5 augustus, samosir to Medan



De ferry brengt ons terug van Samosir naar het vasteland. We rijden in een trek naar Medan, via een tolweg die zo goed als leeg is. Enkele legervoertuigen kruisen ons. Ze zeulen kannonnen mee, die er heel oud uitzien. We stoppen enkel om te eten in klein ‘Bakso‘-restaurantje. Naast ons is een tafeltje gevuld met soldaten. Het eten kost geen fluit en is echt lekker, maar o zo pikant!


In Medan checken we in in het Grand Mercure Hotel Angkasa. Het voelt aan alsof we terugkomen uit de jungle. Luxurious! Eerlijk gezegd, het doet deugd. Twee prachtige connecting rooms, glansschone badkamers, zalig beddengoed, room service, massage (die heel goed is!) … Een minpuntje: het ontbijtbuffet is uitgebreid, maar de lokale warme gerechten ‘s ochtends zijn spijtig flets en smakeloos. Tourist-curries…





Medan telt ongeveer 2,5 miljoen inwoners en is de grootste stad van Indonesië buiten Java. Toen we die ochtend,het lijkt een ver verleden, met de nachtbus aankwamen uit Banda Aceh, hadden we haar totaal verkeerd ingeschat. We zaten in de scruffy buitenwijken in de duistere ochtend-uren. Een totaal ander sfeertje dan het moderne centrum.
‘s Avonds eten we Indisch in Restoran Cahaya Baru, volgens James ‘een gevestigde waarde.’ Klopt als een bus. Alu gobi, butter chicken, chicken tandoori, dahl, palak paneer, mango lassi, naan … oh boy oh boy oh boy, de afwisseling met Indonesische gerechten en gewoonweg … fantastisch eten! We spelen alles naar binnen, en gaan voldaan slapen.

6 augustus, Medan, Luxie 14!


Wie ons al een tijdje volgt, weet dat Lux nog maar één verjaardag vierde in België. De hoogdag van het jaar wordt traditiegetrouw heel lang op voorhand aangekondigd en tot in de puntjes gepland. Maar de blueprint is eigenlijk altijd hetzelfde: shopping mall, shoppen, fastfood, zoetigheid, haircut, arcade, cinema. Zo geschiedt ook nu. Een topdag voor ons jongste, het doet plezier haar zo blij te zien!
Place to be: Center Point Mall Medan, op een 15 minuten van Grand Mercure Hotel Angkasa. De leukste winkels zijn de speelgoedwinkels met Asian style action figures en poppetjes allerhande. Zalig, vinden we die! En, eerlijk, ik laat me meer gaan dan de monsters …





Mijn favorieten zijn spijtig genoeg enkel voor ‘display’.

Ik laat de dames even los in het luna park, drink een ice coffee in Starbucks.



Drie Indonesische jongemannen gehen nog meer löss op een typisch Aziatisch spel, waarbij je in een bepaald ritme vlakken op een scherm moet aantikken. Razensnel zijn ze. Wij begrijpen niet eens hoe het gedoe werkt.

Terwijl de meisjes voor een nieuwe look gaan in het hair dress saloon, kies ik voor een clean shave. We kijken Spider-Man: Brand New Day, in Centre Point XXI, waar een ticket (2 euro pp) minder kost dan popcorn. I kid you not!
Luxie is over the moon!



7 augustus, Medan to Penang, Malaysia
We vliegen met Lionair op Penang. 80 euro per persoon. Voor we vertrekken naar de luchthaven, hoor ik veel kabaal vlakbij Grand Mercure. Aan de overkant van het drukke verkeer maakt een school mega veel leven. Met hun gezicht naar de straat gericht, achter prikkeldraad, op de heavy tunes van beat boxes, voeren pubers een dans op. Hun ouders staan massaal te kijken. Ik neem foto’s en film, en ze wijzen naar me en zijn superenthousiast. Bule! Bule! Westerling! They are all smiles. You just made my day, girls!






Er is veel turbulentie tijdens de 50-minuten vlucht, en Marie-Lou heeft het knap lastig, maar houdt zich sterk. De luchthaven in Penang is clean clean clean en totally hassle free. We voelen ons bijna beledigd dat er geen enkel cab driver op ons afkomt. Waar is onze halfgod-status gebleven? 🙂
We nemen een Grab naar Lost Paradise Resort Penang. Een klinkende naam.

U denkt waarschijnlijk: Bounty beach, white sand, coconut under umbrella.
Wij ook.
Niet dus.
Na al die jaren slaag ik er nog steeds in om tekort te doen aan mijn verwachtingen. Gebruik Google earth, Sebastiaan! Los daarvan, Chatgpt is wel een enorme reis-hulp.
Lost Paradise Resort Penang ligt in Batu Ferringhi, op een 50-tal minuten van Georgetown, maar dat wisten we. Alles voor een white beach, ya know? Maar het ligt aan de grote baan, die het eiland omringt, geprangd tussen andere bebouwing. Not so lost after all. 🙂
Maar bounty of niet, het is een ‘grappig’ hotel. En op zijn eigen over the top Chinese kitschy scruffy manier en ‘architectuur’, ook best gezellig. Plastic planten, valse bomen in bloei, synthetisch gras, lichtjes, kleuren, beelden van goden en kikkers, probeer het u voor te stellen.
Ik help u even met enkele beelden.







We kregen een mailtje gisteren: we werden geüpgraded naar een Deluxe room with seaview, voor 4 personen. Well, thank you. De kamer is not really luxurious, wel cosy. Maar alles is vochtig en er is geen water, noch in de douche noch in de lavabo. Ik loop even naar de receptie. 10 minuten later pakken we onze valiezen uit in een dubbel zo grote kamer, mét lopend water en uitzicht op de baai. Well, thank you, once more.




We zwemmen, tussen de plastiek planten, de koelte doet goed, want het is bere-warm.



We eten in Biru-Biru Café. Deze keer worden mijn verwachtingen overtroffen; supersmaakvolle nasi lemak, en fish and chips. Op Tripadvisor zijn bezoekers kritischer, maar overwegend positief.




8 augustus, Penang
‘Home to 4 Guinness World Records!’


De langste tube slide ter wereld? Meer dan een kilometer lang?
De langste zip coaster ter wereld? Meer dan een kilometer lang?
Etc …
Dat belooft!
Voelt u me al komen?
Even geduld.
We ontbijten vlakbij het waterpark. Lekker lokaal. Roti met een soepje.


Het is zondag, maar het aantal bezoekers in Escape Penang is zeker niet overdreven. De exuberante prijs zal er ook wel mee te maken hebben. 170 euro voor 4. Damn. Better be worth it!

De langste tube slide ter wereld is spijtig genoeg ook meteen de saaiste ter wereld. We voelen ons een plastiek eendje dat lusteloos baantjes vaart op een kermisattractie, terwijl kleuters ons proberen vissen. Maar toch slagen de Indonesiërs erin het van bij de start al uit te schreeuwen. Hilarisch.
De zip coaster voelt mega onveilig aan. De ‘zitjes’ worden vastgehangen aan de rail via kettingen. De coaster slingert zodanig abrupt heen en weer, dat ik mijn hoofd herhaaldelijk stoot tegen de kettingen. De coaster manoeuvreert té schokkerig, smooth noch aangenaam.
Het leukste zijn de gratis e-scooters waarmee je kan rondsjeezen, langsheen de (very) lazy river, het golfslagbad, de trampoline run op het water, en diverse andere slides. Snel en zonder helm, en zonder verkeersregels. Links rijden? Who cares!
Ik probeer de banana jump, maar die is zodanig gewelddadig dat ik een klap in nek en rug krijg. De monsters mogen niet van me.
In de dead drop kneus ik mijn ellenboog.

De grootste tipping bucket wordt pas gevuld om 15.00, maar dan hebben we het park al lang verlaten.
Een aanrader! Bucket list material! 🙂
We nemen een Grab, terug richting ons ‘resort’, naar Ferringhi beach.



Gelukkig is de lunch opnieuw om duimen en vingers bij af te likken. Wat eten betreft, moet je in Azië de bal al totaal misslaan.

‘s Avonds zakken we af naar het centrum van Georgetown zelf. Unesco Werelderfgoed. Hierover later meer.
Ik was hier de eerste keer twintig jaar geleden, met Sari. De voorlaatste keer sjokten we hier rond met onze monsters, tijdens onze trip van zes maanden. Check out Best of six months, 2014. Waar is de tijd gebleven, dat ons verhaal van Monstersoprice begon, dat we als gekken door Zuidoost-Azië reisden, met twee buggies, vier valiezen en drie kleuters? Iedereen verklaarde ons gek. Maar ik heb er nooit een minuut spijt van gehad. Would do it again in a heartbeat!












8 augustus, Penang
Het kost me heel wat moeite om Boulder Valley Glamping voor twee nachten te boeken aan een aanvaardbaar bedrag. ‘Aanvaardbaar’ is natuurlijk relatief, maar op Booking en andere sites verschillen en variëren prijzen van dag tot dag. Na overleg via Whatsapp met de accommodatie zelf, krijg ik de belofte van een gratis extra matras in een safaritent voor drie personen incl. ontbijt, in plaats van twee tenten voor twee personen. De prijzen in Penang liggen een stuk hoger dan in Sumatra, dus wat zoeken en onderhandelen kan zeker geen kwaad. We betalen uiteindelijk 200 euro. Schappelijk maar echt niet goedkoop.

De glampingsite ligt niet veraf, in Teluk Bahang, ten zuiden van Ferringhi Beach, maar het verkeer is behoorlijk druk, dus kleine afstanden kosten veel tijd. Gelukkig gaat die tijd snel voorbij als je Bonnie Loo als Grab-driver hebt. Oh boy oh boy. Het is niet evident dit lokale fenomeen naar waarheid te omschrijven. She is truly a force of nature!

Bonnie is 76. Kwik als een hoentje. Een spraakwaterval zoals ik er nooit een tegenkwam. Maar vooral een gezellig, warm mens, met een hart van hier tot ginder.
My friends call me bazooka, because I talk so much, lacht ze, met de nodige zelfkennis.
Ze bedoelt ‘machine gun’.
Ze ratelt aan een stuk door. Ongelofelijk. Een taxirit van een uur. Ze zwijgt geen seconde.
Ze is a professional tourist guide, al meer dan 30 jaar.
Ze is een English teacher, en een sunday school religion teacher.
Ze heeft een busbedrijf dat vanuit Penang mag opereren overal in Maleisië (I am the only company like that).
Ze heeft ongelofelijk veel kennis van wereldse geschiedenis, van Beijing tot Timboektoe.
You know there is really a place in Africa called Timboektoe?
Ze instrueert me over Mao, en over de recente vluchtelingencrisis in Ceuta.
Haar zoon woont in London, eleven years now, he is very successful. He drives a Porsche.
Ze werkte jaren voor de regering, in Kuala Lumpur, waar haar man haar een tweede, two-storey house kocht.
My husband is very rich.
But the government does not like me. We challengde the government! Always!
Ze is een snorkelaar.
I snorkelled the best beaches all over the world.
I am also a shell collector.
Ze moet nooit naar adem happen.
Ik wel.
Als ik een mopje maak, lacht ze met gusto, en ratelt verder.
Ze voert ons naar Baa Baa Black sheep, voor ons beste ontbijt van de afgelopen 5 weken.




Ze rijdt ondertussen zelf even naar huis, kiest een nieuwe outfit, pikt ons na onze pancakes terug op en voert ons door de jungle naar Boulder Valley.
De weg slingert.
Bonnie remt af en trekt of, zonder logica.
Ze stopt te pas en te onpas …
… bij die boom, de sukun of ‘broodvruchtboom’ waarvan de vrucht de Penang people hielp overleven tijdens de Japanse bezetting.
… bij die durian-farm. Our Durian tastes so good, and so different from other durian, because of our soil and the sea breeze.
Ze geeft geen fok om de auto’s die ons ondertussen als een trage slang gedwee volgen.
Ze foetert ze uit, met een kwinkslag.
Ze geeft me pedagogische tips, overladen met clichés, maar daarom niet minder waar.
Communication is the most important.
In Europe, people are too lax with kids. What nonsense. Our children do something wrong, we cane them!
Ik ben het niet steeds met haar eens. Maar dat vindt ze helemaal ok.
I am soooo openminded, glimlacht ze, I have seen the best of both worlds. East and West, that is why.
I won the national Malaysian speaking contest. (of zoiets) My topic was ‘learning is a life long business’. Because it is.
Ze geeft me reisadvies.
Don’t spend your money in four star hotels, they cut your throat.
Some things you have to pay and see. Use money for that.
Check your belongings always. Wear your money pouch on your belly.
You call me, I tell you where and how and when.
Op de achterbank liggen Ella, Marie-Lou en Lux te krullen van het lachen.
Zie papa zich inspannen om aandachtig te blijven!
Zie papa op zijn tanden bijten!
Maar – ze kennen me -zie papa tegelijkertijd genieten!
Want papa mag dan al op zijn tanden bijten, en zwijgen is niet zijn grootste talent … Bonnie is een vat vol kennis, humor en energie.
En haar Engels is fantastisch.
Ze vertelt over hoe haar overgrootvader met zijn gezin aankwam in Penang, vanuit China. Ze mochten als illegalen het land niet op. Ze bouwden de jetties, huizen gebouwd op het water, waarover later meer. Ze vertelt over haar vader, die stierf toen ze zes was. Ze vertelt over het land, waarover we rijden, dat gewonnen werd op de zee. En over hoe de Chinezen the best bridge builders zijn.
Over hoe beschaamd ze is dat ze geen Mandarijn spreekt. Thai en Vietnamees, dat wel, maar als ze Chinezen rondrijdt, spreekt ze haar eigen taal niet. Shame on me.
Ze roept meerdere keren de christelijke god aan.
Ze noemt mijn dames beautiful.
Ze noemt mij handsome. Zoals ik al zei, ze is 76.
I like her.
Maar als we aankomen in Boulder Valley, ben ik uitgeput. 🙂 Mijn oren tuiten. Mijn hoofd is vol.



Boulder Valley, ligt in een groene, dichtbegroeide kom in het landschap. 21 tenten, nu zijn er 4 bezet, vertelt de kerel die ons met een golfkarretje naar onze slaapplaats brengt, maar daar twijfel ik aan. Er is geen kat. Er zijn wel apen, Thomas Leaf, of hun aanverwanten, die stevig kabaal maken, hoog boven ons terras.
De cicades zingen ongelofelijk luid hun monotone repertoire.
Safari ‘tent‘ is trouwens een zware understatement.
Het heet glamping, u kent het wel. Wij iets minder, en hebben er, voor een keer, 100% niks op aan te merken. Of toch nu nog niet.
Maar … hier komt ie ..
Een klein akkefietje, no biggie, no worries.


Ik app de receptie. Sorry, I cannot find the extra mattress.
In the cupboard, sir.
U voelt me al komen.
Het is een smalle cupboard …
Er zit een soort dons-kussen in.
Auch.
Het ding is veel te dun en veel te kort. (Thuis ben ik een onderdeurtje, hier ben ik een kleine reus.)
En geen deken, geen kussen.
What to do.
Ik app de receptie opnieuw.
Real sorry, this is not a mattress.
Ik voel me een over-bevoorrechte toerist. Ben het ook. Maar afspraken zijn afspraken.

I will contact housekeeping, sir.
Vijf minuten later stopt er een kerel op een brommer, met nog een extra dons-kussen.
Tja …
We zwemmen even, in de schaduw.


Daarna bellen we Bonnie om ons naar Batu Ferringhi te brengen, for diner and for the fire show on the beach, please.
Bonnie is onze enige optie, want Grab komt niet tot hier en the hotelcar broke down yesterday, so sorry, sir.
Onderweg babbelen we een beetje, Bonnie en ik. 🙂
We eten Indisch, omdat het kan, en vergapen ons aan de fire dancers, samen met honderden andere gapers.









Bonnie brengt ons terug. Even wachten, voor ze er is, bij een paar – naar onze normen, I know – triestige, verlaten kermisattracties. Een treintje rijdt even rond, zonder passagiers, en geeft er dan de brui aan. De kerel bij de ticket booth knikkebolt.



De rit terug naar Boulder duurt waanzinnig lang.
Traffic jam, everybody wants to see fire dance, knikt Bonnie, and now the road in the jungle is dark, no lights.

Maar onze Bonnie babbelt de veel te trage rit moeiteloos vol.
Man. Ik ben naar de botten.
Slapen.
De twee ‘matrassen’ op elkaar … damn. Keihard. Een deken heb ik niet.
Als we de A/C – ik lig er pal naast – minder hard zetten, wordt het al heel snel super vochtig in de tent.
‘s Nachts breekt er een gewelddadig onweer los.
Alle dieren worden stil.
De cicades zwijgen.
Enkel Lux roept wat onbegrijpelijke verwensingen in haar slaap.
Ik slaap voor geen meter.
Het kan niet altijd frieten zijn.
Keep on reading!
And sleep well, Bonnie!
(Op onderstaande foto wou ze echt niet in het midden staan!)
