Rajesh en Rens om in een hol van een winkeltje dichtbij Aerocity pasfoto’s te laten nemen en printen.

Dank voor mensen als Rajesh en Rens! Zonder hen waren we volledig verloren, waar kan je in godsnaam pasfoto’s laten maken? Leve fixer Rajesh! We babbelen over Modi en over de efficiëntie van het Indische overheidsapparaat. We lachen heel wat af.

15.30u: tweede aankomst Delhi Airport, nog geen enkel resultaat

Wij terug naar het lost & found kantoortje naast gate number 6. Ondertussen is het al 5 uur later sinds ons vertrek uit het hotel, och boy …

Mannetje blinkzwart haar belt terug naar Lufthansa desk.

-‘You go wait at gate number 6. Lufthansa staff member will come to go with you through customs. To get your luggage.’

Oef. Klinkt goed. Er komt shot in de zaak.

-‘You can sit were you want. You can eat something in the food court. They will find you. No problem.’

Nice.

Dus we zitten waar we willen, eten iets in de foodcourt. In blijde verwachting.

En we zitten. En we eten.

En we wachten.

Plots daagt een collega van het mannetje blinkzwart haar van het lost & found kantoortje naast gate number 6 op. Mannetje vettig kaalhoofd.

-‘You have to email your e-visa and pic of your passport to the Lufthansa-desk.’

WTF?

Blijkbaar is onze bagage niet vrijgegeven door de douane. Er zou ‘iets inzitten’. Was het niet zo, dan was onze bagage al lang gedropt aan het hotel.

WTF?

Iets? Wat is iets? Ik denk onmiddellijk aan de instant-puree, die Marie-Lou meebracht naar Indië. Instant-puree, vraagt u zich verwonderd af?  JA. Instant-puree. Marie-Lou heeft instant-puree mee in haar bagage. En die valies was bedoeld als cabin-luggage. Zoals al onze valiezen, op 1 extra grote na. Maar de dag voor de vlucht stuurde Lufthansa een mail: ’gelieve zo veel mogelijk bagage in het ruim mee te geven. De vlucht zit immers helemaal vol.’ En wij, brave burgers …

GDVRD

Mannetje vettig kaalhoofd geeft me met duidelijke tegenzin toegang tot zijn hotspot. Maar het lukt niet om de documenten te mailen.

-‘Wait’, zegt hij. En hij verdwijnt.

We wachten. En we wachten nog. En er gebeurt niks.

Mannetje vettig kaalhoofd laat zich niet meer zien.

Ik stap op de twee militairen af, die de toegang tot gate 6 bewaken. Natuurlijk, begrijpelijk, mag ik er niet langs. Militair 1 gebaart me te wachten en spreekt iets in over zijn walkie talkie.

We zijn ondertussen heel goed geworden in wachten.

Maar er gebeurt niks.

We beginnen het enorm op onze heupen te krijgen.

Een Indier spreekt ons aan. Hij heeft na 15 dagen eindelijk zijn laptop terug. ‘Ik hoorde de mannetjes van het lost & found kantoortje naast gate number 6 over jullie praten’, zegt hij, ‘wat er gebeurt met jullie is niet normaal’, zegt hij, ‘ze pesten jullie’, zegt hij.

Toppie.

Sari blijft wachten aan gate 6, want je weet maar nooit dat er plots een deus ex machina opduikt.

Ik ga terug naar het lost & found kantoortje naast gate number 6.

Dezelfde militair vraagt me  om mijn aanwezigheid in te tekenen in het  schrift. Ik wuif hem geërgerd weg, ja ik zie in dat stadium, maar hij heeft mijn gegevens al gekopieerd en ik moet enkel nog ondertekenen. Thx, bro. Hij heeft te doen met ons.

Er staat ondertussen een nieuw mannetje aan de balie van het lost & found kantoortje naast gate number 6. Begrijpelijk. We zijn ondertussen een paar uur verder. Changing of the guards. Het is mannetje bedenkelijk snorretje.

Mannetje bedenkelijk snorretje ziet me en roept onmiddellijk en te luid naar mijn zin: ‘we do not deal with airlines!’

Ik schiet lichtjes uit mijn krammen. ‘Uw collega heeft me de hele tijd proberen helpen. U bent onze enige lijn met de Luthansa desk. U kan niet anders dan ons helpen!’

Het eerste mannetje,  mannetje blinkzwart haar , duikt weer op.

‘Please call Lufthansa again’, zeg ik.

Mannetje belt, met zichtbare tegenzin en geeft me de telefoon.

Ik ben ondertussen al heel wat korter van stof. ‘U HAVE to come NOW’, zeg ik in de hoorn.

We wachten.

Wachten.

Wachten.

En dan duikt uiteindelijk een jonge snaak op, strak in het pak, de reddende Engel van Lufthansa. Hallelujah!

Reddende Engel lijkt zeker van zijn stuk. Dit komt in orde, jongens!

We zijn ondertussen meer dan vier uur op de luchthaven.

-‘You need a new boarding pass to enter the hall’, legt hij uit, ‘Follow me!’

 En gezwind, met nieuwe moed en geloof in de dingen, volgen we de Reddende Engel.

Via nauwe gangen, onder loshangende ventilatoren, langs maintenance crews die kapotte liften proberen herstellen – het voelt niet echt koosjer aan – komen we in een nieuw lokaaltje, nog sjofeler dan het lost & found kantoortje naast gate number 6. Een viertal kerels, waarvan er een slaapt. Ze doen niet veel. Ze doen zo goed als niks.

Een vijfde man is wel iets aan het doen.

Onder de desk.

Met een viseuze.

Met loshangende kabels en veel lawaai.

Wat is er aan de hand, vraag ik aan Reddende Engel.

Maintenance, zegt hij.

Er moet blijkbaar iets hersteld worden.

Nu.

Anders doet de computer het niet.

Dit houd je toch niet voor mogelijk.

We wachten.

Maar, u gelooft het nooit, een half uur later hebben we onze nieuwe boarding pass in de hand. Gelamineerd.

‘They are the worst’, zegt Reddende Engel, ’you saw? That one guy was sleeping. I asked them to work faster, but they do not want to work.’

Ik ga de hall binnen. Sari wacht buiten.

En daar, op nog geen tien meter aan de andere zijde van de muur van het lost & found kantoortje naast gate number 6, omsingeld door honderden andere stukken bagage, staat …  een kar met onze 6 koffers.

Omwikkeld met plastiek.

Elke koffer verzegeld.

En de koffer van Marie-Lou mist een wiel.

Maar toch … onze 6 koffers.

Nu moeten we nog door de scan. Met de instant-puree van Marie-Lou.

Alle koffers op de loopband.

Niks. Nothing the potting.

Niks aan te geven.

‘According to their minds, they do whatever’, de  Reddende Engel schudt zijn hoofd, ‘ze doen maar wat’ zucht hij, ‘wat hen op dat moment uitkomt. Ze doen wat ze willen.’

18.15u: terug in hotel, met bagage.

What a day. Maar nu zijn we er klaar voor!

Leave a Reply