11 juli, Delhi to Leh

5.00


De vlucht naar Leh verloopt rustig. We zijn doodop, hebben zo goed als niet geslapen. Maar het is slechts een uurtje vliegen, dus veel slaap inhalen zit er niet in. Behalve voor Luxie, die is onmiddellijk weg. En dan laten de Himalaya’s zich zien. Ze torenen boven het wolkendek uit. Een prachtig gezicht. Voor mij zelfs ontroerend.




We beginnen te dalen, en plots wordt door de intercom gemeld dat alle vensterluikjes gesloten moeten worden. Vreemd. Normaal is het net andersom. Blijkbaar is Leh een ‘defence-airport‘ en is alles hush hush. Doe je je luikje toch open, vertelt een stewardess aan de kinderen, dan krijg je een vliegverbod van drie maanden. Gezien de hernieuwde spanningen met Pakistan van de afgelopen weken en voordien en al altijd zal de security natuurlijk nog meer op scherp staan.
Ik heb de indruk dat we de landing héél snel inzetten. En het voelt heel vreemd aan met de blinds gesloten. Een mega BOINK als het vliegtuig de tarmak raakt! We razen over de landingsbaan, maken een heftige sprong naar links en hellen vervaarlijk over. En dan komen we met een ruk tot stilstand. Je voelt de opluchting. Ik kijk naar de monsters achter me. De schrik staat nog op hun gezicht te lezen.
– ‘Was this normal?’, vraag ik aan een potige Indiër met camouflagebroek naast me.
Hij schudt zijn hoofd. ‘This was not normal at all. Normally we hit the deck at 200 km/h. This was at least 500!’
Met een korreltje zout te nemen waarschijnlijk, maar toch.
We stappen uit. 3500 meter hoog, en je voelt het op je adem, en aan je wankele benen. Militairen met mitrailleurs patrouilleren. We worden verscheept naar een busje, en ook hier zijn de ramen geblindeerd. Heel spooky allemaal.





De sfeer is onmiddellijk zo anders in het luchthavengebouw. De mensen zien er ook anders uit: getaand door de zon, hoekige gezichten. Spleetogen. Supervriendelijk.
Er is één loopband, maar het is niet lang wachten op onze bagage. Hah!
Buiten is het overtrokken en fris, maar natuurlijk ook nog maar 6 uur. De bergen rijzen grijs naast ons op. De kinderen zijn verwonderd. Wat een andere wereld!




We rijden een 20-tal minuutjes naar Goba Guest House in Chanspa, een dorpje naast Leh. Ik was hier voor het eerst in 1996. Dit verblijf bij Dawa, de superlieve eigenares van Goba, is mijn derde keer hier. Mijn ouders sliepen hier, Elena Lievens, Nick en Lijnie … allemaal genoten we van de gastvrijheid van Dawa. Ze staat klaar om ons te ontvangen. Julee! Ze legt een wit sjaaltje rond onze nek. Welkom, welkom.




Eerst slapen nu, en véél drinken.
Als we wakker worden, rond 13u, is het al bakken onder de hoogtezon. We eten iets: toast, eieren, fruit. Er zijn niet zoveel toeristen, vertelt Dawa. Heel veel groepen hebben gecancelled. De neergestorte vlucht van Airindia zit er zeker voor iets tussen, zegt ze. En zeker de moord op 26 toeristen in Kashmir, april 2025, en de oplopende spanningen als gevolg van tussen Indië en Pakistan.
We wandelen naar Leh. Chanspa is veranderd, de aardeweg is vervangen door ‘makadam’, en er is meer een hogere bebouwing. Maar overal zijn er gezellige hotelletjes en restaurantjes.






Zoals van oudsher zijn vier op vijf toeristen Israëli: bruingebrande jonge vrouwen en stevige jongemannen, die na hun zware legerdienst een Asia-tour maken van India, Nepal, Thailand, Cambodja … Ze zijn dol op de Royal Enfields, de robuuste remakes van de motoren vroeger gebruikt door het leger.
Ook Leh zelf is veranderd, en – al zullen sommige nostalgici dit betwisten -voor een keer ten goede. De stofferige straten zijn verdwenen, de hoofdstraten zijn autovrij gemaakt. Gebouwen zijn gerestaureerd. Overal gebedsvlaggetjes.










Souvenirwinkels met prullaria, henna tattoes, Tibetan Refugee Markets, pashmina en kasjmier sjaals, en momo’s en humus en falafel voor de Israeli, en tandoori. Hier en daar een vette koe, en ook een drachtige ezel.










We eten in het Mentokling Apple Garden Restaurant. En we eten en drinken van alles: een pannenkoek met Nutella, en een pannenkoek met vers fruit, pulau, garlic naan, fried momo’s, pad thai, noodle soup, een biertje, mango lassi, watermeloen juice, frisdrank, voor de totale prijs van 1600 Indian Rupee, oftewel 16 euro.
Ik heb van ons groepje van 6, het meest last van de hoogte. Misselijk, hoofdpijn … We doen het dus nog rustig aan, voor deze 50-jarige man. Maar sowieso is het best de eerste dagen niet te veel hooi op onze vork te nemen. Morgen doen we een daytrip naar Thiksey en Hemis. 14 juli rijden we naar Alchi, en vandaar naar Lamayuru. Ik kijk er al naar uit!