27 juli, Anuradhapura
Wout en ik gaan naar sacred city, met een 2000 + jaar oude bodhi-boom als middelpunt. De anderen zien het niet meer zitten, too hot, bored out door het extreem lange wachten op het eten. De toegangsticketten zijn duur, tot 50 euro pp voor het hele complex, als ik het goed begrepen heb. Maar aangezien we slechts een stukje willen zien, legt de eigenaar van Hotel 4 U Saliya Garden ons uit hoe we een ‘sluipweg’ kunnen nemen. Bij één van de tig ingangen maken we eerst kennis met een aantal black faced languren, die ons welwillend de hand schudden.









De Sacred City site is Unesco werelderfgoed, en de Jetavanaramaya, het heiligdom dat we bezoeken – oorspronkelijk 122 meter hoog – is één van de grootste stupa’s ter wereld, en ronduit WAUW indrukwekkend.




Overweldigend immens, met felgekleurde linten eromheen, honderden in het wit geklede Sri Lankaanse bezoekers verzameld, ze maken hun rondje, bidden, helpen de linten ophangen, dragen baldakijnen … velen nog met een mondmasker (waarschijnlijk meer tegen de rook dan tegen Covid).







Een paar jonge monniken valt op, in hard oranje tussen het wit.

De geur van wierook kringelt tussen de vele devote boeddhisten, blootsvoets en gekleed in het wit. En dan trommels. Gezang. Er verschijnt een processie van muzikanten en dansers.




En de ceremoniële dansers tonen hun begeesterde capriolen.



Met hun brede glimlach, behendig voetenspel en break dance moves lijkt het net een religieuze dance off.




Wout is onder de indruk. En ik? Na Shwe Dagon in Rangoon, Myanmar, is dit mijn meest memorabele impressie van een boeddhistische tempel tot nu toe.
Ik vind het heel spijtig dat de monsters dit niet zien en meemaken.


28 juli, Anuradhapura, Minneriya
Vroeg opstaan om 5.00, ontbijtpakketten in de bus; we moeten om 6.30 aan de ingang van Minneriya national national park staan, voor een jeep safari, op ‘mini-expeditie’ om olifanten te zien.





Lang moeten we niet aanschuiven, want na een kwartier in het park, stuiten we op een eerste kleine kudde, van een twintigtal slurven, in alle maten. Ze komen tot op een paar meter van de jeeps, ongestoord – we big, we don’t care about you humans. De kleine dikhuidjes zijn super-aandoenlijk.






We stuiten ook op onze eerst kudde jeeps met toeristen, een twintigtal voertuigen. In één van de jeeps ligt een geïnteresseerde puber vlijtig te slapen. Ook heel aandoenlijk. Naar de avond toe, vertelt onze driver, kan je tot wel 100 olifanten zien, maar dan moet je de 3 à 400 jeeps erbij nemen. Ik heb geen idee van onder welke steen die 400×6 toeristen per jeep zouden moeten kruipen. Er is hier, buiten het park, maar een handjevol westerlingen te zien.




En dan begint het debacle. We moeten een rivier(tje) over, met modderdikke oevers.



Eén van onze twee jeeps rijdt zich onmiddellijk overenthousiast moervast. 4×4 staat er op de spatborden, maar het is blijkbaar een 2×4. Soms kan Sri Lanka verwarrend zijn. Soms is een absurde understatement.


Optrekken voor dood, de geur van verbrand rubber, gierende banden.
Nope.
Dieper en dieper gaan de banden.
Maar de drivers maken zich op geen enkel moment druk. Alledaagse kost hier in Minneriya.
Uiteindelijk worden we uit de modder getrokken door twee andere jeeps.




Ander wildlife, op een kingfisher, een ibis (?), en veel apen na, zien we niet.
Het snikheet vandaag en de namiddag is dus waterpret in ons gitaarvormige zembad. We krijgen bruschetta’s en vers fruit.




Nisale, onze bus-driver/ helper/ gids, spreekt me aan. Hij is heel verontwaardigd.
– ‘I cannot keep protecting you like this.’ Pfff, hij is echt kwaad.
-‘If you book a tour yourself, without my help, I cannot interfere when you are cheated.’
Volgens hem hebben de jeep drivers ons er dik opgelegd, voor een goede 25.000 rupees, omgerekend 70 euro op een totaalbedrag van 390 euro (jeeps + entrance fees voor het park). Als je weet dat Nisales maandsalaris 200 euro, is zou dit goed verdiend zijn.
Het wordt woord tegen woord. Pfff. Kak. De jeep drivers contacteren ons. Ze zullen ons 18.000 rupees terugstorten. Vreemd, want ze beweren dat onze gids een bedrieger is. Waarom dan schuld vereffenen?
De hoteleigenaar is een super sympa-kerel, die vlot Engels spreekt en een echte wereldburger blijkt (7 jaar afwassen, bar tenden etc… in Duitsland, meerijden met een Hollandse magic bus, massages geven op Goa beach … ) Hij vraagt me regelmatig om samen te blowen. ‘I have a bong!’ Nope, not for me.
-‘Tourist business a cheating business’, zegt hij, ‘you have to be really careful.’
We spreken met Nisale’s management, en met Nisale. Het is uiteindelijk onduidelijk wat er gebeurd is. Dat gidsen een commissie nemen, is blijkbaar wel de gang van zaken. We trekken een streep onder de zaak. De drivers storten inderdaad ook 18.000 rupees terug. Het vertrouwen op de bus is tot ieders opluchting grotendeels hersteld. Maar al bij al een niet zo leuke situatie, en al zeker niet voor Nisale. Ik voel me er echt niet goed bij, en ben blij dat de plooien gladgestreken zijn.


Wout en ik gaan op zoek naar een massage. Maar natuurlijk komen we in een kot van dubieuze reputatie terecht. Slechtste massage ooit, we gaan niet in op de voorgestelde ‘handshake’, en we worden snel weer buiten ‘gebonjourd’. Tja, we moesten onmiddellijk entrance fee en tip for the girls betalen. Ik had het toen al moeten weten.

Nisale en de gang komen ons ophalen aan de ingang van Sacred city. We bezoeken Isurumuniya Temple, gebouwd tussen zware rotsen. In het annex museum staat de uit steen gehakte ‘lovers‘ tentoongesteld, pakweg 1400 jaar oud.

Daarover en over Pachchilapalli op 29 juli later meer