LEH, LADAKH, SUMMER 2025, hoogteziekte (en een heel klein beetje kloosters)

13 JULY. HOOGTEZIEKTE

5.00

Luxie maakt ons heel vroeg wakker. Ze gloeit helemaal, ziet rood van de koorts, barstende hoofdpijn. En vooral … pijn in de nek. Symptomen van hoogteziekte, of van meningitis? We geven haar Dafalgan en uiteindelijk ook Diamox. We nemen het zekere voor het onzekere en ik bel naar de 24/7 hotline van Sonam Nurboo, het enige ziekenhuis in Leh.

– ‘You come to hospital now’, zegt de vrouw aan de andere kant van de lijn.

Een taxi vinden op dit uur lukt me niet, dus gelukkig geeft altijd vriendelijke Dawa-le ons een lift. En gelukkig gaat ze ook mee naar binnen, want de procedure om in te checken was me niet onmiddellijk duidelijk. Via een klein raampje op borsthoogte praat Dawa met de ‘onthaalbalie’. Ze moet de bediende wakker maken uit haar slaap.

Ik geef mijn naam op, die van Lux, en die van mijn vader, betaal 50 rupee (een halve euro) en we gaan naar de inkomsthal. Niemand te zien. Maar Dawa weet van wanten. Ze klopt op een deur, en even later staat de dokter van wacht ons te woord, kort van stof maar niet onvriendelijk Hij was ook aan het slapen.Hij stuurt ons door naar een verpleegster.

Lux’ temperatuur wordt gemeten en die is verassend genoeg maar 37.7 graden. Ze voelt nochthans aan als een oventje. De verpleegster stuurt ons terug naar de dokter, met een papiertje met Luxies lichaamstemperatuur.

De dokter meet haar zuurstofniveau. Dat is te laag. Ik vermeld de pijn in haar nek, en de hoofdpijn, maar de dokter maakt zich geen zorgen. Duidelijk hoogteziekte. Ondanks alles geruststellend. Hij onderzoekt haar niet klinisch. ‘No worries’, zegt hij. Het is niet zijn eerste patiënt met hoogteziekte. ‘We zullen haar even opnemen, zuurstof toedienen, en we leggen haar ook aan een infuus.’ Hij krabbelt wat op hetzelfde blad. ‘Two hours and she can leave.’

Hij verwijst ons terug naar de verpleegster, die krabbelt ook iets op het blad en stuurt ons op haar beurt terug naar de slapende dames aan de balie, voor medicijnen: een zoutoplossing (denk ik) voor de drip, paracetamol, ORS en iets tegen misselijkheid. Ik hoef niks te betalen. Medicine is free, zegt Dawa.

We moeten naar de kinderafdeling, maar het is zoeken. Trap op, trap af, die gang door en die deur uit. Het hospitaal geeft niet echt een steriele indruk. De toiletten zijn ronduit smerig. Kasten met medicijnen, spuiten en scalpels staan wagenwijd open. De gangen leeg en personeel valt zo goed als niet te bespeuren. Maar ze dragen ook geen uniform, dus wie weet zijn ze massaal aanwezig. Ik betwijfel het. Dawa klopt opnieuw op een deur: ‘nurse resting room’. De verpleegster komt uit haar bed, slapers in de ogen. Ik neem aan dat ze de hele nacht dienst hebben, en fel onderbemand zijn. Het is makkelijk om kritiek te geven. In vergelijking met België worden we trouwens razendsnel geholpen.

– ‘Dit is het beste, en enige hospitaal van Leh’, zegt Dawa, ‘privé-hospitalen zijn er niet.’

Een gat in de markt voor een toerist-hub als leh?

Lux krijgt een bed toegewezen in een groezelig zaaltje waar een tiental kinderen liggen. Hun ouders zijn er ook. Er wordt heel wat afgehoest. De verpleegsters dragen een mondmasker. Eén moeder ligt op een matras op de grond te slapen. Twee bedden naar rechts zit een jongen van een jaar of tien rechtop, zijn ledematen bezaaid met donkerrode plekken. Hier blijf je beter zo kort mogelijk. Een Ladakhi vrouwtje aan de overkant van de zaal bidt onafgebroken, een monotone mantra. Het koppel naast ons drinkt zoute thee. Ze bieden me een tas aan en ook brood. Mensen zijn hier zo oprecht vriendelijk en gastvrij.

Ondertussen heeft Lux een zuurstofmasker aangekregen. Ik moet wel even helpen om het goed op haar neus te plaatsen. De verpleegster zoekt een ader aan de bovenkant van haar hand om het infuus in te brengen. Het lukt niet en ze probeert het met infraroodlicht. Ik moet Lux’ pols in een stevige grip nemen om de aders te doen zwellen. Na een paar pijnlijke pogingen zit de naald goed.

En nu is het wachten. Wachten op de drip, wachten tot de koorts zakt, wachten tot de zuurstof haar werk doet. Luxie kan gelukkig via mijn hotspot wat zever bekijken op het net. En ik kan wat puzzelen op mijn smartphone. Ondertussen hoesten en wenen de kinderen rondom ons. Er zitten hele kleine hummeltjes bij. Mama’s bellen, heel luidruchtig. Een machine staat de hele tijd hard te biepen. Kinderen kijken naar filmpjes, op maximum volume. Ideaal allemaal.

Ik vind dat de drip heel traag doorloopt en klop nu ook zelf op de deur van de ‘nurse rest room‘. De verpleegster rolt opnieuw uit haar bed en stelt de infuus bij. Ze trekt een streep op de plastiek container. Als de vloeistof tot dat niveau gezakt is, mogen we weg. Of daar ga ik toch van uit. Lux voelt zich wel snel al een stuk beter.

Ik ga op zoek naar een theetje en kom terecht bij hok met een vuile keuken en twee soldaten die een praatje met me slaan. Ik krijg een melkthee en een paratha. Ik wil betalen, maar de kerel wuift me weg. Ik dring aan.

-‘ No need, sir.’

Uiteindelijk heeft Luxie voldoende vocht opgenomen. Ik zoek de verpleegster, en die checkt haar temperatuur en zuurstofniveau. In orde. Ik check ook even mijn zuurstofniveau om te vergelijken. Ook ok.

Dawa heeft ondertussen onze driver, Tundup, naar het hospitaal gestuurd om ons terug naar Goba Guest House te brengen. Hij zal ons de volgende dagen rondrijden naar Alchi en Lamayuru.

Nu moet Lux veel drinken en rusten, en we moeten haar temperatuur onder controle houden, wat lukt. De hoofdpijn is ook al veel minder. Morgen zou het beter moeten zijn. Fingers crossed. Anders moeten we misschien onze plannen herzien en dalen.

13 JULI. Een heel klein beetje KLOOSTERS

11.00

Sari en Lux blijven in Goba Guest House. Luxie valt al snel in slaap.

Louise, Ella, Marie-Lou en ik gaan erop uit, met onze driver Tundup. Op het programma staan de kloosters van Hemis en Thiksey en Stok-Palace.

De weg naar Hemis loopt door de vallei, met hoge rotsen aan weerskanten. Het eerste stuk is niet echt een pareltje te noemen – vooral ‘lintbebouwing’, veel constructiewerken, druk toeterend verkeer en het leger is alom aanwezig, maar het blijft wel een leuke rit. Heel veel bedrijvigheid, winkeltjes, chortens … en overal kleurrijke gebedsvlaggetjes.

Maar eens we van de hoofdweg afgaan, en stijgen richting Hemis, wordt het landschap indrukwekkend.

De setting van het klooster (neen, monsters, het is geen katholiek klooster zoals jullie dachten …) is echter ronduit prachtig, aanschurkend tegen een hoge rotswand. Het is het rijkste ( en mooiste, zegt men) klooster van Leh, dat komt eerlijk gezegd totaal niet tot uiting op mijn foto’s.

Maar meer hierover in een volgende post.

One comment

  • Oh. Good luck en hopelijk snel meer van dat moois met zijn allen!

Leave a Reply