Summer 2026, Sumatra, Bukit Lawang

28 juli

Bukit lawang is het zoveelste slaperige plekje op onze route. Het past bij onze mood. Geen echte reisdip, maar niet zoveel zin om dit of dat te doen. De monsters liggen vooral op hun bed. Ik probeer praktische zaken te regelen, die ik hier niet meer eindeloos zal herhalen, wees gerust. Ga er gewoon vanuit dat het mis loopt.

Gisterenavond, kinderen uitgeteld, nadat de Jungle Guide Band zijn repertoire doorlopen had, bleef ik veel te lang hangen in het lege restaurant. Schrijven en Bitang. Het helpt niet voor mijn productiviteit vandaag. Maar who cares eigenlijk? Vakantie is vakantie.

Met een goede 2500 inwoners ligt Bukit lawang ingesloten tussen rijstvelden en palmolieplantages. Moskeeën zingen enthousiast in chorus. Schoolkinderen zitten opeengepakt op het dak van een busje.

Het is toeristisch hoogseizoen, dat horen we constant en all over. Maar de restaurantjes langs de rivier, dé zogezegde westerse hub hier, zijn leeg. Gisteren lunchten we daar echt lekker in Eco lodge Restaurant, niet te verwarren met Eco Lodge Bukit Lawang, waar we straks zullen eten.

De monsters hadden gehoopt op toch enkele winkeltjes gericht op toeristen, met magneten, polsbandjes en andere prullen. Niks van dat alles. Als je een willekeurige datum opgeeft op Booking, tel je nochthans een 60-tal hotelletjes, en dan heb je nog diegene die bv. enkel op Agoda of Traveloka geregistreerd staan, of nergens. Dus ik neem aan dat de westerlingen zwetend rondhotsen in de jungle, of zich terugtrekken op hun slaapplek.

In Gino’s place (we betalen 58 euro voor twee bungalows voor twee nachten, zonder ontbijt, maar eten is hier spotgoedkoop, een fruit platter voor 2 euro) is er wel wat beweging. Gino is getrouwd met een Hollandse, en spreekt Nederlands, Engels en Bahasa. Ik praat met Filip, de papa van een familie uit Leuven, zijn dochter al een jaar op reis met haar vriend, hij en zijn vrouw op bezoek. Een Spaans gezin. Een Nederlander met zijn zoontje, eergisteren nog vertrokken vanuit Kuala Lumpur. Iedereen heeft oerang oetangs gespot. Komt goed.

Voor wie nog interesse heeft. More visum-shit.
Gino brengt me in contact met Mr. Bedek, een immigratie officer in Medan. Voor 125.000 IDR per persoon, kan hij ons helpen met de verlenging van ons visum. Corruptie hé, zegt Gertrude, Gino's vrouw, akelig en tegelijk soms zo handig. Maar ik ben nog niet bereid om mijn handdoek in de ring te werpen en 30 euro meer per visum te betalen. Ik mail het Kantor Imigrasi, ik stuur een bericht via hun Facebookpagina, ik Whatsapp Mr. Bedek. Nog geen enkele reactie.

29 juli

In de namiddag wandelen we naar Kapal Bambu Restaurant, op een half uurtje van ons hotel. We stappen door bloemrijke straatjes met gravel en kiezel, langs mini-winkeltjes, een mini-moskee, mini-huisjes en stulpjes in allerlei kleuren, versierd met slingers van internationale vlaggen. De school is uit, en kinderen drommen ons samen, vragen onze namen, en six seven, of course. Always a winner. High fives are so jaren ’80.

En nu zien we plots waar de westerlingen samenhokken: in Ecolodge Bukit Lawang, waarvan het Bambu deel uitmaakt. Het is echt een mooi ‘resort’, het restaurant volledig opgetrokken uit bamboe. Ik check even de prijzen op Booking. 25 euro per nacht voor 2 personen, incl. ontbijt. Ook geen geld.

Na het eten gooien we onze koppen bij elkaar om de rest van de route uit te dokteren. Voor de zoveelste keer. De boot Medan-Jakarta blijkt onmogelijk te boeken, dus we gooien het over een andere boeg. Andere richting uit. Overland tot in Bakauheni waar ferry naar Jakarta nemen.We checken highlights and must sees, schema’s van vluchten, treinen en nachtbussen. We zoeken naar hotels. We vergelijken reistijden en prijzen.

Lux blijft totaal clueless.

En we hebben uiteindelijk een plan. Yes, we have!

Onfeilbaar.

Geen speld tussen te krijgen.

All contingencies covered.

I am the king of da planner, remember. And samen met de monsters … top team!

Ik voel dat u schaterlacht, dat u over de grond krult van plezier.

Visum shit.
Enige hinderpaal: de verlenging van ons visum. Blijkt uiteindelijk dat Mr. Bedek geen immigratie officer in Medan is, maar een travel agent. Vandaar de extra kost.

Soit.

De lokale bat cave stond vandaag nog op ons programma, maar we laten de nachtvliegers voor wat ze zijn. Geen zin om in een donkere grot te kruipen.

We rijden terug naar Gino’s place, elk achterop een scooter. Mijn driver probeert me vanalles te verkopen, o.a. een traditional something en een mountainbiketoer. Hij raadt me ook de Javaanse vrouwen aan. Beautiful, and ‘white’.

30 juli

Off to the jungle!

We worden opgehaald om 9.00, door Amri en Ojo, onze jungle guides van dienst. Armi kwam gisterenavond al langs om wat uitleg te geven. What to bring etc. Toffe kerel, spreekt goed Engels. Later meer over hem, mega sympa and relaxed.

We rijden met 2 bejaks, incl. bagage naar Jungle River Resort. We overnachten een nachtje in het woud, primitivo style. Morgenavond slapen we nog één keer in Jungle River House, voor we onze trip verderzetten, naar Berastagi.

Het is heet vandaag. We zweten ons kapot. Om de een of andere reden dacht ik dat de trek plat zou zijn. Niet dus. Echt steil naar boven, over de rug van een heuvel, om daarna af te dalen naar de campsite bij de rivier.

Het begin is wel wat ontnuchterend, vergeet Indiana Jones. We zijn niet de enige toeristen. Komt dat tegen. We kruisen heel veel groepjes, van een man of vijf-zes, en op sommige plaatsen, wanneer er een oerang oetang of andere aap opduikt, is het bij wijze van spreken aanschuiven. Smart phones, of joekels van zoom-lenzen in de aanslag, op jacht naar het beste shot.

Maar gaandeweg neemt het aantal ‘trekkers’ af.

De oerang oetangs zijn niet camera-shy. Het maakt hun geen moer uit dat er mensen rondhossen door hun bossen. We staan op een paar meter van hen. Machtig.

De mensapen zijn solitair, maar jonkies blijven tot zes maanden bij hun moeder. Ze hangen ‘aan hun rokken’, volgen hen doorheen het gebladerte en swingen van kruin tot kruin. Prachtig om te zien.

We spotten hoog boven ons een neushoornvogel en horen zijn krachtige vleugels.

We zien Thomas-leaf monkeys, supercute, een beetje zoals Gremlins voor ze water gedronken hebben. Ze komen vlakbij en eten uit onze hand.

Een eenzame schildpad brengt ons een bezoekje en gaat weer verder.

Tijdens onze break, met zalig lekker fruit, passeert de ene baviaan na de andere. We mogen hen een enkele banaan geven, en ze zijn massa’s content. Boven ons zijn andere apen in de weer. Er vallen noten naar beneden, van tientallen meters hoog. Eentje landt op Ella’s hoofd, en neen, dat doet geen deugd. Grote mieren zoeken naar etensrestjes. De mannetjes een groot hoofd, de vrouwtjes een breder achterste. Zo is het nu eenmaal.

Amri vertelt me dat het rehabilitatie-centrum voor oerang oetangs gesloten is.

Vele jaren geleden kwam een Duitse toeriste naar Bukit Lawang. Ze zag de mensapen in kooien, bij de mensen thuis. Ze startte een programma op om de dieren opnieuw naar de jungle te krijgen. Dat lukte. Het centum is nu gesloten ‘want alle oerang oetangs zijn gered’. We weten niet wat er zou gebeuren mochten de toeristen weg blijven, zegt Amri, onze hele economie hangt ervan af.

In het laagseizoen werkt Amri op de rubberplantages, zoals zoveel mensen hier. Vier keer per week, snijdt hij ‘s ochtends een stukje shors weg van de rubberboomstam. Het rubber wordt opgevangen in kleine containers. Het is zwaar werk.

Na de gebakken-rijst met-kroepoeklunch gebaart Amri naar gewriemel in de het struikgewas.

Ja. hallo!

Daar komt ie!

Better back off!

Een roestbruine big ass male oerang oetang.


Majestueus!

Gezapig komt hij dichterbij.

Wat een joekel van een mensaap, zeker 200 kilo en sterk als twee mensen!

We hebben blijkbaar geluk oog in oog te staan met deze mastodont, horen we later. of zeggen ze dat elke keer en is ie ingehuurd?

Marie-Lou en Ella gaan spontaan enkele meters achteruit, terwijl Amri en Ojo beschermend, voor ons, blijven heen en weer lopen.

De monsters zijn trouwens superflink.

Ze zagen en klagen niet, ze zwoegen zich, kletsnat van het zweet doorheen de jungle.

Ze vragen naar meer.

As if.

De laatste stretch is 45 minuten steil naar beneden, richting de rivier. Er hangen touwen om de afdaling easier te maken, en die komen meer dan eens goed van pas.

De eerste druppels beginnen te vallen. Boven ons rommelt de hemel.

Langs de rivier staan de ‘jungle hotels’.

Ik zie de gezichten van mijn dames betrekken. Hutten met zeildoek, een matras onder een klamboe.

Een ‘Aussi’ vertelt me dat het ‘hier ‘s nachts echt koud wordt’. Met het naderende onweer, zien Ella, Larie-Lou en Lux het echt niet zitten om hier te overnachten. Ik begrijp hen wel. Het is 16.00. Als hier straks de wolken openbreken, zit je hier sowieso niks te doen. Het is beslist, we gaan vanmiddag nog met de ‘jungle taxi’ terug naar de bewoonde wereld.

Ik vind het wel spijtig, was benieuwd naar de nachtelijke geluiden van het regenwoud.

We laten ons nog een paar keer meedrijven met de sterke, koude stroming van de river, drinken hete thee en eten fruit, en there we go! De tubing is avontuurlijker dan verwacht. Een vijftal grote rubberbanden aan elkaar gebonden, geen helmen, geen zwemvesten. Maar wel een hoop lol. Amri en een andere kerel achteraan, sturen bij met lange bamboestokken. Een derde man duwt ons met zijn voeten af als we dreigen tegen de rotsen langs de oever en in het kolkende water te botsen.

Geen eigen foto’s hiervan. No waterproof pouch.

We zingen the Bukit Lawang Jungle song, op de melodie van Jungle Bells.

Jungle trek, jungle trek, in Bukit Lawang

See the monkeys, see the birds, see orang oetang

Jungle trek, jungle trek, in Bukit Lawang

Walking in jungle

See the animal

Walking together

In Bukit Lawang

Rafting together

Swimming together

Everything together, in Bukit Lawang

See the tiger

Everybody run

De variaties zijn eindeloos.

Mijn opmerking over een slaperig stadje hierboven blijkt trouwens verre van correct. Langsheen de rivier duikt een resem van guesthouses en hotels op. Bussen laden grote groepen toeristen af. We keken duidelijk op de verkeerde plaatsen. Hippe winkeltjes blijven wel uit.

Nat en koud meren we aan bij Jungle River Resort.

Douchen, eten. Ik voel mijn spieren. Niks meer gewoon.

Bloggen gaat moeilijk, want de elektriciteit en/of de wifi vallen om de haverklap uit.

Slapen.

Catch ya later. And keep on reading!

Leave a Reply