21 juli, pulau weh
Luie dag. Opstaan, en kijken naar de uitgestrektheid van de zee. No plans today. Life is a beach. Ontbijt. Pannenkoeken. Koffie. Omelet met kaas en groenten.

Snorkelen voor onze bungalows. Geen gekleurd koraal, of toch niet veel, wel kleurige vissen. Geen Nemo, die hebben we gespot bij Julia Resort met de boze eigenaar. Sergeant-majoorvissen – wit/geel met zwarte verticale strepen, papegaaivissen – groen, blauw of roze; blauwe surgeonvissen – waaronder de felblauwe “Dory”, Nemo’s vriendinnetje. We hebben geen onderwatercamera en onze ‘waterdichte’ iPhones riskeren we niet.

Ik huur een brommer, een Honda 125 cc deze keer, makkelijker voor de steile hellingen. Luxie en ik gaan op zoek naar fruit en snoep. En neen, deze keer mag ze niet rijden. We komen terug met ananas, watermeloen en rambutan. De straatjes lijken nog in slaap, zoals het hele eiland eigenlijk. Het is overal zo rustig, om niet te zeggen doods. Het is hier zogezegd hoogseizoen, ‘ zogezegd’ says it all.

‘s Avonds eten we in Sunset Beach, of is het Sunset Beach and Grill, of is het Sunset Café? Het is allemaal niet zo duidelijk, maar who cares, het is 7 minuutjes stappen van ons hotel. Bali-vibes, prachtige setting, nog prachtiger. Het eten is niet slecht, maar ook niet denderend.







22 -27 juli, pulau weh
De 22ste is een magische dag, echt een toppertje.
We ontbijten, samen met de huiskat. Zij met haar pootjes in de melk.


We gaan de zee op, met Naffi – a.k. David, en Ari. Twee getaande, zalige kerels, van een jaar of 20. We scheren over het water in Davids speedboat. We doen verschillende snorkelplaatsen aan. Karang Batek, Underwater Mount Merapi. Klah Island, Selako Island en Rubiah Island. De ene spot is al beter dan de andere, maar toch wauw! Het is Ari’s eerste gidsbeurt, vertelt hij achteraf.
We snorkelen naar beneden, tussen de opstijgende luchtbellen en de stank van een onderwatervulkaan, we checken zeekomkommers, scholen van die en die vissoort en Nemo’s in hun anemoon-habitat, zeesterren in verschillende tinten. Marie-Lou dobbert rustig door alles heen, in haar opblaasband. De luie donder.
Lux neemt het roer over, en gaat onmiddellijk full throttle!













We stoppen bij Pantai Iboih (Iboih strand) voor lunch, zogezegd de drukste hub op het eiland. Enkele, vooral lege, restaurantjes rusten op palen boven het water. In een afgebakende zone in zee is een hoop snorkelaars aan het snorkelen. Dat doen snorkelaars nu eenmaal. Ze dragen zwemvesten en zijn vooral Chinees. Hun zwemvesten zijn dat waarschijnlijk ook. We meren aan. De eigenares van het eethuisjes loopt niet over van vriendelijkheid, nogal atypisch hier. We bestellen, met hulp van Naffi – a.k. David, en van google translate, want ook het menu, gezien de prijzen specifiek voor toeristen (?) is Chinees voor ons. Er meren nog enkele lokale toeristen en, en zij met ons op de foto. De ikan bakar, gebakken vis, is duur, denk ik, maar uiteindelijk blijkt 200.000 IDR (5 euro) voor een kilo fair te zijn. We eten waterspinazie en een demonisch pikante fish-curry.



En dan, plots, daar, onder de steiger! Wtf is dat? Een krokodil? Blijkt het een mega-varaan te zijn. Marie-Lou laat haar handdoek er vlak naast in het water vallen. Natuurlijk. Met een grote stok lukt het om hem op te vissen.


En dan, op de terugweg, wijst Naffi plots in de verte, en gooit het roer om. Ook full throttle! Dolphins, roept hij, dolphins!
Vlam! Wij daarheen.
En OMG, we zien niet één dolfijn, en ook geen tien. We zien er zeker 50! Naast de boot, voor de boot, onder de boot. Mijn hart maakt een sprongetje. Een serieuze sprong eigenlijk! Hoe magisch om die dieren te zien, in al hun elegantie. Ongelofelijk, wat het met je doet, alsof een kinderdroom eindelijk uitkomt! Dan verdwijnen ze weer, om even verderop opnieuw op te duiken. Zalig, gewoonweg zalig! We geven ze een applausje, deze tuimelaars!
We verkassen naar een ander hotel, en onderweg stoppen we bij een nog actieve vulkaan, de Gunung Api Jaboi. We bekeken geen foto’s op voorhand, onze verwachtingen liggen hoog. U voelt me al komen. Een kraterlandschap. Een maanlandschap. The Black Land, Tolkien, waar Mordor zijn duistere scepter zwaait. Dampen die vanuit spleten opstijgen. En de stank van zwavel, daar zijn we wel zeker van.
Twee kerels verkopen ons een toegangsticket, aan nog geen euro per persoon.
Dat van die zwavel klopt.
Ik moet echt bijna braken.
Dat is het zo wat.





Er is een hoogteparcours. Of dat was het ooit. Rotte touwen, onveilig, houten platformen totaal naar de botten. Een schietschijf voor boogschieten. Vergane glorie. Eens te meer.
We passeren weinig huizen en een paar winkeltjes, maar de baan lijkt vooral ongebruikt. Een baanvak is praktisch helemaal overgroeid.


We rijden verder. Anoi Itam, (“anoi” = zand en “itam” = zwart), een resort met een zwembad. Daarom kozen we het. Voor het zwembad. U voelt me al komen. Het is sowieso een tricky keuze. Op Booking scoort het echt laag, maar met weinig recensies. Op Agoda vallen de reviews goed mee, en er zijn er meer. We namen het onzekere voor het zekere. U voelt me nu al helemaal komen.

We rijden de parking van Anoi Itam op en jup, we hebben maar een seconde nodig om ons oordeel te vellen. Het hotel heeft een mooie tuin, maar neen. Dit wordt het niet. Staf onhartelijk, onbeholpen. Al verklaart het tweede misschien het eerste. We checken het zwembad. 40 cm diep, maar vooral echt vuil. No prob, wil de Chinese manager ons sussen, tonight pool is clean.
Yeah, right. Heard that one before
We kijken naar het verse, vuile water, dat vanuit een buis het zwembad bijvult. Dit komt niet goed. We trekken onze stoute schoenen aan en dienen ons beklag in bij Booking. Later krijgen we bericht, hoezekers, dat het volledige bedrag terugbetaald wordt!

We bellen de taxichauffeur die ons net afgezet heeft opnieuw en een half uur later staat hij weer paraat. We sjeezen door naar The Pade Dive Resort, van dezelfde eigenaars van The Pade Banda Aceh, waar we heel blij verbleven. U voelt me misschien alweer komen, maar neen!
Prachtige plek. Ik lig op mijn rug en staar naar de kruinen van de magnolia’s. Een vogel laat zich horen.




Mooi gebouw.

Zalige zonsondergang.



Het resort ligt wel wat afgelegen, aan het eind van een hobbelige privé-weg. We huren geen auto deze keer, en op Pulau Weh heb je constant taxi’s nodig en dat is een relatief hoge kost.
‘s Avonds eten we, op aanraden van dezelfde Spanjaard die ons de ‘prachtige’ snorkelplek bij Julia Resort had gewezen, in D&D-restaurant. The best fish I ever had! En de kerel heeft gelijk. Geen gezellige plek met uitzicht op de zee, maar machtig lekkere vis, en superlieve mensen.
We eten ook nog een keer in Casa Nemo. Lux hunkert naar de mac ‘n cheese. Ik had gereserveerd, en wordt persoonlijk begroet met brede glimlach. Op de tafel ligt een naamkaartje klaar. Ik voel me een halfgod.



D&D-restaurant ligt niet ver van Gapang Beach, waar de scuba-duikers samenhokken bij Lumba Lumba Diving Centre & Beach Resort, gerund door een Engelse en zijn Indonesische vrouw. Padi Five Star.





Gapang is een tof, echt lay back strand. Locals gaan gesluierd het water in. Duikers maken zich klaar. Er is een tentje met zalig banana bread, brownies, blondies, coconut pie en cinnamon rolls. We proeven alles.
Vanop een steiger, waar een paar kinderen vissen, springen we in het azuurblauwe water. De steiger wordt niet langer onderhouden door de staat, en staat bijna op instorten. Ella doet haar back flip en ik houd even mijn hart vast.





En dan stelt zich de grote vraag. Durven we? Doen we een proefduik? En als die goed verloopt, gaan we dan opnieuw het water in, achterwaarts vanop een boot, als echte frog men?
Lux twijfelt niet.
Ella en Marie-Lou wel.
Marie-Lou kan niet duiken met haar opblaasband, en dat is niet evident, zegt ze.
Maar we gaan ervoor. Eerst is er de theoretische briefing. Oscar, een Fransman, die hier al acht maand met zijn lief Maud vertoeft (?), vertelt rustig de do’s en de don’ts. Gebarentaal onder water. Uitleg over druk en stijgen en dalen. Dan vullen we de verplichte vragenlijst in.

En daar zit het addertje onder het gras. De zwart witgestreepte zeeslang in het zand.
Last van je oren? Verkoudheid?
Marie-Lou hoort al een hele tijd ‘alsof ze in een bokaal zit.
Dan is het beter dat ze niet duikt, zegt Oscar, better to be safe than sorry.
Zucht.
Marie-Lou is echt niet bij. Zucht en zucht.
Maar grootmoedige Ella offert zich op om bij haar te blijven.
Lux en ik en nog een paar andere toeristen wurmen ons in onze wet suits, krijgen vier kg gewicht rond ons middel, en de rest van het diving gear.

Aanvankelijk is het wat trial and error, met het ademen en de regulator, maar we zijn er snel mee weg. Het is niet onmiddellijk een nieuwe wereld die opengaat – de meeste vissen hebben we al gezien – maar het is wel een totaal nieuwe ervaring. We volgen de instructeurs, die rustig op hun rug voor ons uitzwemmen en ons goed in de gaten houden. We blijven ongeveer een uur onder water en gaan tot twaalf meter diep.
Dan is het wachten tot 15u, om te decompresseren … We eten in Barracuda’s Resto, waar het lijkt alsof het personeel al slaapwandelend bedient. Geen woord te veel. Het eten is ok, maar neen, Trip Advisor, voor ons is dit niet het beste restaurant op het eiland.

Daarna gaan we de speedboot op voor 40 minuten non stop onder water. Zalig, behalve dat mijn duikbril de hele tijd inloopt en ik er niet in slaag om hem te clearen. Lux beweegt zich als een vis in het water.









Het was onze langste periode ever op een eiland. En het heeft geen minuut verveeld. Thx, Pulau Weh!

