9 juli: ROeselare naar Jakarta
And off we go! De monsters Lux, Marie-Lou en Ella, ik. Sari is er deze keer niet bij. Sowieso een vreemd gevoel.
We wisselden Borneo in voor Sumatra, o.w.v. praktische overwegingen. (Lees: dure tussenvluchten naar Borneo of dagenlang op een gammele veerboot, vooral dubieus op overvolle feestdagen.)

In Jeddah, Saudie Arabië, wachten we voor onze 9 uur durende vlucht naar Jakarta. Vandaar steken we de Straat van Sunda over naar Sumatra. Voorbereiding nul komma nul, enkel onze vliegtickets en een eerste, veelbelovend hotel voor twee nachten: Sanghyang Indah Resort and Spa. Maar ChatGPT maakt voorgekauwde koek van de route. Benieuwd wat dat zal geven.





En we boarden, wachten twee uur op het vliegtuig zonder dat er iets gebeurt. We krijgen geen uitleg.
We hebben de reisvloek, zegt Ella.
Het begon al gisteren. Ik maakte snel nog even een ommetje naar mijn school om iets te checken en reed een band totaal de prak in. Great. Perfect timing. Een lokale Algerijn met een bandenverblijf hielp me uit de nood. Twee nieuwe achterbanden, 120 euro met werk bij. Een geluk met een ongeluk. Hopelijk zijn het geen matchbox-banden.

De eerste vlucht, van Parijs naar Jeddah, was smooth.
Maar de aanblik van de Boeing die ons naar Yakarta zou brengen, boezemt al onmiddellijk niet veel vertrouwen in: een duidelijk verouderde blikken doos, tot in de nok gevuld. Heel weinig beenruimte, touch screen TV’tjes die het niet meer echt doen. En warm, de airco heeft het ook begeven? Enkele aankondigingen later, sorry for the delay, technical problem etc. mogen we weer uitstappen. Enkele Fransen hadden het vliegtuig sowieso al verlaten. Pas de confiance.


We wachten n de vertrekhal. Een Française zal haar connecting flight naar Bali missen en staat op het punt een potje te huilen. Ze is niet de enige. De berichtgeving is uiteenlopend. Een sympa Indonesiër die in Abu Dhabi woont, is overtuigd. Hij maakte dit al meer mee. Sowieso een warme maaltijd, zegt hij blij, en een 250 ryal compensatie per persoon (60 euro). Gemiste connecting flights, zelfs met een andere maatschappij, worden vergoed. As if, zegt een andere dude, nul compensatie vertelden ze me aan de balie.
Vanaf 6u vertraging moeten ze een overnachting verzekeren, weet een derde.
Wij weten niks. We wachten af. Asian style. (Uiteindelijk krijgen we bijna onmiddellijk na de landing via Gotogate (bij wie we de tickets kochten) een bericht van AirHelp om restitutie te claimen. Ben benieuwd.
Die warme maaltijd zal me trouwens worst wezen.
Maar al bij al blijft iedereen wonderbaarlijk kalm. De ladies in burka van Saudi Airlines houden het hoofd koel. Enkele devote moslims spreiden hun matje en bidden. Misschien terecht.

We krijgen een brikje appelsap. Zelfs twee. Gratis. Mr. Abu Dhabi is in zijn nopjes.
En uiteindelijk vertrekken we een viertal uur later, in een toch iets nieuwer vliegtuig. Een paar schreeuwlelijke babies doen hun ding, maar de vlucht verloopt rustig, zonder al te veel turbulentie. Mijn monsters opgelucht.
10 juli: Jakarta – Anjer
Om 11u AM is het rustig in en rond Soekarno Hatta international airport, Jakarta. Wat een verschil met Indië, waar je onmiddellijk omsingeld wordt door een zwerm ticket touts, hitsige taxi drivers en aanklampende Sim card verkopers.

We boeken een driver via Grab en vertrekken voor een rit van twee uur naar het Sanghyang Indah Resort and Spa. De jet lag slaat toe.


Maar twee uur wordt al snel drie en vier uur. Uiteindelijk gaan we amper nog vooruit. Even later staan we stil. Het verkeer zit muurvast. Een rijbaan is volledig afgesloten door een gekantelde vrachtwagen. Brommertjes proberen zich tussen de vrachtwagens te wurmen. Politieagenten staan wat onhandig hulpeloos met hun armen te zwaaien.






De tol kost uiteindelijk even veel als de rit. Beetje opgelicht, vrees ik.
De omgeving is industrieel en alles is bedekt onder grijs stof.




Het Sanghyang Indah Resort and Spa is een serieuze ontgoocheling. (Het is onze reisvloek, die het begin van onze trip telkens in de war stuurt.) De bungalow, met uitzicht op de zee, is een waar shithol, en al zeker aan 100 euro per nacht. Vuil, ongezellig en aftands. Waarschijnlijk was dit ooit een prachtig resort, maar die glorietijd is lang vervlogen. We zouden hier twee nachten blijven. Echt niet blij, stap ik naar de balie. Een upgrade vanavond, naar de nieuwe bungalows iets verderop en morgen vertrekken we met een refund, vraag ik, natuurlijk wel vriendelijk, want je kwaad maken in Azië heeft ons nog nooit een stap vooruit geholpen. De jongedames aan de balie zijn niet verwonderd, eerder beschaamd.


Romi, de breedlachse jonge manager, toont me een andere ‘studio’. Die kunnen we krijgen, maar zonder ontbijt, zegt ie glunderend. De studio is totaal geen verbetering. Smerige douche, verf bladdert van de muren. Stank. Ik ga niet akkoord.
Romi, de geduldige jonge manager, toont me de nieuwe bungalows iets verderop. We kunnen switchen naar zo eentje. Nope, zeg ik, dit lijkt in niks op de foto’s op Agoda.
Romi, de lichtjes geënerveerde jonge manager, bekijkt de foto’s. Aha, you are in the hotel, zegt hij. Daar kunnen we heen, als we de spa boeken. Ik schud mijn hoofd, zeker niet. Ik wil twee kamers in het hotel, maar met ontbijt. En zonder spa.
Ok. Done deal.
Thx. Romi
Het ‘hotel’ is een verzameling huisjes, zoals alle andere huisjes. Tussen de huisjes in ligt vuilnis. We zitten nu blijkbaar in de Deluxe Room. Ik wil me douchen, zet het water open En ik heb de kraan in mijn handen. Ik wil wat water koel zetten. De ijskast heeft er in een vorig millennium de brui aan gegeven.
We avondeten in de Sunset Grill, op het domein van het resort. Volgens hun website ‘An exquisite seafood dining venue at Sanghyang Indah Spa Resort! Here, you will enjoy fresh and delicious seafood served in a unique and alluring way.’ Het is er leuk zitten, terwijl de zon prachtig lui ondergaat, maar exquisite en alluring … net niet. Een band speelt live en zingt lichtjes vals. Een familie uit Yakarta wil al onmiddellijk met de monsters op de foto. This place is no good, zegt mams. We stay in Aston Anjer Beach Hotel. Ik check even. 3OO euro per nacht. Yeah right. De volgende nacht zien we haar opnieuw in de lobby. Misschien slaapt ze hier misschien stiekem toch.






Ik vraag Romi, de inschikkelijke jonge manager, naar een snorkeling trip morgen. Blijkbaar is het goed bij Sangiang Island. Ik check, zegt hij. Zou komen op een 14 euro per persoon. We zitten ondertussen op onze kamer, samen met enkele gekko’s, die aan de muren kleven. Romi en ik whatsappen wat heen en weer.



Blijkt dat de shared boten vol zitten. Of course they are. Een privé trip kost ons al snel 130 euro. Of course it does. 2.2 miljoen rupiah. 106 euro. (De Indonesische munt is niet zo heel sterk. ) En James, mijn ChatGPT adviseur is niet laaiend enthousiast over het snorkelen alhier. Blijkbaar is onderwaterwereld op Pulau Weh, waar we naartoe gaan 20 juli, écht de moeite. Dus we hebben geduld.
Om 3u ‘s nachts ben ik klaarwakker en ga op het balkon zitten. De nachtclub, ook op het domein, klinkt nog luid genoeg. Er lopen nog kinderen rond over het gras. De gekko’s zijn gaan slapen. Ik speur Agoda af naar goede plekken further down the road. Het begint tot me door te dringen dat de afstanden op Sumatra niet van de poes zijn. Ik vergelijk even met Borneo, Kalimantan.

Het is duidelijk dat we maar een stuk van Sumatra zullen aandoen. Sumatra heeft ongeveer dezelfde oppervlakte als Spanje of Zweden, maar daar zijn de wegen natuurlijk een stuk beter. Ik herbekijk en herbekijk de route, sowieso met Pulau Weh als middelpunt. Maar daarover later meer.
10 juli: Anjer
Marie-Lou heeft haar toiletzak in de bungalow laten liggen, in de smerige, waaruit we verkast zijn. De receptioniste glimlacht, belt naar housekeeping.
No sir. Nothing.
Marie-Lou is zeker van haar stuk.
Of we zelf even mogen gaan kijken?
Now occupied, sir, new guests. I will check again.
We doen even iets anders en kloppen dan een tweede keer aan bij de receptie. Het lijkt nu of de dame me de eerste keer helemaal niet begrepen heeft.
I will double check. Ask manager.
Je weet wel, de Romi.
We doen even iets anders en kloppen dan een derde keer aan bij de receptie.
Romi is er. Oef.
We double-checked with housekeeping. Nothing, mr. Sebastiaan.
Of we toch zelf even mogen gaan kijken?
Now guests in bungalow, sir. They are still sleeping. Check out is 12 o ‘clock. You come back 12 o’clock.
We gaan even zwemmen. En we staan er weer om 12 o’clock.
Check out is 1 o’ clock, sir.
We blijven lachen. Maar enkel uitwendig.

Naar het strand dan maar. Pantai Pasir Putih Florida Indah, zo las ik ergens, is een onontdekte parel. Pasir betekent strand. Putih is wit. Wit zand, ontdekte parel. Kan niet slecht zijn. De term ‘Florida‘ had misschien al een belletje moeten doen rinkelen. Maar mijn voelsprieten staan blijkbaar nog niet uit. Bij lange niet, zo blijkt.
We betalen 40.000 rupia toegang tot het strand. Ongeveer 2 euro. Blijkt achteraf gezien voor elk strand zo te zijn. Maar we krijgen waar voor ons geld. Een heus batje, want er is een of andere happening aan de gang en we zijn dol op Aziatische happenings! Honderden mensen kijken in de schaduw van een reusachtige trembesi (regenboom) naar iets wat gebeurt op ep een podium. Iets met microfoons en boxen en heel veel lawaai. Maar een optreden is het niet. Wat het wel is, Joost mag het weten.





‘Onontdekte parel’ blijkt een lichte overstatement. James, mijn AI-assistent, heeft het wel vaker eens mis. Of ik stel de foute vragen.
We banen ons een weg tussen de stalletjes en kraampjes, kopen even een zonnebril voor Marie-Lou ( die zit in haar tot nu toe onontdekte toiletzak), en een gruwelijke zwemshort for daddy (daddy heeft enkel een zwembroek, die op vurig verzet van de monster-fashion-police stuit), beide 2 euro topkwaliteit.

Het strand is een vleeshoop, en het zand is lang niet wit op dit moment. Mensen rollen in het water en enkele quads rijden af en aan. We slaan het gebeuren even gade en verlaten de scène, met onze staart tussen onze benen. Het is nog net niet zo erg als in Goa. Daar was de meerderheid dronken.




Geen probleem, stranden genoeg aan deze zijde van de wereld. Pantai Pal, een scheet verderop, zou een rustigere strook kust moeten zijn. Klopt, mooie plek, maar het is geen zandstrand. Vandaar dat er bijna geen kat zit. De dames gaan even pootjebaden. Maar veel katten of niet, overal vangen we grote ogen en willen mensen op de monsters op de foto. Anyer staat niet in de top tien van de westers- touristische Javaanse hubs. I am starting to wonder why. Hopelijk steken die voelsprieten vlug de kop op.





We eten zalig lekker in een lokaal restaurantje, ik zweet me kapot door mijn ikan bakar pedas, en dan zetten we opnieuw koers naar de receptie van ons hotel. (We nemen plaatselijke kleine hop on hop off busjes.)
Al nieuws over de toiletzak?
No, sir.
Komen we aan onze kamer, blijken de key cards niet meer te werken. Wel warempel. We zijn opnieuw de ‘perlut’, zoals men in West-Vlaanderen zegt. Ik stuur Lux naar de balie. Zij is jong, ik reeds 51, begrijpt u wel.
10 minuten later komt ze breed glimlachend terug met nieuwe key cards.
En … met de toiletzak.
En … met mijn boek waarvan ik dacht dat ze het op het vliegtuig had laten liggen, en waarvoor ze serieus op haar donder gekregen heeft. Ik heb maar één boek bij me, begrijpt u.
My bad, Luxie.
En de toiletzak, waar kwam die nu uit? We vragen er niet meer naar.
Meestal vergeten we vrij snel hoe hilarisch lastig het begin van een reis als deze kan zijn. Het is altijd weer even wennen. En op die momenten verlang je natuurlijk naar lay back Chiangmai of de witte stranden van Lombok, waar miljoenen toeristen de paden al lang platgetreden hebben. Ja, het kan allemaal heel frusterend zijn, zeker als je biologische klok in de war is.
Maar de monsters hebben al veel gelachen, en dat is al heel wat!




En, zeg nu zelf, welke verhalen leest u graag?