5 augustus: Dambulla naar kandy





Na 10 superleuke dagen samen, nemen we afscheid van Louise, Anemone, Isidoor, Wout, Emma, en we rijden door naar Kandy, 112.000 inwoners, waar het jaarlijkse Perahera-festival gehouden wordt. Het landschap gaat op en neer en de weg kronkelt meer en meer. Mooi. Dat zeker.





Er gebeurt niet veel onderweg, op de olifant op pad in de zijberm na. Blijkbaar neemt het aantal conflicten tussen olifanten en mens jaarlijks gestaag toe in Sri Lanka. Het gebied waarin olifanten ongestoord hun olifantending kunnen doen wordt steeds kleiner, met alle gevolgen vandien. Even surfen op het web laat me verstomd achter. ‘In 2024, Sri Lanka recorded 470 elephant deaths and 176 human deaths due to human-elephant conflict. The primary causes of elephant deaths included electrocution, locally made explosive devices (“jaw bombs”), gunshot wounds, and train collisions.’ according to a news article from Mongabay.


We slapen twee nachen in Serendip Stone Bungalow & Hotel, met een gratis upgrade naar een familiekamer en tweepersoonskamer. Spijtig genoeg is het zwembadwater echt koud, maar verder geen klachten!


Het hotel is de volgende dag blijkbaar de locatie van een trouwerij. Een dure trouwerij, want er wordt gezeuld met camera’s en lichten en statieven, en op de strook aan de rivier voor onze kamers wordt een tent opgezet. De dansers die Wout en ik zagen in Dambule duiken ook weer op.


Eerste werk na de lunch: met Sari naar het Lakeside Adventist Hospital, want die ribben worden echt niet beter. Het contrast tussen het ziekenhuis in Ladakh en dit, is vrij groot. Er is een heuse balie, en er moet een formulier dat er officieel uitziet ingevuld worden, en we moeten zelfs betalen. Het voelt allemaal heel echt aan. 😉 In de wachtkamer zitten drie Hollandse mannen. En van hen ziet er echt niet goed uit, mond open, hoofd naar achter, zware ademhaling. Hij ziet duidelijk af. ‘Chikungunya‘, vertelt een van de kerels me, ‘We zijn hier met vier vrienden. Gisteren kwamen we met twee naar het hospitaal. Allebei besmet. Chikungunya-virus. Pijn overal. Hoge koorts. Uitgeput. Maar we kregen medicijnen, en voelen ons vandaag weer dik ok.’Fingers crossed, dudes!’
Ik check even op het net. Blijkbaar is er een outbreak van het virus in Sri Lanka, en meer specifiek in deze contreien. ‘After a large chikungunya outbreak in 2006, Sri Lanka has recorded intermittent cases and outbreaks. Between November 2024 and March 2025, increased transmission was noted with 151 chikungunya cases reported from health care centres serving as sentinel sites in Colombo, Gampaha and Kandy Sri Lanka (11 june 2025).’
Hangt er natuurlijk van af hoe je een ‘outbreak’ definieert. Maar de jonge Nederlander geeft niet veel om definities. Ik hoop dat hij snel weer op de been is. En dat hij, wat blijkbaar kan, geen maanden ‘naweeën’ heeft. Nemen we voor alle zekerheid ook al van die medicijnen mee, vraag ik aan de dokter. Ze schudt haar hoofd. ‘No need, it is going down already.’ Spuiten dus, met Deet. Massa’s.


Sari wordt onderzocht door een dokter, terwijl er drie verpleegsters het gebeuren passief en curieus gadeslaan. Een scan wijst uit wat we vermoedden: zwaar gekneusde ribben. Sari krijgt aangepaste medicatie, die na een aantal dagen toch wel helpt om de zwaarste pijnscheuten te verdoven. Maar het blijft een beproeving. Ondertussen laat ik ook even een kies trekken, blijkbaar had ik die een van de voorbije dagen gebroken. Twee soorten antibiotica. Leuk voor de stoelgang.
6 augustus: Lux is 13!
Luxie viert haar zoveelste verjaardag niet in België. Nu ja, er zijn ergere plaatsen om happy BD te zingen dan onder de palmbomen.


Ode en de zussen zorgden versiering, snoep en een grotesk grote verjaardagskaart, en er staan ‘fisters‘(ook gekend als Bengaals vuur bij de niet West-Vlamingen) op haar ontbijt-cake. En we zongen en we lachten. De manager had ons in de smiezen, en even later stond hij te glunderen met een heuse verjaardagstaart aan de kamer van de meisjes. Sri Lakanen, niet gezeverd, zijn superlieve mensen!




Luxies verjaardag, dus Luxie beslist vandaag. In de mate van het aanvaardbare natuurlijk. We stoppen even om een water monitor te spotten en wat schildpadden.



Maar daarna wordt het dus het wordt een lokaal marktje met souvenirs en brol, een mall met annex food court en overal op en onder entertainment en hilarische leute en koopzucht, met de stinkgeur van de vismarkt in onze neus.


















Er is verscherpte beveiliging o.w.v. het Perahera-festival en we passeren heel wat militairen. Ze hebben geen enkel bezwaar tegen een korte foto shoot.



We huppelen blijgezind rond in de Kandy City Center Mall, spenderen wat rupees aan een schietkraam, en pikken zelfs een filmpje mee: Jurassic World Rebirth. Daarvoor komen we naar Sri Lanka! We kropen geamuseerd onder onze stoelen als de zoveelste gemuteerde dino uit het struikgewas tevoorschijn schoot!









Gelukkig kunnen we er achteraf ongemerkt nog een tempel tussen sneaken. Een kleintje, geniepig. Lux had het bijna niet door. Er is een monnikenschool aan verbonden, en in de tempel hangen afbeeldingen van de stadia van een lichaam dat rot in de grond. Gezwellig.









Onze gesnorde driver of the day is Mr. Upali, (local number: (0094) 71 733 1161, he is your man in Kandy!) een gepensioneerde politieman, die nu de eindjes aan elkaar probeert te kopen met zijn tuk tuk. Als agent verdiende hij 200 euro per maand. Nu heeft hij een pensioen van 100 euro. Wij betalen voor twee tuktuks voor een dag 30 euro. Een nieuwe tuk tuk kost 6000 dollar. Dit om alles voor u een beetje in perspectief te brengen, beste lezer. In de brolwinkels houdt Mr Upali een dwingend oogje in het zeil en geeft aan wanneer de prijs te hoog is. Voor magneten en kralenkettinkjes en dergelijke. We betalen liever niet te veel voor magneten en kralenkettinkjes en dergelijke.
‘s Avonds voert onze snor ons terug naar centrum Kandy, om het Perahera-festival te aanschouwen. 80 olifanten, 6000 politieagenten, en, volgens Tripadvisor jaarlijks bijna een miljoen kijklustigen. Ja halo. Het is druk op de weg, logisch, en alle plaatsen langsheen het traject zitten tsjokvol, maar mr. Upali leidt ons via een klein, donker wandelpaadje naar een goede plek. Nog even door een politie-controle en we staan er.

De hawkers hebben ons onmiddellijk in het snotje. ‘Good seat, sir, 7500 rupee per person, sir.’ Thanks but no thanks. Gelukkig spot pientere Marie-Lou, een leeg terras op de eerste verdieping van een lokaal restaurantje, een ideale uitkijkspot boven het feestgewoel. Wij naar boven.



We hebben ons, heel tevreden met onszelf, nog maar geïnstalleerd of de eigenaar staat er al. ‘Not allowed here, sir. We pay no taxes for people to watch, sir.’ Een beetje heen-en-weer gebabbel, een beetje onderhandelen over de onder-tafel-prijs, en we mogen blijven zitten. Money is money is money, Niet te opzichtig doen wel aub, liever niet rechtstaan, en op een bepaald moment, als de government officials hun ronde doen (?), moeten we even 15 minuten naar binnen. Mijn gsm schiet bij na nacht spijtig genoeg geen goede plaatjes.




Op het terras boven ons zitten drie uniformen van het special task force, inclusief sniper gun, benen op de balustrade. Het toilet en de doucheruimte net onder hen is een van de smerigste die ik ooit zag, maar drie jongens steken me voor en vinden het blijkbaar allemaal up to standard. Erg dat dit nog kan, maar het is hier schering en inslag als je even achter de schermen loert.



Beneden wachten sadhu’s af, in blote torso’s.


Verpleegsters, Florence Nightingale-style, met opgetrokken witte kousen, spierwitte uniformen en verpleegsterhoedjes, zijn parmantig paraat. En even later wordt een eerste gesneuvelde, ik neem aan door de warmte en de drukte en de extase, weggebracht op een brancard.
En dan verschijnen de eerste blootvoetige dansers onder applaus van het publiek, met vuur in de lucht en op hun voeten en rondom hen, met zwepen die ze laten knallen met extra voetzoekers.
En dan verschijnen de eerste olifanten, lamlendig slurf zwalpend op de maat van onhoorbare jazz.

Elke olifant wordt begeleid door een ‘dans-groep’ en een fanfare van trommels. Ik heb al onmiddellijk medelijden met de dieren. Een kerel vertelt me dat er olifanten-dokters klaarstaan, voor het geval dat. Maar toch. Mannen met hoge toortsen lopen af en aan. Het is een spektakel. Maar sowieso is 80 dikhuiden te veel van het goede. Na nummer drie hebben we het wel gezien. En ocharme de oren van die beesten. Meer olifanten-mens conflicten … Je zou voor minder van je slurf maken!