Summer 2025, Sri Lanka

25 juli, Anuradhapura

We landen rond 6.00 in de morgen in Colombo, na een vlucht van 3 uren. Douane, visa on arrival, geld wisselen …. alles verloopt supervlot, en al zeker in vergelijking met Kafkindia. Nisale, onze bus-helper, gids wacht ons op. (We wisten eigenlijk niet dat er naast de chauffeur nog iemand bij zou zijn.) Onze bus, ons vervoersmiddel voor de komende 10 dagen staat klaar. Nisale heeft een eindeloze glimlach en spreekt vlot Engels. Dat valt al mee.

We eten iets onderweg. Het is een vijftal uren rijden naar Anuradhapura, wat 1500 jaar de hoofdstad van Sri Lanka was en, als ‘geboorteplaats’ van het boeddhisme hier, een belangrijk pelgrimsoord.

Slecht op een ‘steenworp’ van India, de Straat van Palk is maar 54,8 km breed, maar toch zo anders. Het verkeer is rustig en er wordt zo goed als niet getoeterd. De chauffeurs gebruiken zelfs af en toe hun richtingaanwijzers! Gekkerds! En in vergelijking met Zuid-India en Rajasthan is het hier proooooper. Begrijp me niet verkeerd, er ligt nog vuilnis langs de straten en zelfs rondom heiligdommen, na lokale picknicks en processies op een vrije dag, wordt er ook hier veel shit achtergelaten. Maar toch, er is een opvallend verschil. De bevolkingsdichtheid is gemiddeld lager dan die van India (in 2020: 348,9 vs 403,4 inwoners per vierkante kilometer), maar er zijn toch 22 miljoen mensen voor een oppervlakte van twee maal België.

Sri Lanka geeft ons onmiddellijk een goed gevoel. De kinderen zijn blij dat ze palmbomen zien, zijn dol op de tropische sfeer, die doet denken aan Indonesië. De Sri Lankanen zijn, warm, open, vriendelijk.

We blijven vier nachten in Hotel 4 U Saliya Garden, een zalige plek, rustig en chill, terracotta gekleurd zand, eekhoorns die in het rond jumpen, machtig zwembad, toffe staf, aangename kamers met gepatineerde plankenvloer.

26 juli, Anuradhapura

We ontbijten in een lokaal restaurantje, altijd een gok. Sari en ik Singalees, mega spicy, mega lekker. Ik met de handen, de local way. De kinderen gaan voor buns.

De bus rijdt naar Trincomalee, om er Emma, Wout, Isidoor en Anemone op te pikken. En dan is the gang compleet. Dus wij nemen twee tuk tuks naar Mihintale.

Mihintale ligt een 12-tal km verderop, en hier vond, volgens de verhalen, de ontmoeting plaats tussen de boeddhistische monnik Mahinda en koning Devanampiya Tissa, die vervolgens het boeddhisme in Sri Lanka introduceerde.

1800 treden naar boven en ondanks de schaduw van de bomen pokkeheet en gdvr en zweten en zuchten, maar het is een prachtige site in een machtig mooie natuurlijke setting, met verschillende stupa’s, boeddhabeelden, twee soorten apen (één aggressief, één vredelievend) en een verloren gelopen bambi.

Op de terugrit toont de tuk tukdriver ons een reusachtige banyan-boom. Er staat zelfs een tafel en stoelen onder de wortels en je kan er met gemak onderdoor lopen. Onder de wortels, niet onder de tafel en stoelen. Een oude inwoner van dit gehucht staat tentoongesteld in een vitrinekast. Bizar.

De rest van de gang is ondertussen aangekomen, en we brengen de namiddag bij het zwembad door met pret en leute en bruinen, want het is bakken.

27 juli, Anuradhapura

We ontbijten, zwemmen en gaan erop uit. We lunchen aan het meer, met een prachtig zicht. De bestelling komt in deeltjes en fantastisch traag. Terwijl we nog aan het wachten zijn, gaan de girls, bored to death, naar een hair saloon. Om 15.45 heeft iedereen gegeten. Nooit meegemaakt, maar gebeurt later nog. Keukens lijken totaal chaotisch georganiseerd, er worden verkeerde gerechten opgediend, of gerechten komen gewoon niet, en als ze dus al komen dan is het in deeltjes en hééél traag.

Wout en ik gaan naar sacred city, met een 2000 + jaar oude bodhi-boom als middelpunt. De anderen zien het niet meer zitten, too hot, bored out door het lange wachten op het eten. Het is Unesco werelderfgoed, en de stupa die we bezoeken, is ronduit indrukwekkend: overweldigend immens, met felgekleurde linten eromheen. De geur van wierook kringelt tussen de vele devote boeddhisten, blootsvoets en gekleed in het wit. Ceremoniële dansers tonen hun capriolen. Na Shwe Dagon in Rangoon, Myanmar, is dit mijn meest remorabele impressie in een boeddhistische tempel.

28 juli, Anuradhapura

Vroeg opstaan om 5.00, we moeten om 6.30 aan de ingang van Minneriya national national park staan, voor een jeep safari-ride op ‘expeditie’ naar olifanten. Lang moeten we niet aanschuiven, want na een kwartier in het park, stuiten we op een eerste kleine kudde, van een twintigtal slurven, in alle maten. De kleintjes zijn super-aandoenlijk. We stuiten ook op onze eerst kudde jeeps met toeristen, een twintigtal voertuigen. In een van de jeeps ligt een geïnteresseerde puber vlijtig te slapen. Ook heel aandoenlijk. Ander wildlife, op een kingfisher, een ibis (?), en veel apen na, zien we niet.

En dan begint het debacle. We moeten een rivier(tje) over, maar één van onze twee jeeps rijdt zich overenthousiast vast. 4×4 staat er op de spatborden, maar het is blijkbaar een 2×4. Soms kan Sri Lanka verwarrend zijn. Optrekken voor dood, de geur van verbrand rubber, gierende banden. Uiteindelijk worden we eruit getrokken door twee andere jeeps.

Het snikheet vandaag en de namiddag is dus zwemmen.

Sinale, onze gids, spreekt me aan. Hij is heel verontwaardigd.

– ‘I cannot keep protecting you like this.’ Pfff, hij is echt kwaad. ‘If you book a tour yourself, without my help, I cannot interfere when you are cheated.’ Volgens hem hebben de jeep drivers ons er dik opgelegd, voor een goede 25.000 rupees, omgerekend 70 euro op een totaalbedrag van 390 euro ( jeeps + entrance fees voor het park). Als je weet dat Nisales maandsalarie 200 euro, is zou dit goed verdiend zijn.

Het wordt woord tegen woord. De jeep drivers contacteren ons. Ze zullen ons 18.000 rupees terugstorten. Vreemd, want ze beweren dat onze gids een bedrieger is. Waarom dan schuld vereffenen?

De hoteleigenaar is een super sympa-kerel, die vlot Engels spreekt en een echte wereldburger blijkt (7 jaar afwassen, bartenden etc in Duitsland, meerijden met een Hollandse magic bus, massages geven op Goa beach). Hij vraagt me regelmatig om samen te blowen. ‘I have a bong!’ Nope, not for me. ‘ Tourist business a cheating business’, zegt hij, You have to be really careful.

We spreken met Sinale’s management, en met Nisale. Het is uiteindelijk onduidelijk wat er gebeurd is. Dat gidsen een commissie nemen is blijkbaar wel de gang van zaken. We trekken een streep onder de zaak.

Wout en ik gaan op zoek naar een massage. Maar natuurlijk komen we in een kot met dubieuze reputatie terecht. Slechtste massage ooit, we zijn snel weer buiten. Zonder in te gaan op de voorgestelde ‘handshake’. We moesten onmiddellijk entrance fee en tip for the girls betalen. Ik had het toen al moeten weten.

Sinale en de gang komen ons ophalen aan de ingang van Sacred city. We bezoeken Isurumuniya Temple, gebouwd tussen zware rotsen. In het annex museum staat de uit steen gehakte lovers tentoongesteld, pakweg 1400 jaar oud.

In de bus wordt het ondertussen steeds meer leute en lachen. Spijtig genoeg met ‘Waterval‘ van K3 op de achtergrond.

We eten in een vermeldenswaadrig restaurantje: Sorisso; leuke sfeer, nice food, toffe eigenares

29 juli, Pachchilapalli

We verlaten Anuradhapura, en rijden drie en een half uur richting Pedro Point, het meest noordelijke punt van Sri Lanka. We boekten een airbnb in Palai, oftewel Pachchilapalli. Alleen al voor de naam. Het zou er nog warmer zijn, ook al ligt het bij de zee. De rechte weg doorheen het groene landschap is eerlijk gezegd nogal plat saai, doet me wat denken aan bepaalde delen van Cambodja.

Leave a Reply